Een briljante schrijver die zichzelf in de weg zat

Frans Kellendonk.Beeld Steye Raviez, Hollandse Hoogte

Slechts 39 jaar oud was Frans Kellendonk toen hij in 1990 stierf aan aids. Ondanks zijn korte leven geldt hij als een van de grootste schrijvers van zijn generatie, zegt biograaf Jaap Goedegebuure, die Kellendonk schetst als een tragische provocateur met een verrassende maatschappelijke betrokkenheid.

Als ongenaakbaar mooie man kreeg Frans Kellendonk (1951-1990) ruime belangstelling van beide seksen. Toch ging de schrijver door het leven als een ­‘loner’, gehuld in een cocon van eenzaamheid. Hij snakte naar contact, maar was niet in staat om zich blijvend aan anderen te binden. Die tweespalt maakt hem tot een ‘diep tragische figuur’, zegt biograaf Jaap Goedegebuure, die met Oek de Jong de uitgave van Kellendonks brieven en met Rick Honings een nieuwe versie van Kellendonks verzameld werk verzorgde.

Noodlot

“Zijn eenzaamheid was deels een zelfgezocht pantser en deels zijn noodlot”, aldus Goedegebuure, emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde. “Kellendonk zat zichzelf in de weg, hij was zijn eigen vijand. In ­gezelschap kon hij zwijgen als het graf. Of hij ging zitten provoceren om zijn intellectuele superioriteit te benadrukken. Het was niet altijd gemakkelijk om ontspannen met hem verkeren.”

Als kind, tussen zijn katholieke ­ouders en zussen in Nijmegen, leek Kellendonk nog vrolijk. Maar rond zijn elfde merkte hij dat hij ‘anders’ was: ­gevoeliger, intelligenter, fantasievol. Als telg van een familie van aannemers kon hij thuis nauwelijks praten over wat hem bezighield. Eenmaal op het gymnasium, bij de dominicaner paters, voelde hij dat de kloof zich verdiepte. De puber werd zwijgzaam en ontwikkelde een depressie. De ontdekking van zijn homoseksualiteit kwam daar nog bovenop.

Op aandringen van een psychiater verliet Kellendonk het huis. Hij ging ­intern op het dominicaner internaat, waar zijn schrijverstalent werd gestimuleerd. Na een studie Engels, gevolgd door een letterkundig promotieonderzoek, debuteerde hij in 1977 met de verhalenbundel ‘Bouwval’.

Trefzeker

Daarna ontwikkelde Kellendonk zich snel tot ‘een van de grootste ­schrijvers van zijn generatie’, aldus Goedegebuure. “Veel auteurs die in de jaren    zeventig debuteerden, worstelden met het narcisme. Ze waren weinig maatschappelijk betrokken, leefden voor hun kunst en legden een sterke nadruk op vorm en stijl. In dit milieu sprong Kellendonk eruit. Om te beginnen vanwege zijn mooie, trefzekere en puntige manier van schrijven. Maar na enige tijd ook omdat hij probeerde los te ­komen uit zijn benauwde binnenwereld. Hij gaf in toenemende mate blijk van zijn behoefte aan gemeenschap en maatschappelijke betrokkenheid.”

Kellendonk maakte zich zorgen over het verdwijnen van de sociale cohesie. Wat bleef er over van de vroeger zo ­organisch samenhangende gemeenschap als de kerken leegliepen, het ‘ik’ vooropstond en mensen langs elkaar heen leefden? In zijn essays en interviews klonk steeds vaker de roep om nieuwe verbondenheid, gebaseerd op een eigentijdse versie van de oude christelijke waarden geloof, hoop en liefde.

Polemische bewoordingen

De hang naar een voorbije maatschappelijke werkelijkheid, gepaard met scherpe kritiek op de multiculturele ­samenleving, viel bij velen verkeerd.

Te meer omdat Kellendonk als provocateur opzettelijk polemische bewoordingen koos. Zo zei hij in 1986 in een ­interview: “Een straat waar men op de ene hoek een katholieke kerk probeert te handhaven, op de andere een moskee en nog een hindoetempeltje ergens in het midden, is een straat waar binnen de kortste keren helemaal geen godsdienst en helemaal geen gemeenschap meer zullen zijn.” Met deze waarschuwing, ingegeven door de vaststelling dat er weinig was gedaan om ­migranten te laten integreren, was Kellendonk zijn tijd vooruit, aldus Goedegebuure. Tien tot twintig jaar later viel zijn cultuurkritiek ook te beluisteren bij politici als Bolkestein, Fortuyn, Wilders en Baudet.

Zijn laatste roman, ‘Mystiek ­Lichaam’ (1986), bracht de grootste schok teweeg. Dat lag vooral aan het ­karikaturale personage van een onsympathieke jood. Kellendonk riep daarmee de beschuldiging van antisemitisme over zich af. Ook klonk het verwijt van homohaat omdat hij de homoseksuele liefde wegzette als een parodie op de heteroseksuele. Verder vonden veel ­critici de roman vrouwonvriendelijk.

In een verhit debat werd de schrijver goeddeels van deze aanklachten vrijgepleit, maar nooit volledig. “Kellen­donks werk bleef altijd iets ongemakkelijks houden”, concludeert Goedegebuure. “Dat wilde hij waarschijnlijk ook.”

De schrijver liet zich moeilijk kennen in zijn ware intenties, want hij zei vaak het tegenovergestelde van wat hij ­bedoelde; ironie was zijn tweede ­natuur. Hij was een vat vol tegen­strijdigheden. “Een ongelovige gelovige, ­iemand die het christendom achter zich had gelaten maar er zijn hele ­leven naar terugverlangde. Een homo met een uitbundig liefdesleven die ­tegelijk weinig op had met de homo-emancipatiebeweging. En een stugge persoonlijkheid die na een paar glaasjes ineens spraakzaam en zelfs charmant kon worden.”

Tweeslachtig

Kellendonk was zich terdege bewust van zijn tweeslachtigheid, blijkt uit een interview dat hij gaf nadat hij van ­antisemitisme was beschuldigd: “Er huizen in mij levensdrift en doodsdrift, een ­fanaat en een zachtmoedige, een man en een vrouw, een jood en een ­antisemiet, en ik ben sterk genoeg om dat ­ruziënde zootje in toom te houden.”

Voor zijn werk putte de schrijver veel uit eigen ervaringen, nog sterker dan de biograaf voor mogelijk had ­gehouden. “Als lezer krijg je de indruk dat Kellendonk zijn romans en verhalen grotendeels heeft verzonnen. Neem de familieleden uit ‘Mystiek Lichaam’: de loensende zus, de vrekkige vader, de joodse zwager… Ze maken een weinig realistische indruk. Dat komt doordat Kellendonk zijn karakters tot in het groteske uitvergroot. Het worden karikaturen. Maar al die mensen hebben echt bestaan.”

Het waarheidsgehalte is soms pijnlijk hoog, ontdekte Goedegebuure. “Het homoseksuele personage Leendert Gijselhart uit ‘Mystiek Lichaam’ weet bijvoorbeeld dat hij seropositief is, en toch heeft hij seks met iemand die hij willens en wetens besmet. In Kellendonks dagboek valt na te gaan hoe reëel dat was.”

Kellendonks werk is een spiegel van de Nederlandse samenleving in het laatste kwart van de vorige eeuw, betoogt Goedegebuure. Het uiteenvallen van het gezin in ‘Mystiek Lichaam’ verbeeldt in feite de sociale verbrokkeling. “Kellendonk is geen gemakkelijke schrijver, geen publiekslieveling. Maar hij is erin geslaagd om het persoonlijke te vervormen tot iets universeels en ­algemeen menselijks. Dat is wat grote literatuur vermag.”

Lees ook:

De echte erfgenaam van Frans Kellendonk is Thierry Baudet

‘Vroeger was alles beter’, vindt Thierry Baudet. Die cultuurkritiek heeft Jaap Goedegebuure eerder - en fraaier verwoord - gehoord: bij de in 1990 overleden schrijver Frans Kellendonk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden