Een eigen museum voor Ronde van Vlaanderen

Voor de Vlamingen is de Ronde van Vlaanderen zoiets als de Elfstedentocht voor de Friezen en de rest van Nederland. Met dit verschil dat de bekende wielerklassieker ieder voorjaar wordt gereden, ongeacht de weersomstandigheden. Op 6 april gebeurde dat al voor de 87ste keer. Het vroor niet en de zon scheen.

door Bert Schampers

De Ronde is een monument. Geen wonder dus dat de Vlamingen dit stukje wielerhistorie willen bewaren voor de huidige en toekomstige generaties. In het mooie Oost-Vlaamse stadje Oudenaarde loopt een permanente tentoonstelling over deze wielerwedstrijd. Geen oubollig zaaltje met een paar oude fietsen en versleten wielerattributen, maar een modern centrum met computers en beeldschermen in een eigentijds decor.

Elke bezoeker kruipt, gevraagd of ongevraagd, in de huid van zijn of haar wielerheld. Wie een kaartje koopt, kan vooraf kiezen welke van de twaalf uitverkoren Ronde-winnaars hij op zijn tocht door het museum wil volgen. Zo kom je alles te weten over de lotgevallen van Jan Raas of Eddy Merckx tijdens een van hun overwinningen.

Mijn kaartje vermeldt de naam van Eric Vanderaerden. Als ik de streepjescode onder een leesapparaat houd, begint zijn verslag van de Ronde van Vlaanderen 1985, het jaar dat Vanderaerden won na een heroïsch gevecht tegen de natuurelementen. Het regende en het was bitter koud.

Na een introductiefilm, met mooie zwart-witbeelden en meer recent filmmateriaal, kom je in de sfeer van een grote wielerwedstrijd. In de expositieruimte is het een kakofonie van wielergeluiden, hijgerige verslaggevers, renners die woorden stamelen, uithuilen en hun geluk niet op kunnen.

Op panelen, computerschermen en monitoren wordt informatie gegeven over de uitrusting, voeding, communicatie, invloed van de media en commercie, afzien en lijden.

De koers van vandaag is een hele andere dan die van 23 mei 1913, toen in Gent 'smorgens om 6,15 uur 37 renners aan de start verschenen voor een rit van 324 kilometer. De Vlaming Paul Deman werd twaalf uur later tot winnaar uitgeroepen.

Interessant is het onderdeel over de voeding. Werden in de jaren veertig en vijftig voor elke wedstrijd vooral biefstukken naar binnen gewerkt, vandaag de dag bestaat het basisvoedsel van elke renner uit pasta, granen, zuivel, fruit en energiedrankjes. De tijd dat de carnivoren hun koerstrui, zelfs na een zwaar ontbijt, ook nog volstopten met rijsttaartjes voor onderweg, is wel voorbij.

Het centrum schenkt uiteraard aandacht aan de taaie, met kasseien geplaveide, Vlaamse heuvels, zoals de 500 meter lange Koppenberg met een maximale stijging van 18,5 procent. De drie meest voorkomende soorten kasseien zijn de porfier, gres en graniet.

Wie het aandurft, kan op een computergestuurde fiets plaatsnemen en in het spoor van Johan Museeuw of Peter Van Peteghem de Oude Kwaremont beklimmen.

Mijn 'held' Vanderaerden met zijn immer geblondeerde en gepermanente kapsel stond na zijn zege in 1985 verkleumd en met klapperende onderkaak de televisie te woord. Hij hunkerde nog slechts naar een warm bad en een vette hap. ,,Onderweg naar huis stopte ik aan de frituur. Zo'n grote zak met mayonaise. Dat had ik wel verdiend.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden