Review

Een echte heer ontfermt zich over muurbloempjes

Ooit trok een beduimeld geel linnen boekje mijn aandacht, in de bak van 'boeken voor een kwartje' op de markt in Hoorn. Het was de tiende druk van 'Hoe hoort het eigenlijk?' door Amy Groskamp - ten Have. Zelden heb ik vijfentwintig hele centen beter besteed, al zou mevrouw Groskamp haar beschaafd geëpileerde wenkbrauwen licht hebben gefronst bij het aanschouwen van de deplorabele staat waarin zich haar pennenvrucht bevond, immers ,,op boeken zij men buitengewoon netjes', zo staat te lezen op bladzijde 56.

De informatie in het boek is alfabetisch gerangschikt: van 'aalmoezen geven' komt de lezer via 'autorijden met gasten', 'brieven (adresseren van'), 'kwitanties (betalen van)', 'personeel', 'trouwdéjeuner', 'verloving (verbreken van)' en 'woorden die men niet bezigt' uiteindelijk terecht bij 'zwijgen' op bladzijde 327.

Amy Groskamp gaat in 'Hoe hoort het eigenlijk?' uit van een situatie die de meesten van ons niet meer kennen, maar die in haar tijd normaal was. Een beetje huishouden had personeel, al was het maar een meisje voor halve dagen. Een huishouden van stand had een chauffeur, ook al waren daar natuurlijk ook weer verschillende varianten van: ,,De chauffeur, die tegelijkertijd als huisknecht, tuinman en stoker van de centrale verwarming optreedt, neemt een geheel ander positie in dan de chauffeur, die enkel en alleen voor de garage in dienst genomen wordt.

De eerste is intern en feitelijk meer huisknecht dan chauffeur. Hij gebruikt de maaltijd met het personeel in de keuken, tenzij hij boven de garage of in een aparte chauffeurswoning in de nabijheid van het herenhuis woont. De chauffeur die uitsluitend met de zorg van de wagen(s) is belast, is extern. Hij zorgt zelf voor kost en inwoning en krijgt daarom naar verhouding dan ook een hoger loon dan het overige personeel.'

De werkkleding van het personeel diende de werkgever te verschaffen, let wel, in bruikleen, niet in eigendom. Het vrouwelijk personeel droeg ,,een fris blauw katoentje met een helder witte schort en voor des avonds of des Zondags de zwarte japon met wit schortje'. De huisknecht draagt in de morgenuren ,,het bekende roze en witte-gestreepte jasje (in zijn werk een effen blauwe voorschoot waarmede hij echter nooit opendoet). Bedient hij aan de lunch dan verwisselt hij dit voor een blauw colbert-pak, waarbij een geel en zwart gestreept vest wordt gedragen met nikkelen knopen.' Als de knecht in rok dient, draagt hij daarbij een zwart vest en een zwarte das (dit ter onderscheiding van de heer des huizes, die bij een rok ,,nooit anders zal dragen dan een witte das en een wit vest'). De knecht heeft dan geen tresband op de zijnaad van de pantalon en draagt wit parelmoer overhemd- en manchetknopen.

Het lezen van dergelijke aanwijzingen en beschrijvingen zal bij menige lezer een glimlach teweegbrengen, maar wie denkt dat mevrouw Groskamp - ten Have (Amy voor haar vrienden) het bij dit soort uiterlijkheden laat, doet haar tekort. Uit 'Hoe hoort het eigenlijk?' komt zij naar voren als een kordate vrouw met een groot practisch inzicht in wat de gemiddelde medemens aangenaam is of kan krenken.

Het laatste wordt de lezer op ferme toon als zeer afkeurenswaardig voorgehouden: ,,Een gefortuneerde gastvrouw, die tegen een arme vriendin die een uur loopt omdat zij het tramgeld niet kan missen, zegt: '...het geld voor de tram zal ik je teruggeven als je maar komt, hoor, die paar dubbeltje betekenen voor mij toch niets' - zo'n gastvrouw geeft blijk van een groot gebrek aan tact.'

Op vrijwel elke willekeurige bladzijde vallen zinnige opmerkingen te lezen: ,,De werkelijk welopgevoede man zal zich af en toe ook eens over de muurbloempjes ontfermen', staat er in het hoofdstukje over dansen.

Het vermakelijke van 'Hoe hoort het eigenlijk?' is dat er een vervlogen tijd uit naar voren komt die menigeen zich nog vaag weet te herinneren. Opa en oma hadden personeel of waren huisknecht, chauffeur of dienstmeisje. Bij het lezen van de gedetailleerde aanwijzingen voor diners en kleding komt er ineens weer kleur in de vergeelde foto's van weleer: zo was het echt, zo gedroeg men zich.

De algemene adviezen van de schrijfster hebben nog steeds niet aan waarde ingeboet. ,,De vrees anderen te hinderen of te kwetsen is de grondslag van alle ware wellevendheid', stelt zij, om vervolgens een lange reeks situaties te schetsen waarin deze grondslag uitdrukking vindt in praktisch handelen. De voorbeelden zijn vaak ouderwets, maar de gedachte erachter is universeel, dat tilt 'Hoe hoort het eigenlijk?' uit boven zijn eigen tijd en maakt het voor mij tot een van de waardevolle boeken van dit millennium.

Een woord tot slot: Het spreekt natuurlijk voor zichzelf dat de knecht in goede stijl geen snor draagt. . . Maar dat wist u natuurlijk al.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden