InterviewOnline café

Een goed kroegverhaal is een soort handreiking waar andere cafégangers zich in herkennen

Acteur Michel Sluysmans. Beeld Laurens Eggen
Acteur Michel Sluysmans.Beeld Laurens Eggen

Heimwee naar de kroeg? In het online café vertelt acteur Michel Sluysmans kroegverhalen van Carmiggelt. Ook de bezoekers mogen er hun zegje doen.

Als voorma­lige kroegtijger mist Michel Sluysmans het café. De vaste acteur van Toneelgroep Maastricht hing vroeger vaak aan de bar. Nu nooit meer. Alle kroegen zijn dicht, maar vóór corona zat de klad er al in; Sluysmans heeft kinderen van één en vier, dus hij kon toch al nauwelijks meer de hort op.

Omdat veel mensen nu zo naar het kroegleven verlangen, bedacht Sluysmans een alternatief: een vir­tueel café. “Iedereen snakt naar collectieve ervaringen”, zegt hij. “De kroeg en het theater zijn daar normaal gesproken de ideale locatie voor. Wij brengen die twee samen. In onze repetitieruimte in Maastricht hebben we een bruine kroeg nagebouwd. Daar open ik zaterdagavond ons eerste online café.”

Kerstborrel, maar dan ongedwongen

Als bezoeker treed je de kroeg binnen via Zoom. Vanachter je laptop zie je alles wat rondom de bar ­gebeurt, maar je kijkt ook rechtstreeks bij de andere cafégangers in de huiskamer. De sfeer van verbondenheid zit er meteen in, is de bedoeling, want wie een kaart voor de voorstelling koopt, krijgt een borrelpakket thuisbezorgd vol Limburgse dranken en hapjes. Iedereen nuttigt hetzelfde; dat versterkt het idee van collectiviteit. Het concept doet denken aan de online kerstborrel van het werk, maar dan ongedwongen.

Tijdens de avond leest Sluysmans kroegverhalen van Simon Carmiggelt voor, afgewisseld met muziek van countryduo Polly & Bruce. Tussendoor nodigt hij cafébezoekers uit om hun eigen kroegverhaal te vertellen; iets ontroerends, iets grappigs, wat dan ook. “Het wordt meer een ontmoeting dan een voorstelling”, zegt hij. “Dat is wat mensen het meeste missen aan de kroeg. Het gaat niet om de spijzen of de dranken, want die heb je thuis net zo goed, en nog goedkoper ook. Nee, het café is vooral de plek waar je de eenzaamheid bevecht door verhalen van anderen aan te horen. De kroeg heeft een grote sociale functie.”

Troostende werking

Van kroegverhalen gaat een troostende werking uit, weet Sluysmans, die zelf vele avonden met schrijver en voormalige caféganger Ilja Leonard Pfeijffer aan de bar heeft gehangen. Maar waarin zít ’m die troost dan? En wat kenmerkt het ideale kroegverhaal?

De acteur wijst op het werk van de ‘meesterchroniqueur van het kroegleven’, Carmiggelt. Veel van diens vertellingen – geschreven als columns – zijn gebundeld onder de titel Kroegverhalen. “Carmiggelt beschreef het leven van de mensen die in cafés kwamen”, zegt Sluysmans. “Jong en oud, hoog en laag: een dwarsdoorsnede van de maatschappij. Carmiggelt vertrekt altijd vanuit een mensbeeld, niet vanuit een wereldbeeld. Hij kauwt dus niet na wat hij een dag eerder in de krant heeft gelezen, maar hij laat echte mensen zien.”

Universele miniatuurtjes

Die mensen vertellen elkaar in de kroeg hun persoonlijke problemen en verdriet. En steeds blijkt dat ze ­allemaal met hetzelfde worstelen: verliefdheid, een scheiding, span­ningen op het werk. “Carmiggelt schetst per verhaal één of twee personen, mét de nodige ironie, maar ook heel empathisch, en op het eind zit vaak een clou of een onverwachte wending. Het zijn kleine, universele miniatuurtjes. Bitterzoete verhalen uit de analoge tijd, maar nog heel herkenbaar. Destijds was geluk al net zo moeilijk als nu.”

Eén verhaal, ‘Klanten’, gaat over een hoogbejaard echtpaar. Elke avond als ze de hond uitlaten, wippen ze nog even hun stamkroeg ­binnen voor een borrel. Het café is hun enige verzetje, het laatste toevluchtsoord waar ze kortstondig kunnen ontsnappen aan de beperkingen van hun krimpende wereld. Ontroerend, vindt Sluysmans, net als het verhaal over een Turkse gastarbeider die in de kroeg door iedereen wordt gemeden. ‘Ikke heet’, zegt de man steeds in zijn gebrekkige Nederlands, want hij heeft een beetje koorts. Niemand wil met hem praten, totdat het zoontje van de kastelein binnenkomt. De twee ­raken in gesprek, en ook al verstaan ze elkaar niet, ze begrijpen elkaar prima.

Ontboezemingen

De anonimiteit van het café bevordert ontboezemingen, want aan de bar in een willekeurige kroeg beland je vanzelf naast iemand die je daarna waarschijnlijk nooit meer zal zien. In zo’n setting durven mensen de waarheid dieper in de ogen te ­kijken dan anders, zeker in een een-op-een-gesprek met rondom luid gekakel.

Of de online kroeg net zo uitno­digend werkt, moet nog blijken. Sluys­mans: “Ik hoop dat de bezoekers open durven zijn, dat ze de moed hebben om hun hart te laten spreken en echt iets willen delen waarmee ze worstelen. Maar ze mogen ook gewoon vertellen hoe vreselijk ze de kroeg missen of dat ze hun partner ooit in het café ten huwelijk hebben gevraagd. Alles mag, niks moet. Je kunt ook alleen luisteren naar de verhalen van anderen.”

Aandachtig observeren

Dat laatste deed Carmiggelt ook vaak; hij luisterde en observeerde aandachtig. Op één avond had hij dan zo weer een paar verhalen te pakken. Om nieuwe mensen te ontmoeten, wisselde hij geregeld van café. Zo kon hij schrijven over een havenarbeider uit een Rotterdamse kroeg en net zo makkelijk over iemand die hij ergens in de provincie was tegengekomen. Schrijven deed hij in zijn vertrouwde café Mulder. In deze Amsterdamse kroeg, die nog steeds bestaat, componeerde hij zijn beroemde ‘Kronkels’: ruim tienduizend columns die tussen 1946 en 1983 in Het Parool verschenen. Het etablissement lag praktisch tegenover zijn huis – handig als hij weer eens dronken terug moest waggelen.

Het is overigens een misvatting, benadrukt Sluysmans, dat een kroegverhaal hetzelfde is als kroegpraat. Dat laatste is een synoniem van ‘slap gelul met een slok op’. “Kroegpraat is seksistisch en machistisch, het is opschepperij van ­gefrustreerde mannen, die in hun eentje de wereld denken te kunnen verbeteren. Een kroegverháál is het tegenovergestelde. Dat is empathisch, ontroerend, poëtisch, literair. Het is persoonlijk en eerlijk, een soort handreiking, waar andere cafégangers zich in herkennen.”

Niet alleen inhoudelijk, ook ­stilistisch vindt Sluysmans de kroegcolumns van Carmiggelt schitterend. Hij prijst vooral de bewust archaïsche woordkeuze en de ironie die niet plat en direct is, maar subtiel tussen de regels doorschemert. In voorgelezen vorm duurt elke Kronkel ongeveer drie minuten. Dus mocht het publiek stil blijven, dan

is het voor Sluysmans met de dikke bundel Kroegverhalen geen enkele moeite om in zijn eentje het uur te vullen.

Kroegverhalen, online voorstelling op vier zaterdagavonden van 13 februari t/m 13 maart, aanvang om 20 uur. Kijk voor meer informatie en kaarten op ­toneelgroepmaastricht.nl.

De uitgestorven kroegschrijver

Simon Carmiggelt was niet de enige schrijver die zijn oeuvre grotendeels in de kroeg creeerde. Ilja Leonard Pfeijffer deed het ook, althans voor hij de drank afzwoer; de eerste helft van zijn werk kwam tot stand in het Leidse café Burgerzaken, de tweede helft grotendeels op de terrassen van Genua.

Ook wijlen dichter ­Willem Wilmink zocht graag de bar op. Hij schreef zijn versjes in café ’t Bolwerk in Enschede. In 1990 wijdde hij daar ook een gedichtje aan:

Begraaf mij onder
’t Bolwerk,
want al is crematie ­netter,
ik wil boven stappen ­horen
en het lied van Stormy Weather

Wessel te Gussinklo heeft zijn vuistdikke ­romans eveneens voor een groot deel in cafés opgetekend. Willem Kloos en de Vijftigers dichtten ook graag met de tap binnen hand­bereik.

In het buitenland gaat het al net zo. Het favoriete café van Ernest Hemingway was Harry’s Bar in Venetië, en zelfs Goethe, Nietzsche en Bukowski vonden de kroeg een ideale plek om te schrijven. En als ze er niet schreven, dan kwamen ze er wel om inspiratie op te doen.

De jongere generatie Nederlandse schrijvers heeft minder met de kroeg. Daan Heerma van Voss, Maartje Wortel en Mano Bouzamour komen er beroepshalve niet graag, zeiden ze in 2016 in Het Parool – ­reden voor de krant om het schrijverscafé dood te verklaren.

Lees ook:

In het Leidse grandcafé Burgerzaken vertelt Ilja Leonard Pfeijffer openhartig over zijn werk, zijn grote liefde en het afzweren van de drank

“In de periode dat ik mijn vriendin Stella leerde kennen, in 2015, leefde ik eigenlijk alleen nog op papier”, zegt hij in dit interview. “Het dagelijks leven om mij heen was tweederangs. Ik was een beetje bang voor het echte leven, waarin dingen kunnen misgaan en waarin je jezelf pijn kunt doen. Dat probeerde ik met alcohol te verdoven. Ondertussen koesterde ik het imago van bohémien en grote drinker. Een doodlopende weg, liet Stella me inzien. Daarom heb ik dat allemaal afgeschaft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden