Review

Een geval van borderline

De toneelbewerking van Couperus’ roman Eline Vere heeft wat trekjes van een soap, maar dat is wel de buitenkant.

Hans Oranje

Het debuut en eerste van de ’Haagsche romans’ van Louis Couperus uit 1889, ’Eline Vere’, is wellicht zijn meest gelezen boek. Mijn moeder vertelde me eens dat ze als jong meisje ’Eline Vere’ las – in het geheim, want haar streng gereformeerde vader zou zulke lectuur zijn dochter nooit hebben toegestaan. En het mag dan een typische jonge-meisjesroman zijn, het is een formidabele prestatie van de beginnende schrijver geweest een zo indringend psychologisch portret van zijn hoofdpersoon te geven zonder dat hij al bij Freud te rade kon gaan.

Na de verfilming door Harry Kümel in 1991 en de nog wat langere tv-serie twee jaar later, heeft Léon van der Sanden nu een toneelbewerking gemaakt die afgelopen zaterdag zijn première beleefde. Niet tot ieders tevredenheid: ik hoorde in de pauze enkele malen het woord ’soap’ vallen. De voorstelling heeft daar inderdaad wat trekjes van, maar dat is wel de buitenkant. Actrice Maria Kraakman laat op een bewogen manier de ontwikkeling zien van de 23-jarige Eline, een vrijgevochten en heftig levende jongedame uit de gegoede Haagse burgerij tot een volkomen in de mensheid gedesillusioneerd hoopje ellende, dat eigenlijk meer per ongeluk dan welbewust een eind aan haar leven maakt door te veel troost in het flesje morfine te zoeken dat zij van haar Brusselse tante Elize heeft gekregen.

De rol van de laatste (Bien de Moor) heeft Van der Sanden sterk naar voren gehaald en aan de relatie tussen tante en nichtje een onverbloemd seksuele connotatie gegeven, zoals ook neef Vincent (Tijn Docter) meer met zijn Amerikaanse vriend St. Clare lijkt te hebben dan een gewone mannenvriendschap, een dubbelrol van Folmer Overdiep die verder optreedt als baron Otto, de door Eline versmade verloofde. Dit zijn de centrale personages in deze bewerking, hoewel er natuurlijk nog meer mensen een belangrijke rol spelen in Eline’s ’werdegang’, met name haar zuster Betsy (Mirjam Stolwijk) die zij haat met een woeste haat, zoals zij Betsy’s man Henk van Raat (Vincent Linthorst) minacht en tegelijk zich sterk tot hem voelt aangetrokken.

In snel opeenvolgende scènes volgens de formule van de moderne soap trekt dit Haagse circus voorbij en ik heb me geen moment verveeld. Fraai is in het decor van Mirjam Grote Gansey een verdiepte achterruimte waarin we voornamelijk tableaux zien van de spelers bij hun feesten, terwijl Eline op de voorgrond haar borderline-syndroom doorworstelt met haar verliefdheden, haar dromen en haar wanhoop om de vulgariteit van dit wereldje. De panelen van de wanden om haar heen hangen dreigend voorover en ze weet dat ze niet kan ontsnappen. Haar ene poging daartoe, een poedelnaakte gang door storm en regen naar het huis van vriendin Jeanne, was wel wat heftig voor de ingetogen Couperus, maar raakte de kern. Rustpunt in alle turbulentie is de oude mevrouw Van Raat (Marie-Christine de Both) die in een hoekje van het toneel een boek leest, een mooie vondst. Als de naam Laan van Meerdervoort valt (waar zij woont) gaat er een kleine siddering van genot door de Haagse rijen. En daarmee zijn de vier uitgesproken melodramatische bedrijven toch ook een hommage aan de kleine man wiens standbeeld vlak om de hoek van de schouwburg staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden