BoekrecensieRussische literatuur

Een grootse, historische roman over het tragische lot van de Wolgaduitsers

De Wolga, begin 20ste eeuwBeeld Corbis via Getty Images

In haar tweede roman duikt Guzel Jachina (‘Zulajka opent haar ogen’) in de tragische geschiedenis van de Wolgaduitsers. Hoe de Sovjets aan de Wolga het communisme oefenden.

Met haar debuutroman ‘Zulajka opent haar ogen’ scoorde de Russisch-Tataarse Guzel Jachina (1977) meteen een monstersucces. De roman was een epische vertelling over de deportatie van de koelakken naar Siberië in de jaren dertig, door de ogen van een eenvoudige vrouw die niet begrijpt wat haar overkomt. De schrijfster baseerde haar boek op het leven van haar grootmoeder, een Tataarse die in 1930 naar Siberië werd afgevoerd. Dat de deportatie van de koelakken in Rusland nog steeds niet is verwerkt, blijkt uit de felle reacties op de tv-verfilming van het boek die momenteel op de Russische televisie te zien is. In veel reacties wordt de televisieserie weggezet als een moedwillige ‘desacralisering van het Sovjetverleden’.

Nu heeft Jachina een tweede roman geschreven – ‘Wolgakinderen’ – over de ‘Sovjetrepubliek van Wolgaduitsers’, die in 1918 in het leven werd geroepen en in 1941 werd opgeheven. De Wolgaduitsers waren op uitnodiging van Catharina De Grote in de achttiende eeuw naar Rusland gekomen als kolonisten in de dorpen langs de Wolga. Daar leefden ze teruggetrokken, zonder buren en met een beperkte kennis van het Russisch. “De Wolgaduitsers waren een soort gijzelaars tussen Duitsland en Rusland,” vertelde de schrijfster in een interview. “Want lange tijd was de Sovjetrepubliek van Wolgaduitsers het uitstalraam van het communisme, bedoeld om tegenover Duitsland te tonen wat voor zegen het communisme wel was. Er zijn in die republiek veel communistische principes voor het eerst uitgeprobeerd. Het was daar dat de eerste tractor werd geïntroduceerd, het was daar dat de eerste collectivisering plaatsvond en de eerste koelakken werden vervolgd. De Sovjetrepubliek van Wolgaduitsers was een soort laboratorium van de revolutie. Maar toen Hitler aan de macht kwam, ging de Sovjetunie de Wolgaduitsers viseren. Ze werden naar Siberië gedeporteerd en de republiek werd opgeheven.”

Rond die historische gebeurtenissen heeft Jachina een groots episch verhaal geweven, waarin ze niet alleen aandacht heeft voor de tragische afloop, maar ook de verloren bestaanswijze van de Wolgaduitsers in beeld brengt.

Duitse poëzie

De roman vangt aan in 1916 in Gnadenthal, een dorp aan de Wolga bewoond door Russische Duitsers. De dorpelingen zijn overwegend boeren. Ze zijn erg bijgelovig en spreken nog steeds het Duits van hun geboortestreek, lang nadat in Duitsland het Hoogduits is ingevoerd.

Hoofdpersoon is schoolmeester Jacob Bach, een stille figuur die meer geïnteresseerd is in Duitse poëzie dan in joelende kinderen. Als herenboer Udo Grimm de schoolmeester opdraagt om zijn dochter Klara Duitse les te geven in de herenboerderij op de andere oever van de Wolga komt het verhaal op gang. Via de gedichten van Goethe ontluikt de liefde tussen Bach en Klara. Als het meisje op een dag bij Bach aan de deur staat – gevlucht voor haar vader – neemt hij haar in huis.

Maar een ongehuwd stel blijkt niet welkom in Gnadenthal. Bach en Klara nemen de wijk naar de herenhoeve op de andere oever, waar ze een geïsoleerd bestaan opbouwen. Als op een dag drie mannen de hoeve binnendringen en Klara verkrachten, verliest Bach zijn spraakvermogen, dermate voelt hij zich schuldig omdat hij zijn geliefde niet heeft kunnen beschermen. En het wordt nog erger: negen maanden later sterft Klara in het kraambed en laat Bach achter met een baby.

Afschermen voor de buitenwereld

Jachina tekent minutieus de evolutie van Bachs gevoelens tegenover het kind. Want aanvankelijk negeert Bach de kleine Anna, maar in de loop van het verhaal wordt zijn liefde voor het meisje steeds groter. Het hele verhaal lang probeert hij haar af te schermen voor de buitenwereld, tot hij haar uiteindelijk moet ‘afgeven’ aan het systeem.

Buiten vinden ondertussen historische veranderingen plaats. Het vreemde is dat Jachina die wel schetst, maar in korte vluchtige scènes. Zo volgt ze het credo ‘Show, don’t tell,’ op eigenzinnige wijze. Het lijkt wel of ze de lezer in dezelfde positie wil plaatsen als de naïeve dorpelingen uit Gnadenthal, die niet weten dat de communistische revolutie heeft plaatsgevonden en niets begrijpen van de nieuwe ideologie, net zoals Zulajka in Jachina’s debuutroman niet begreep waarom ze werd weggevoerd. .

Als Bach een heimelijk bezoek brengt aan de andere oever, snapt hij niet waarom er zoveel boerderijen leegstaan. Van de deportatie van ‘koelakken’ heeft hij nooit gehoord en ook de lezer kan slechts vermoeden dat de ‘rijke’ boeren uit Gnadenthal zijn weggevoerd.

Jachina Guzel Beeld Frank Castelein

Stalin

Op een bepaald moment wordt Bach door partijideoloog Hoffmann uitgenodigd om de ‘zeden en gewoonten’ van de Gnadenthalers te boek te stellen. Vol overgave pent Bach de gewoonten van de Russische Duitsers neer, wat de schrijfster meteen de gelegenheid biedt om het leven van de Wolgaduitsers beeldend op te roepen. Maar het cynische is dat Hoffmann de mentaliteit van de dorpelingen enkel wil leren kennen om ze kapot te maken. Later moet Bach ‘sprookjes’ schrijven, die Hoffmann stuk voor stuk herwerkt tot propagandamateriaal: “Honderd verhalen door het nietsontziende potlood van Hoffmann omgevormd tot de geschiedenis van de strijd van het arbeidende volk met zijn onderdrukkers.”

Nu en dan waagt de schrijfster zich toch even aan de grote geschiedenis. Een paar keer voert ze Stalin op, met huiveringwekkend resultaat. Zo is er een passage waarin hij de republiek van Wolgaduitsers bezoekt en misnoegd is over de kleinheid van alles, wat vooruitwijst naar de slechte afloop.

Net als Gabriel Garcia Marquez laat Jachina magische elementen toe in haar roman, ze denen het verhaal: in een dorp als Gnadenthal maken bijgeloof en magie nu eenmaal deel uit van het leven. Het feit dat Bach zich onmatig aangetrokken voelt tot onweer, en tijdens stormen vreemde dingen doet, haast alsof hij een weerwolf is, is zo’n magische ingreep.

Een echte vondst is het zwijgen van de schoolmeester. “Bachs zwijgen is het zwijgen van een generatie,” aldus Jachina in een interview. “De zwijgende generatie, dat zijn de mensen die de zware jaren twintig, dertig en veertig in de Sovjetunie bewust hebben beleefd. Zij hebben honger, burgeroorlog, revolutie en deportaties meegemaakt. Maar die mensen spraken daar nooit over.”

Guzel Jachina heeft in ‘Wolgakinderen’ dat verhaal wél willen vertellen, niet rechtlijnig-historisch, maar omzwervend, met volle aandacht voor de kleine levens van mensen die met historische tragedies worden geconfronteerd. Dat de schrijfster zo beeldend en zintuiglijk schrijft, maakt haar roman des te overtuigender.

Oordeel: Grootse tragische historische roman met volle aandacht voor kleine levens

Guzel Jachina
Wolgakinderen
Vert. A. Langeveld Querido; 535 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden