Review

Een goed gesprek, zij het op een klapstoel

We zitten in fauteuils, in de linkerhand een whisky met ijs, in de rechter een sigaar. Voor de open haard loopt, handen in de zak, een oudere heer bedachtzaam heen en weer. Hij vertelt een geschiedenis, nee, hij vertelt verscheidene geschiedenissen. We luisteren geboeid, want we weten niet hoe ze zullen aflopen en ook weten we niet goed wat ze met elkaar te maken hebben. Soms stopt hij even, midden in een vertelling. Dan is hij geroerd, zoekt naar woorden, wendt even het gezicht af. Hij spreekt dan over een symfonie, of over armoede in Bangladesh.

Wim Boevink

Geen salon is het decor van zijn vertelling, maar een betonnen, schuin aflopende collegezaal in een Hertzberger-complex in Leiden. Een universiteitsbunker. We zitten niet in fauteuils, maar op harde klapstoelen. Maar de man die daar beneden met zijn handen in zijn zakken heen en weer loopt, die heeft een open haard in zijn rug en spreekt tegen intieme vrienden.

Stephen Toulmin (1922), de Brits-Amerikaanse natuurkundige en filosoof, was door het Studium Generale van de Universiteit van Leiden uitgenodigd een lezing te komen houden. Voor hij daaraan begint, vertelt hij ons eerst van zijn eerdere bezoeken aan Nederland, over gerookte paling en over Willem Alexander die tijdens een congres met zijn moeder op de eerste rij zat. Maar ook praat hij over de Franse ontwerper van de Leidse Hortus en daarmee zéér zijdelings samenhangend over zijn fascinatie voor etymologie. ,,Uw 'tuin' lijkt toch heel erg op het Engelse 'town', nietwaar?''

Bij herhaling vraagt hij zijn gehoor om excuus, dat hij nog niet bij het centrale thema van zijn voordracht is aanbeland. ,,Maar ik wil u graag nog even een ander verhaaltje vertellen.'' Over die tuin is hij niet zomaar begonnen, zo blijkt. ,,Eind jaren veertig reed ik met mijn eerste vrouw vanuit Zuid-Frankrijk terug naar huis. Onderweg passeerden we een bord dat naar een chateau verwees en een tuin met twee sterren. U kent natuurlijk de Michelingids, dus u weet dat die sterren ons willen zeggen dat zo'n plek een omweg waard is. We bezochten dus die twee-sterren-tuin.''

Toulmin draait zich om en tekent op het bord een vierkant. ,,De tuin was omgeven door een stenen muur, was volkomen vlak en bestond hoofdzakelijk uit gravel. In het midden bevond zich een gecultiveerd terrein. (Hij tekent een klein vierkant in het vierkant.) Dat terrein was weer in vier vierkantjes verdeeld door een aanplant van een lage buxushaag. Het ene vierkant had bijna zwarte blaadjes, het andere rood. En binnen die vierkantjes was opnieuw buxus geplant, geschoren in vier motieven. Ruiten, harten, schoppen en klaveren. Behept met een Engelse opvoeding begrijpt u hoe geschokt ik was.''

Het haardvuur knappert en Toulmin neemt ons mee naar een 'echte' tuin: die van het Blenheim Palace in Oxfordshire, geboortehuis van Winston Churchill. Hier heeft landschapsarchitect Lancelot 'Capability' Brown een dam in een stroom gelegd en een schitterende vijverpartij geschapen. Maar waarom vertelt hij ons dit?

,,Laat ik u eerst even wijzen op een boek van Pierre Duhem, een Franse wiskundige aan het eind van de vorige eeuw. In dat boek over elektriciteitstheorie gaat hij tekeer tegen zijn Schotse collega Oliver Lodge, die over hetzelfde onderwerp had gepubliceerd. Hij hekelt de broosheid van de Engelse geest en schrijft (Toulmin citeert uit het hoofd): ,,We dachten dat we het stille verblijf van de rede zouden betreden, maar al wat we zien zijn buizen en tandraderen -we bevinden ons in een fabriek!''

De Engelsen, zo luidt het Franse verwijt, hebben moeite met de abstractie en mathematica. Niet alleen bij tuinarchitectuur en theorieën over elektriciteit is er die Frans-Britse tegenstelling tussen het strenge rationalisme en losse pragmatisme, maar het verschil in 'intellectueel temperament' uit zich ook in de filosofie (Descartes-Bacon), in het theater (Racine-Shakespeare), in het systeem van wetgeving (de Code Napoléon-common law) en in de muziek. Toulmin plaatst hier de precisie en kleurloosheid van Nadia Boulanger tegenover het meeslepend ijle in de zesde symfonie van Ralph Vaughan Williams uit 1947: het kost hem moeite hier niet te wenen.

En nu blijkt Toulmin bij een kernpunt aan te komen van zijn achter kleine geschiedenissen verpakte betoog. Uit dit contrast komen twee functies van de menselijke rede te voorschijn: de een -de Franse tuin- wil zijn patronen opleggen aan de wereld; de ander neemt de wereld zoals ze is en brengt er kleine verbeteringen in aan.

Die kerntegenstelling tussen het Cartesiaanse rationalisme en wat Toulmin reasonableness -redelijkheid- noemt, is al langer zijn thema. In zijn boek 'Kosmopolis' (1990) gaat hij zover om de laatste veertig jaar van de twintigste eeuw te karakteriseren als een teruggrijpen op een traditie die werd ingezet in de zestiende, namelijk die van het open humanisme van Erasmus en Montaigne, die traditie die een eeuw later door Descartes werd verdrongen.

In zijn lezing in Leiden illustreert hij zijn punt ook nog aan de hand van de economische theorie. Hij neemt zijn gehoor mee naar de watertempels op Bali en naar een markt in Chittagong, Bangladesh. Falende theoretisch modellen staan hier tegenover het succes van tradities en van werken in de praktijk. ,,Mijn hart breekt,'' zegt Toulmin over Chittagong, ,,als ik u vertel hoe mensen er in permanente armoede moeten leven en dat terwijl ze 27 dollar tekort komen.''

Een jonge econoom, Mohammed Younis, maakte met zijn onconventionele Gramin-bank een einde aan het wurgende systeem van de geldwoekeraars. ,,We kunnen niet uitgaan van mathematische economische theorieën die pretenderen processen te kunnen voorspellen. Telkens weer moeten we de specifieke omstandigheden onderzoeken.'' Dat is wat Toulmin voor ogen staat: afscheid te nemen van het keurslijf van de theorie en leren leven met onzekerheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden