Review

Een echte tuinier gaat niet met vakantie

Toen ik een aantal jaren geleden een volkstuin kocht en vol goede moed in mijn nieuw verworven bezit om me heen keek, kwam ik tot de angstige ontdekking dat ik geen idee had wat ik met al dat fraais aan moest. Hier moest van alles worden geharkt, gesnoeid, geknipt, gegraven en geplant, zoveel was mij duidelijk. Maar hoe en wat? Niet getreurd. Korte tijd later was ik jarig en dus stonden er op mijn verlanglijstje alleen maar tuinboeken. Tuinboeken, ontdekte ik toen, zijn er in verschillende categorieën. Ten eerste de prachtige plaatjesboeken van enorme tuinen (meestal in Engeland) waar mijn volledige volkstuincomplex in zou passen. Watertandend mooi, maar erg onpraktisch. Dan zijn er encyclopedische boeken met alle plantensoorten. Die zijn al een stuk nuttiger, hoewel het wonderlijk is dat de eenvoudigste plantjes uit het naburige tuincentrum ineens blijken te ontbreken. Daar moet je er dus een een hele rij van hebben om een beetje volledig te zijn.

Dan zijn er de boeken zonder foto's, of hele saaie in zwart-wit, en met getekende plaatjes. Die vertellen alles over snoeien, spitten, sproeien, enten, afleggen, of vijvers en terassen aanleggen; het zijn boeken die soms meer vragen oproepen dan ze kunnen beantwoorden: wat is het derde oog? een geseltak?

Ten slotte zijn er de boeken helemaal zonder plaatjes. Die blijken vaak de meeste vreugde te bieden. Er zijn boeken met complete filosofische verhandelingen, over de composthoop bijvoorbeeld (Michael Pollan); er zijn de geestige, luchthartige, maar toch heel leerzame boeken van tuinders als Romke van der Kaa, Paul Geerts en Christopher Lloyd. En nu kreeg ik laatst een boekje in handen waarin het nu eens niet zozeer over de tuin en de planten, alswel over de tuinier gaat. Een antropoplogisch werkje over de species die altijd met zijn kont naar de zon staat.

De schrijver, Karel Capek, beschrijft de worstelingen met de tuinslang; de zorgen van de tuinier op vakantie; de angst voor lege plekken, die worden opgevuld waarna de arme tuinier ontdekt dat er allang iets stond dat hij was vergeten. De schrijver gaat de seizoenen af, en al zijn die in Tsjechië natuurlijk iets kouder respectievelijk warmer dan hier, het blijft allemaal heel herkenbaar.

Het boek is geschreven in 1929, maar ondanks alle rages die er sindsdien in de wereld van het tuingebeuren hebben gewoed, blijven zijn observaties nog immer actueel. En alleen al zijn geestige tekeningen maken 'Het jaar van de tuinier' de moeite waard .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden