null Beeld
Beeld

BoekrecensieRoman

Een feest voor de liefhebber van discussie op niveau

De nieuwe Edward St Aubyn is een feest voor de liefhebber van discussies op niveau.

Edward St Aubyn (1960) is een buitengewoon scherpzinnig en goed geïnformeerd schrijver, wiens werk herinnert aan dat van die andere intellectuele highbrow onder de Britse schrijvers, Anthony Burgess. De titel van zijn jongste roman Dubbelblind verwijst naar de wetenschappelijke onderzoekspraktijk waarbij noch de proefpersoon noch de onderzoeker weten wie tot de experimentele groep behoren en wie tot de controlegroep. Het lezen van dit boek is geen sinecure, al doet St Aubyn met zijn ironische, geestige stijl zijn uiterste best om deze ideeënroman leesbaar te houden.

Toch voelt het met name in het begin soms alsof hij zijn hele voorraad kennis uit het wetenschappelijk tijdschrift Nature over de lezer uitstort. Hij snijdt op hoog, vaak academisch niveau echt van alles aan wat de wetenschappelijke wereld vandaag beroert op de terreinen van ecologie, genetica, psychoanalyse, neuropsychologie. Geen #MeToo in dit boek, geen Black Lives Matter, dit zijn hogere regionen dan maatschappelijke onrust.

Kapstokken van ideeën

Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij voor zijn hoofdpersonen niet in de troebele vijver van de psychologie heeft gevist, maar kiest voor uitgesproken, heldere en intelligente, welbespraakte individuen, prototypes van gezond verstand en gevoel. Ze zijn eerder dragers, kapstokken van ideeën dan wankelmoedige mensen van vlees en bloed.

Dat kun je best een bezwaar van St Aubyns aanpak noemen, per slot van rekening is de mens niet uitsluitend zo’n helder vat van kennis, inzicht en beheerste emotie. Maar voor wie eens geen zin heeft in oeverloze beschouwingen over de menselijke geest, voor de liefhebber van discussies op niveau, is Dubbelblind een feest om te lezen, terwijl je er en passant ook nog wat van opsteekt.

Edward St Aubyn Beeld
Edward St Aubyn

Dubbelblind speelt zich dus af in kringen waar niemand op z’n mondje is gevallen. Francis, een ecoloog die experimenteert met een puur en verwilderd ecosysteem, heeft een relatie met Olivia, begaafd genetica en geadopteerde dochter van een stel bekwame (en rijke) psycho-analytici. Vriendin Lucy, weliswaar gediagnosticeerd met een hersentumor, begint een relatie met haar baas Hunter, iemand met grootse plannen omtrent de toekomst van de menselijke geest.

De onderlinge contacten van deze uitverkoren slimmeriken worden gekenmerkt door vlijmscherpe wisecracks maar ook door regelrechte academische overwegingen, zoals deze van Francis: “net als de kat in Schrödingers befaamde gedachte-experiment, bevond het homoniem zich in een eigen gedachte-experiment, en of het refereerde aan een wereld die onafwendbaar was of volitief, hing in dit experiment af van de vraag of de beschouwer was gericht op causaliteit of bewustzijn”.

Lieve onnozelaars

Niet van de straat dus. Het klinkt soms bijna ironisch hoe goed ingewijd St Aubyns personages zijn, alsof hun bedenker het wetenschappelijk bedrijf toch ook enigszins op de hak wil nemen, een gedachte die misschien gevoed wordt door het feit dat de schrijver in zijn vorige roman, Met stomheid geslagen, de spot dreef met de quasi-culturele maar oppervlakkige wereld van het literaire bedrijf.

Het is duidelijk dat deze roman vooral over wetenschappelijke aspiraties gaat. Niettemin zijn de hoofdpersonen nadrukkelijk en enigszins zwart-wit ten prooi aan menselijke affecten, Olivia raakt zwanger en vraagt zich af of ze het kind moet houden, Francis wordt beproefd door een flirt met een onweerstaanbare vrouw, Hunter stuurt een corrupte en cocaïne-snuivende medewerker de laan uit. Je zou kunnen concluderen dat St Aubyn ook de keerzijde van al die intellectuele scherpzinnigheid heeft willen schilderen; dat zal ook de reden zijn dat hij naast zijn ultra slimme hoofdpersonen de schizofreen Sebastiaan en de lieve, onnozele abt Guido heeft gefabriekt. personages uit een andere, minder hooggestemde cultuur, die er voor het verhaal eigenlijk niet echt toe doen, Ze vallen vreselijk uit de toon, maar ik ben ervan overtuigd dat St Aubyn dat met opzet zo heeft gedaan.

Een zekere Jim zegt ergens in deze roman “Wetenschap is meestal gezond verstand met een ongezonde dosis moeilijke woorden”. Het zou weleens een gedachte van de schrijver kunnen zijn, want hij eindigt zijn roman met de schizofreen Sebastiaan, die erachter komt dat de wereld toch niet alleen uit monsters en demonen bestaat. Genoeg reden voor een onvertaald filmcitaat als slotconclusie: ‘It was enough to make a grown boy cry’.

Zo eindigt deze hoog-intelligente en soms subtiel satirische roman toch nog met een gewoon goed gevoel. Het menselijk tekort de deur gewezen, niet door hoog intelligente wetenschappers, noch door de lieve onnozelaars dezer wereld die beiden, met een blik op de titel, blind zijn, maar gewoon door de mooie menselijke ervaring. Het voelt als een troost na al dat verbale en intellectuele vuurwerk van St Aubyn.

null Beeld

Edward St Aubyn
Dubbelblind
Vert. Nicolette Hoekmeijer. Prometheus; 288 blz. € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden