Review

Een eend is geen Superman

De serie Bizonboeken bestaat uit verhalen die op maat zijn gemaakt voor kinderen van verschillende leesniveaus die toch een dik boek willen. Om er een te schrijven, moet je aan veel regels voldoen. Zo zijn bijvoorbeeld de lengte van het verhaal en zelfs de maximale lengte van zinnen vooraf bepaald. Daardoor is het moeilijk soepel te vertellen, maar Rindert Kromhout heeft er in 'Super Duck valt aan!' geen last van. Natuurlijk worden zinnen soms in stukjes gehakt waar je die in een 'gewone' roman heel zou laten, en blijven uitgebreide beschrijvingen achterwege. Om het verhaal binnen de aangegeven hoeveelheid pagina's te houden, is er bovendien amper tijd voor rust, wat veel kinderen overigens juist prettig zullen vinden.

'Super Duck valt aan!' gaat over David, die gepest wordt op school en een eend als vriend heeft. Die eend heeft hij gevonden toen ze nog klein was en door haar moeder verlaten. In zijn dagdromen groeit de eend in benarde situaties uit tot een heuse Superman, waarna alle kinderen uit de klas bewonderend naar David opkijken. “Stel je eens voor dat het echt waar was. Super Duck die dieven verslaat. De hele klas die trots op David is. Dat zou geweldig zijn. Maar het is niet waar. Ze zijn niet trots op David. Ze vinden hem een bang jochie. En dat is hij ook.” In werkelijkheid blijkt juist Super Duck kwetsbaar wanneer hij wordt gevangen door de pestkoppen Bas, Bob en Fred, en is het David die hem moet redden, wat hij pas durft als zijn woede immens is. Daarna is het pesten over; de klas is trots op iets wat hij zélf heeft gedaan: opstaan tegen zijn pestkoppen. David ziet dat de jongens die in zijn gedachten zo groot en sterk waren, eigenlijk niets meer of minder zijn dan hij. 'Super Duck valt aan!' is luchtig, met een moraal en laat je met een tevreden gevoel achter.

Het lijkt alsof een Bizonboek gemakkelijk volloopt door de korte zinnen die per regel worden gebruikt, maar 'Pieterse en Pim' van debutante Nicolette Smabers bewijst dat het zo niet werkt. De man Pieterse en zijn sprekende hond Pim hebben honger op zondag, wanneer de winkels gesloten zijn. Nadat Pim een bladzijde van de kalender heeft gescheurd denkt Pieterse dat het tóch maandag is, waarna ze in een bus stappen op weg naar het centrum. Vervolgens vallen ze van het een in het ander, zonder dat het ergens toe leidt. Dat is een gemis. Onnodige teksten moeten een geforceerde brug slaan tussen de verschillende 'gekkigheden' waarin geen lijn zit en die geen doel hebben.

Nee, dan is het leuker te volgen hoe de bewoners van de Hubbelstraat en bejaardencentrum het Hubbelhof samen strijden tegen een parkeerplaats die de gemeente wil aanleggen op hun Hubbellandje. Anke de Vries voert in 'Heibel in de Hubbelstraat' een veelheid aan mensen op, wat in het begin overdondert, maar waardoor het tegelijkertijd precies de straat wordt die De Vries wil neerzetten. “Vroeger was de Hubbelstraat een rustige straat. Nu is het een straat vol lawaai. Vroeger stonden er bomen in de straat. Die zijn nu allemaal gekapt. Er staan auto's, brommers en fietsen in hun plaats. De Hubbelstraat is druk en rommelig. Eigenlijk wonen er veel te veel mensen; de straat puilt uit. Toch komt er vandaag nóg een gezin bij.”

Omdat de personages er gewoon zijn, nauwelijks worden geïntroduceerd en bovendien steeds door elkaar praten, duurt het even voordat ze van elkaar te onderscheiden zijn. Maar zodra aanleg van de parkeerplaats dreigt, krijgt iedereen een eigen taak en is beter duidelijk wie wat doet en waarom.

Tegelijkertijd heeft De Vries ervoor gekozen nauwelijks te vertellen welke emoties bij de personages spelen. Dat werkt in de schijnbare chaos ontzettend goed, omdat het het nonchalante effect heeft van nuchtere humor. “Leo is bezig bij de bosjes. Hij slaat een paal in de grond met een bordje erop. 'Toilet - vijftien cent', staat er. 'Waar is het toilet dan?' vraagt Rashid. 'Daar.' Leo wijst naar de bosjes. 'Hartstikke duur, vijftien cent', zegt Rashid. 'Hartstikke goedkoop, zul je bedoelen. Overal kost het een kwartje. Maar bij mij mag je voor vijftien cent.' 'Ze kunnen je allemaal zien', zegt Rashid. 'Ik zorg wel dat niemand kijkt', zegt Leo.”

De schrijver die weet wat interessant of onontbeerlijk is voor zijn verhaal, lukt het om binnen de aangegeven grenzen niet alleen veel te vertellen, maar zelfs om grapjes te maken of te ontroeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden