Klassiek & Zo

Een dure Eurovisie-les voor de Britten: een lied in C-majeur kost je punten

In de behoorlijk euforische slipstream aan nieuwtjes en feitjes over het gewonnen Eurovisie Songfestival buitelden deze week allerlei leuke lijstjes over elkaar heen. Statistiekjes, grafiekjes, je kon het zo gek niet bedenken of er was wel een soort onderzoekje naar gedaan. 

Eén lijstje viel nogal op en nee, dat was niet de grafiek van het waterverbruik in Amsterdam, waaruit het toiletbezoek gedurende de lange songfestivalavond kon worden afgeleid. Die grafiek bleek helaas geen direct verband te leggen tussen massaal geplas en het tijdstip dat de ergste zeikliedjes langskwamen. Kijk, dat was nou eens leuk geweest, een soort televoting via het doortrekken van de wc.

Nee, het lijstje dat ik bedoel, ging over een veel serieuzer onderwerp, en wel over toonsoorten. Over de wondere wereld van majeur en mineur, over grote terts en kleine terts. Een fan in Groot-Brittannië heeft een onderzoek gedaan naar de toonsoorten van de liedjes van het Songfestival en kwam tot een opvallende ontdekking. Aanleiding voor zijn onderzoekje was de laatste plek dit jaar voor het Verenigd Koninkrijk. Het liedje ‘Bigger Than Us’, gezongen door Michael Rice, kon Europa zaterdag absoluut niet overtuigen. In kwaliteitskrant The Guardian werd zelfs gesproken over ‘een nationale vernedering’.

Moduleren

Volgens de onderzoeker kwam dat niet doordat Europa het Verenigd Koninkrijk voor de brexit op zijn plek wilde zetten, maar omdat het liedje was gecomponeerd in C-majeur. Tot overmaat van ramp moduleerde de song naar een halve toonsoort hoger toen er driekwart van was gezongen. Ouderwetser kan het bijna niet. Want winnende liedjes staan niet meer in een majeur toonsoort en al helemaal niet in C-majeur, noch moduleren ze naar het slot toe, teneinde de zanger extra mogelijkheden te geven om nog hoger (en luider) uit te pakken.

Dat moduleren, dat is wel een dingetje. Pakweg vijftien jaar geleden kon je daar in elk liedje dat op het Songfestival werd gezongen op gaan zitten wachten. Het was een muzikale wetmatigheid, houvast en voorspelbaarheid ineen. Het equivalent van een barokke da capo-aria, die altijd in ABA-vorm is geschreven en waarin het A-gedeelte met vocale versieringen – de hedendaagse ad-libs – wordt herhaald. Ware kunstenaars spelen met zo’n vorm, zoeken de grenzen op, hollen die van binnen uit. Bij het Songfestival blijkt nu zo’n revolutie gaande te zijn.

De modulatie is dus hopeloos ouderwets, zegt de Britse onderzoeker. Niet doen, want het kost je punten. Net als een majeur toonsoort. Het bewijs: de landen in de topvijf hadden dit jaar allemaal een mineur liedje, zonder voorspelbare modulatie. In Europa blijkt C-majeur failliet. Verder bewijs daarvoor is het lied van Duitsland, ook in C-groot, dat van de publieksjury geen enkel punt kreeg en net boven Groot-Brittannië eindigde.

Over het effect van toonsoorten is veel discussie, ook in de klassieke muziekwereld. Mineur wordt vaak in verband gebracht met introspectie en verdriet. Maar de vrolijk-buitelende ouverture ‘A Midsummer Night’s Dream’ van Mendelssohn staat in mineur, het treurige ‘Largo’ in Dvoráks Negende symfonie klinkt juist weer in majeur. En Orpheus’ intens verdrietige aria in Glucks opera, waarin hij zich afvraagt wat hij zonder zijn dode Eurydice moet aanvangen, staat zelfs in C-majeur. Maar deze aria is gelukkig wel ‘groter’ dan het Britse ‘Bigger Than Us’. 

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden