Een godje tegen de eenzaamheid

Haar moeder is dement, vrienden heeft ze niet. Esther Gerritsen zet in haar nieuwe roman een passieve, eenzame heldin neer. Dat doet ze opvallend overtuigend.

Als god-met-een-hoofdletter nergens te vinden valt, kun je nog altijd een kleine god verzinnen, zonder hoofdletter. Dat doet Dominique, de hoofdpersoon uit ’De kleine miezerige god’ van Esther Gerritsen (1972). Ze verzint een god die ze kan tutoyeren en soms zelfs verwijten kan maken.

Die heeft ze hard nodig, nu ze naast haar demente moeder zit, die haar niet meer herkent. „Deze god kwam werkelijk gelegen en leidde haar even af van lelijke begrippen als schuldcomplexen en moederbinding.” ’God’ klinkt zo mooi, vindt Dominique, en ze heeft in het deprimerende verpleeghuis behoefte aan mooie woorden. Bovendien wil ze gezien worden en daar is de kleine, miezerige god ook geschikt voor: hij speelt de getuige van haar leven, zodat alle ellende minder zinloos lijkt.

Zoals een rivier oevers heeft, zo meandert deze roman over Dominique’s vergeefse gevecht tegen de eenzaamheid langs allerlei religieuze noties. Die geven richting aan het verhaal. Zo krijgt Dominique in de roman trekjes van Maria en wordt ze op moeilijk verklaarbare wijze zwanger. Ze was weliswaar dronken toen ze met haar lelijke vriend, Kris, naar bed ging, maar ze hadden wel een condoom gebruikt: dus is er toch een beetje sprake van een wonder. Dat het kind niet levensvatbaar blijkt, valt ook te begrijpen: hoe zou de zoon van een verzonnen, miezerige god tot leven kunnen komen?

En dan de naam van haar vriend, Kris. Die verraadt dat hij de verlosser speelt, de Christusfiguur. Maar deze Christus voegt zich niet in zijn rol. Tijdens een ruzie roept hij dat hij niet Dominique’s ’redder’ wil zijn.

Nu klinkt het misschien alsof Gerritsen er plezier in schept om telkens een nieuwe god, Jezus of Maria tevoorschijn te toveren, alsof het matroesjaka-poppetjes zijn. Maar deze roman gaat eigenlijk over Dominique’s worsteling met een eenzaamheid die uit angst voortkomt.

Ze woont nog maar net in Amsterdam en heeft een baan als dramatherapeute. Net als haar cliënten probeert ze haar eenzaamheid en onmacht met verhalen onder de duim te krijgen. Ze moet zichzelf uitleggen waarom ze bevriend raakt met mevrouw Jovkov, haar ergerniswekkende, dominante onderbuurvrouw. Ook probeert ze te verklaren waarom ze zich als een soort ramptoerist op Kris stort. En waarom krijgt ze ruzie met haar familie, nu haar moeder ziek is? We zijn allemaal vreemden voor elkaar, concludeert ze.

Die conclusie wordt onderbouwd door sterke scènes. Gerritsen, die ook veel drama heeft geschreven en haar hand niet omdraait voor een goede dialoog, weet haar personages tegelijkertijd overtuigend en vervreemdend neer te zetten. Zo heeft de onderbuurvrouw een geborduurde versie van de Nachtwacht in haar smetteloze woning hangen. Dominique constateert dat ze van handwerken houdt. „Nou, dat kan ik niet zeggen”, antwoordt mevrouw Jovkov. Als Dominique vraagt of ze die kleden dan niet zelf maakt, zegt haar buurvrouw: „Wie zou ze anders moeten maken? Ik sta d’r helemaal alleen voor.” Geen speld tussen te krijgen in mevrouw Jovkovs logica.

Dominique’s universum is bij vlagen even ondoorgrondelijk; alsof ze ook een vreemde voor zichzelf is. Het is schrijnend hoe ze door het hele boek heen de zonnige kanten van haar vriendschap met de buurvrouw belicht. Dat ze niets verkeerd kan doen in haar bijzijn en dat ze rustig van haar wordt. Maar sympathieker wordt mevrouw Jovkov daar niet van.

Ook de gesprekken met Kris, die door het minste of geringste in vitterij ontaarden, overtuigen volkomen. Dominique komt hem op een ochtend vertellen dat ze zwanger is en het kind wil houden, maar bij binnenkomst ziet ze hem, van alle decorum ontdaan, in zijn onderbroek staan. Probeer dan maar eens een belangrijk gesprek te voeren.

Gerritsens hoofdpersoon blijft overigens wel erg passief en slachtofferig, wat het boek soms een beetje mat maakt. Die passiviteit is een deel van het drama, zou je kunnen tegenwerpen, maar dat neemt niet weg dat ik soms plaatsvervangend moest zuchten om zoveel onmacht van de hoofdpersoon.

Maar daar maal je niet meer om als je het boek hebt uitgelezen en dichtslaat. Gerritsen groeit met deze roman uit tot een van de betere jonge romanciers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden