Poëzie

Een feest van een boek

Ik wou dat Maud Vanhauwaert mijn stadsdichter was geweest. En dat we dan in mijn stad een spelletje ‘You’ll Never Guess Who’ hadden kunnen spelen. Een hedendaagse variant op het populaire ‘Wie is het?’ waarbij Vanhauwaert de getekende plaatjes van ‘Bill’, ‘Claire’ en ‘Joe’ verving door foto’s van mensen die op de vraag ‘Is het een man?’ of ‘Is het een vrouw?’ geen ‘ja’ of ‘nee’ konden antwoorden. Een spel om tegenstellingen in vraag te stellen, speels, zoals ook het bijbehorende gedicht dat deed: “soms ben ik een man / die danst als een vrouw / soms ben ik een vrouw / die danst in een trant / dat een man denkt (…)”

Vanhauwaert was stadsdichter van Antwerpen van 2018 tot 2019, en daarvan is nu een schitterend boek verschenen, een catalogus die veel meer is dan een naslagwerk. Een boek, ik durf het bijna niet te zeggen, om gelukkig van te worden. Omdat Vanhauwaert zo intelligent en serieus en licht en geestig laat zien wat poëzie is, wat poëzie kan doen. Of meer, ze laat verschijningsvormen zien die poëzie kan aannemen. Op papier, in de publieke ruimte, in hoofden van mensen. “Poëzie is: het alfabet naar je hand zetten.”

In haar eerste stadsgedicht waren die letters naar de randen verdreven. Letterlijk. Woorden fungeerden daarin als lijst om een witte vlakte. “want het is in onze sprakeloosheid / dat wij elkaar het best verstaan”.

Dat wit vulde zich in de loop van het stadsdichterschap met ideeën, beelden en plekken – Vanhauwaert ging tal van samenwerkingen aan, met beeldend kunstenaars en vormgevers.

Poëzie inzetten als bemiddelaar

Er werd van haar verwacht te reageren op de actualiteit. Dat deed ze, maar zo dat het de gelegenheid oversteeg. Grote thema’s ging ze aan, van migratie tot klimaatprotesten tot dekolonisatie, maar niet om de discussie op scherp te stellen. Poëzie zette ze in als bemiddelaar: “poëzie als een soort shortcut om tot een wezenlijke ontmoeting te komen”, om een van haar eigen sprekende typeringen te gebruiken.

Ze bouwde een Toren van Babel. Om de meertaligheid van de stad te vieren – iets wat ze ook op zoveel andere plekken deed: “Wij wonen in één stad in vele talen / maar meer nog wonen wij allen / in ons eigen hoofd dat soms een stad vormt / op zich, met gedachten in al te korte // bochten, monumenten van herinneringen”.

Ze bedacht het ontroerende ‘Kleurboek van opa’s en oma’s die er eigenlijk nog altijd zijn’ waarbij tekenares Mila van Goethem van foto’s van grootouders kleurplaten maakte. Nabestaanden konden zo met viltstift of kleurpotlood hun dierbare opa of oma opnieuw kleur geven, levend maken.

En zo staan er nog zoveel projecten, ideeën en gedichten in ‘Het stad in mij’ die laten zien wat kunst kan. Wat poëzie kan. En voor wie denkt: klopt dat wel ‘het stad’? Jazeker. Zoek maar na, in dit feest van een boek.

Lezer, letters zijn niets meer
dan wat muizenstrontjes
sporen van een schrijver
die al lang vertrokken is

maar zodra je begint
klitten ze samen tot lettergrepen
jongleren ze met de kegels
maken torens met de staafjes

in je ogen, lezer

er hangt een doodse stilte
tussen de kaften, sla ze open
geef je stem aan de woorden
die je zwart op wit zeggen

niets in deze wereld is zwart-wit

Maud Vanhauwaert

Maud Vanhauwaert
Het stad in mij
Das Mag; 370 blz. € 37,50 

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden