Column

Een enkele keer verbeeldt een schilder je jeugdobsessies

Rob Schouten. Beeld Maartje Geels

Duivels en demonen zijn úit. Ze leiden in onze moderne, rationele tijden zo te zien een ambteloos bestaan. Maar dat kan natuurlijk best een truc zijn, een nieuwe vermomming, die van de onzichtbaarheid. Sinds mijn vader mij in mijn jeugd vertelde dat hij in zijn eigen jeugd, samen met zijn zuster, de duivel door de dakgoot in zijn ouderlijk huis te De Bilt had zien lopen, zag ik hem ook.

’s Nachts door het zolderraam, en hij kon ook best eens onder mijn bed liggen, klaar om mij te grijpen zodra ik opstond. Etymologisch komen diabolos, duivel, en theos, God, van de zelfde stam DV, die ook de woorden ‘twee’ en ‘dubbel’ heeft opgeleverd. Freud beschreef de vaderfiguur als het individuele prototype van God en duivel. Enfin: niet zo gek dus dat mijn vader, dominee Schouten, ermee aankwam.

In onze boekenkast stond ‘De strijd met den duivel’ van Kurt Baschwitz, dus dan moest hij ook ergens zijn. En iets later, bij Vestdijk, las ik in ‘Een moderne Antonius’ over demonen die bijvoorbeeld op vliegtuigvleugels zaten, en opperkelner Leenderts uit ‘De kelner en de levenden’ die de duivel zelf bleek te zijn. Hoe moest je hem tegemoet treden?

Weer Vestdijk, in ‘Surrogaten voor Murk Tuinstra’ waarin Anton Wachter ‘er alleen in slaagde zijn slaapkamerdeur te bereiken, wanneer hij de melodie neuriede van de ‘Serenade’ uit ‘Faust’, die door de duivel gezongen werd en dus ook wel tegen het duivelse zou beschermen’. Je kon hem dus het best bestrijden met zichzelf.

Een hedendaagse kunstenares die er, als een der weinigen nog, mee bezig lijkt te zijn, is Neel Korteweg. Fascinerend werk vind ik dat. In een vroegere fase maakte ze van zaken uit zee nieuwe filigreinfijne creatuurtjes, die me eerst geruststellend leken maar hoe langer ik ernaar kijk, hoe demonischer ze worden. Licht-demonisch dat wel.

Haar jongste werk is wat dat betreft ondubbelzinniger. Neem het schilderij ‘De engelenval’: de schilderes zelf, totaal overwoekerd door wriemelende wezens, dat verwijst naar een ander schilderij ‘Zelfportret met demonen’ waarin ze nog duidelijk herkenbaar met palet en penselen staat, maar intussen is de duim door het paletgat een demon geworden te midden van andere duiveltjes die als een zware bui neerstorten.

Zwarte romantiek, niet bepaald de favoriete stijl van de hedendaagse kunst maar deze kunstenares trekt zich daar niks van aan. Haar werk zit vol sirenes, loreleis, zeemeerminnen (met hun staart over hun kop getrokken!), duivels en gargouilles. En dat mag dan een zaak van het onderbewuste geworden zijn, dat ook trouwens geen beste tijden beleeft, heb ik het gevoel, ze zijn bij Neel Korteweg nog steeds te zien.

Een heel enkele keer heb je dat, dat een schilder de obsessies uit je jeugd verbeeldt. Je lacht er inmiddels misschien wel om maar het is toch een beetje een zenuwachtig lachje. Je kunt het maar beter goed tot je laten doordringen in plaats van er met een sceptische boog omheen lopen. Laat ik er dus maar goed naar kijken, op de tentoonstelling ‘Zwaar licht’ van Neel Korteweg in Antwerpen (Wouter de Bruycker Fine Arts & Gallery).

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden