Review

Een feest met salonmuziek

AMSTERDAM - Vier topzangers en twee gerenommeerde pianisten: er stond zondagavond voor een fors kapitaal aan musici op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw. En dat terwijl de avond het karakter had van de intieme negentiende-eeuwse burgerlijke salon, waarin amateurs zich zingend en pianospelend vermaakten.

Sandra Kooke

Voor veel pianisten is quatre-mains spelen het leukste dat er is. Met z'n tweeën achter de piano bekvechten over het tempo; gebots en geduw, gewenste en ongewenste intimiteiten. Dan zijn daar de prangende vragen: wie slaat de bladzijden om en wie speelt de moeilijke partij en wie de makkelijke?

Quatre-mainsspelers zijn een uitstervend soort. Muziekavondjes met en voor vrienden, zoals in de negentiende eeuw werden gehouden, bestaan vrijwel niet meer. Er zijn geen amateurmusici meer, die op niveau kunnen zingen en spelen. En luisteraars prefereren een cd van een ster boven hun goedwillende vrienden. Vandaar dat zich nu de paradoxale situatie voordoet dat je je naar de grote zaal van het Concertgebouw moet begeven om de sfeer en de muziek van de salon te horen.

Pianist Julius Drake opende zondagavond een serie, die hij wijdt aan liederen van Johannes Brahms, met een avondje typische gezelschapsmuziek van Brahms en Robert Schumann. Zijn gasten waren de sopraan Sybilla Rubens, de mezzo Angelika Kirchschlager, de tenor Ian Bostridge en de bariton Thomas Quasthoff. Zijn partner achter de piano was Bengt Forsberg, die net als Drake een uitstekend liedbegeleider is. Zonder dat er divans, tafeltjes en bijpassende kleren waren aangerukt, gedroegen de musici zich als op een avondje thuis. Er werd amicaal gedaan, voor elkaar geklapt, er werden kusjes uitgedeeld en glaasjes water voor elkaar ingeschonken.

Drake en Forsberg komen kennelijk al lange tijd bij elkaar over de vloer, te oordelen naar hun vrijwel vlekkeloze samenspel. Desalniettemin was het verschil in karakter tussen de twee mannen opvallend. Drake's spel was veel karaktervoller en klankrijker. Zolang Forsberg de baspartij en Drake de discant (rechts) speelde, was de balans goed. Andersom klonk Forsberg vlak en ietwat onbeduidend.

De zangers waren van een niveau waar ze vroeger in een salon alleen van konden dromen, met Bostridge en Quasthoff net iets geraffineerder en interessanter dan de twee dames. De zangers genoten duidelijk van de kans om dit repertoire eens in een concertzaal te kunnen zingen en ze lieten zich door elkaar opzwepen tot grote expressie. In de 'Vier Duette' opus 28 voor mezzo en bariton, van Brahms, de 'Spanische Liebeslieder' opus 138 van Schumann en de 'Vier Duette' opus 78 voor sopraan en tenor van Schumann kwamen de zangers alleen of groepsgewijs aan de beurt. Pas in de heerlijke 'Liebeslieder, Walzer' opus 52 van Brahms klonk het hele ensemble. Toen kwam het subtiele spel van tempowisselingen en van het mengen en uiteenwaaieren van klanken pas goed op gang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden