Review

Eén gigantische, beveiligde broeikas

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk doet gewoon alsof híj het debat over de globalisering is begonnen. Hij laat in zijn ’Kristalpaleis’ schaamteloos stapels reeds geschreven boeken van anderen links liggen. Dat neemt niet weg dat er veel bij hem te halen valt: onverwachte inzichten, verrijkende metaforen en fantastische one-liners.

’Een compleet warhoofd’. Dat was het oordeel van Frits Bolkestein over de Duitse filosoof Peter Sloterdijk met wie hij in maart in debat ging. Onderwerp was diens laatste grote boek ‘Het kristalpaleis’ met de ondertitel ‘Een filosofie van de globalisering’.

Het schokte Bolkestein dat Sloterdijk totaal geen rekening lijkt te houden met wat er allemaal te berde wordt gebracht in de actuele discussies over het fenomeen dat hij zegt te onderzoeken: het dreigende verlies van arbeidsplaatsen in het Westen aan de lage-lonen-landen die beschikken over hooggekwalificeerd personeel, vooral in de informatica; de opkomst van China en India; het probleem van mislukte staten waarin het terrorisme goed kan gedijen – je leest er bij Sloterdijk niets of weinig over. De vele boeken over globalisering die er in de afgelopen tien tot vijftien jaar zijn verschenen, worden door Sloterdijk nauwelijks genoemd, laat staan theoretisch verwerkt. In plaats daarvan word je in ‘Het kristalpaleis’ bedolven onder metaforen en neologismen die vaak veel van de ’woordgoochelarij’ hebben die Sloterdijk anderen verwijt.

Wat te denken van dit oordeel van een belangrijk vaderlands politicus over een wereldberoemd filosoof? Op de genoemde punten heeft Bolkestein zonder meer gelijk. Achter dit gelijk tekenen zich echter een aantal redenen af om ‘Het kristalpaleis’ toch als een belangrijke en interessante studie ter hand te nemen.

Maar eerst Bolkesteins grote gelijk. De reeds genoemde economische en politieke vragen komen bij Sloterdijk inderdaad niet of nauwelijks aan bod. Zelfs de hierover bestaande filosofische literatuur wordt door hem op hooghartige wijze genegeerd. Volgens hem zijn de vakfilosofen namelijk grotendeels afwezig in het debat en als ze al meedoen gebeurt dat ’meestal in marginale publicaties zonder noemens-waardig effect’.

De pretentie is duidelijk: Sloterdijk, zo stelt hij zelf, bijt het spits af en hij zal het publieke debat met ‘Het kristalpaleis’ diepgaand beïnvloeden. Dit kan hij alleen maar beloven door uiterst invloedrijke boeken, zoals ’Jihad versus McWorld’ van Benjamin Barber en de vele publicaties van Michael Ignatieff over mensenrechten en terrorisme niet te noemen.

Sloterdijk moet wel toegeven dat ‘Empire’, de grote studie van Hardt en Negri, wereldwijde aandacht kreeg. Maar hij gaat niet in op dit boek, waarvan de inhoud radicaal van zijn eigen gedachtengang afwijkt. Eigenlijk blijkt hij het gewoon niet te kennen. De enige verwijzing naar ’Empire’ (pagina 209) miskent de hoofdgedachte van beide marxistische auteurs. Die gaan ervan uit dat het moderne imperium geen wereld ‘buiten’ het imperium meer kent. De onmogelijkheid om aan het ’imperium’ te ontsnappen levert juist de grote problemen én de mogelijkheden op, die in de huidige fase van de globalisering besloten liggen.

Sloterdijk wrijft Hardt en Negri abusievelijk de theorie van Marcuse uit de jaren zestig van de vorige eeuw aan, als hij stelt dat zij de oppositie van ’binnen’ en ’buiten’ de grenzen met elkaar willen verbinden. Zelf hangt hij in elk geval dit Marcusiaanse idee aan.

‘Het kristalpaleis’ staat als metafoor voor de kapitalistische verwenningsruimte waarin moderne geglobaliseerde consumenten wonen en leven. Het grootste deel van de mensen bevindt zich nog daarbuiten. Zij proberen al improviserend met hun tradities te overleven. Het bestaan van het Kristalpaleis is volgens Sloterdijk zelfs onmogelijk zonder een ’buiten’ dat als opslagplaats voor afval en leverancier van grondstoffen door de verwenden in de binnenruimte kan worden gebruikt. Juist omdat Hardt en Negri precies het tegendeel beweren, was het interessant geweest als Sloterdijk op hun vaak goede argumenten was ingegaan.

Dat laatste doet hij eigenlijk bij niemand die hij noemt of citeert. Om nog een laatste voorbeeld te vermelden: de metafoor van ‘Het kristalpaleis’ haalt Sloterdijk uit Dostojevski’s vertelling ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’. Maar voor Dostojevski heeft deze niets met globalisering te maken, ook al schijnt Sloterdijk te denken van wel. Bij de Russische auteur gaat het om een technische utopie waar positivistische wetenschappers uit zijn tijd van droomden en waar de hoofdpersoon van het verhaal zich fel tegen verzet.

Genoeg gelijk à la Bolkestein, genoeg terechte kritiek. Als Sloterdijks beschouwingen ondanks dat alles toch de moeite waard zijn, komt dat juist door de manier waarop hij zijn bronnen voor zijn eigen doeleinden gebruikt en inzet. Want de metafoor van het kristalpaleis als een gigantische verwenbroeikas met verschillende etages en ruimtes wordt door Sloterdijk virtuoos uitgewerkt. Je ziet de verveling en het consumentisme voor je, je hoort de buitengeslotenen aan de deur kloppen of binnen vallen.

Op een adembenemende manier komt bijvoorbeeld ook het belang van de waterwereld voor het globaliseringsproces ter sprake. De oceanen vormen al eeuwen de basis van de globalisering, het maritiem denken was lange tijd de motor van het proces. Het verzekeringssysteem, om maar iets te noemen, ontstond uit de noodzaak om de risico’s van de eerste grote handelsmissies op te vangen. Het lot van de schepelingen mocht dan in Gods hand liggen, dat van de koopwaar diende beschermd te worden: ,,Bidden is goed, verzekeren is beter.’’

Met dit soort fantastische oneliners die soms een heel hoofdstuk samenvatten, weet Sloterdijk zijn lezers voortdurend bij de les te houden. Om er nog één te citeren: ,,Subject-zijn betekent een positie innemen vanwaaruit een speler van de theorie op de praktijk kan overstappen”, zegt misschien meer over het fenomeen van de subjectiviteit dan vele uitgebreide filosofische verhandelingen.

Sloterdijk laat zien dat en hoe de subjectiviteit langzaam werd uitgevonden. Langs vele wegen werd er in de Europese geschiedenis een psychisch ’binnen’ geconstrueerd. Via velerlei ontremmingsmechanismes moesten theoretische ‘binnen’-overtuigingen tot actie kunnen leiden. Het protestantisme leverde hier veel materiaal voor, de Jezuïeten werkten het voor de katholieke kerk uit. Ze krijgen veel opvolgers, wat tenslotte via een typisch Sloterdijkiaanse wending uitloopt op de heerschappij van de consultants: hun ontremmingsapparaat, dat de weg voor actie vrijmaakt, heet ’innovatie’. Prominente en incompetente managers zijn intussen zover dat ze er élk bedrag over hebben om te horen hoe je dat doet, ’innoveren’.

Het zal duidelijk zijn, ondanks zijn eigen pretenties lees je Sloterdijk niet voor ’het grote verhaal’ of de sluitende argumentatie. Met beelden, oneliners, metaforen en verrassende wendingen die je op gedoseerde wijze tot je moet nemen, geeft hij wel veel stof om over allerlei onvermoede aspecten van het globaliseringsproces na te denken. Voor Bolkestein is dit ongetwijfeld niet genoeg. Maar het steeds uitdijende, enthousiaste lezerspubliek van Sloterdijk blijkt er wel pap van te lusten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden