Review

Een boek over Shakespeare probeert een verband te leggen tussen het privé-leven van de schrijver en zijn wereldberoemde werken.

De professor Renaissance literatuur aan de Amerikaanse Harvard Universiteit zwaar verkouden. Hij ontvangt zijn gasten in de bibliotheek van het hotel waar hij verblijft, en je zou hem het liefst meteen naar bed brengen. Maar hij blijft dapper op z'n post, hoesttableten als pepermuntjes naar binnen werkend en telkens zijn aangeslagen stembanden schrapend. Vanavond moet hij nog een lezing houden over zijn nieuwste Shakespeare-boek voor het John Adams Institute in Amsterdam.

Stephen Greenblatt (1943) is, zoals dat heet, de leidende figuur in de Verenigde Staten van de stroming in de literaire kritiek die wordt aangeduid met New Historicism. Het is de logische tegenbeweging van het New Criticism, dat in de jaren zestig en zeventig de lakens uitdeelde en met dogmatische stelligheid koos voor 'de vorm' en niet voor 'de vent'. Een gedicht, een roman, een toneelstuk is autonoom: het vertegenwoordigt een eigen, gesloten, fictionele werkelijkheid; de historische achtergrond van de maker en zijn tijd moet je daarvan loskoppelen.

Voor de tegenstanders van deze benadering evenwel wordt de hele cultuur waarin een literair werk is ontstaan, als het ware een tekst die je kunt bestuderen. Omstandigheden in het leven van de schrijver of in de maatschappelijke en politieke situatie van de tijd kunnen heel goed gebruikt worden bij de interpretatie van het literaire werk. Hoe ervaart Greenblatt dit, na een kwarteeuw een nieuwhistoricist te zijn geweest?

Greenblatt: ,,Yale, de universiteit waar ik heb gestudeerd, was in mijn studententijd de kathedraal van de formalistische kritiek en ik ben blij dat ik als een formalist ben opgeleid. Daardoor heb ik scherp leren inzien dat een gedicht, een toneelstuk bij deze benadering een soort van machine wordt waarvan je de werking bestudeert. Nu had ik mij gespecialiseerd in de Renaissance, en de vraag kwam bij me op: wat, als je de stukken, de gedichten uit die tijd nu eens opvat als brieven die aan jou persoonlijk zijn gericht? Brieven van de doden, maar die juist daardoor een biografie in zich hebben. Bij Shakespeare, een man van wiens leven we zó weinig weten en die je tegelijkertijd zó bewondert, maakte die gedachte mij nieuwsgierig naar zijn biografie.”

Het absolute meesterwerk in Shakespeare's oeuvre, weinigen zullen dat ontkennen, is de 'Hamlet' uit 1600 of het begin van 1601. Maar ook vormt de 'Hamlet' een breekpunt in zijn carrière. Een eenvoudig voorbeeld daarvan is dat de dichter een stortvloed aan nieuwe woorden gebruikt, niet alleen in zijn eigen werk, maar ook in de Engelse taal. In dit stuk breekt een enorme energie los, die zich in de jaren daarna zal voortzetten met zijn andere grote tragedies:

'Othello', 'King Lear', 'Macbeth'. Welk verband ziet Greenblatt tussen de 'Hamlet' en het leven van de schrijver? ,,Enkele jaren daarvoor stierf Shakespeare's enige zoon, Hamnet. Die naam, maar dit terzijde, werd in die tijd ook als Hamlet geschreven. Ook werd zijn vader John in 1600 ziek - hij stierf het jaar daarop. Ik denk dat William, toen 36 jaar oud, bezig was met de fundamentele overgangen van leven en dood. Over Hamnet zal hij, naast verdriet, ook schuld gevoeld hebben: Shakespeare leefde immers in Londen en bezocht zijn vrouw en hun kinderen, die hij in Stratford liet wonen, sporadisch. Maar ook het naderend verlies van zijn vader moet hem diep bedroefd hebben gemaakt. Wat we nu zien in de 'Hamlet', is dat Shakespeare de verbeelding van zijn publiek weet te grijpen in die alsmaar uitgestelde wraak van de moord op zijn vader, in zijn doodsgedachten ('To be or not to be'). Eigenlijk is de dood geen moment afwezig in het stuk. Je kunt zeggen dat de 'Hamlet' een transformatie is van Shakespeare's eigen verdriet en pijn van die jaren, ook al ben ik de eerste om toe te geven dat er een speculatief element zit in het leggen van zo'n relatie.”

Zo lijkt Shakespeare's persoonlijke geschiedenis aanwezig in het conflict van de 'Hamlet', de relatie tussen de levenden en de doden. Het valt daarbij op dat hij vrij ver gaat in 'katholieke' beelden die in het protestantse Engeland van koningin Elizabeth taboe waren. Zo zegt de geest van Hamlets vader dat hij ,,gedoemd (is) overdag te vasten en te branden tot de vergrijpen van mijn levensdagen verzoend zijn in het vuur” (vertaling Gerrit Komrij). Dat is nog net niet het vagevuur, dat de protestanten als paaps verzinsel ver van zich wierpen. Omdat Williams vader waarschijnlijk z'n hele leven heimelijk katholiek bleef, kun je je afvragen hoe dit voor de zoon was.

,,Ik denk eigenlijk niet dat Shakespeare als katholiek gestorven is. Hij toont in zijn werk een grote interesse voor spirituele kwesties, maar het is een seculiere belangstelling. Hij is een grootgebruiker van allerlei religieuze voorstellingen, maar voor alles toont hij een diepe verbondenheid met het theater. Zo is hij ook enorm loyaal tegenover de heersende macht, maar in zijn stukken is hij meedogenloos als het erom gaat te tonen wat het betekent om aan de macht te zijn.”

,,Ik ben sceptisch over de mogelijkheid directe verbanden te leggen door bijvoorbeeld de rebellie van het volk in Hendrik V te koppelen aan de commotie rond de executie van de graaf van Essex. Of uit het feit dat Shakespeare gescheiden van zijn vrouw in Londen leefde, en daar ook zijn vele sonnetten voor de derde graaf van Southampton schreef, af te leiden dat hij homoseksueel was.”

,,Wel kun je uit contracten en processen uit de archieven afleiden dat geld in zijn leven een enorme rol heeft gespeeld. Hij heeft het ook tot grote welstand gebracht. Ongetwijfeld was hij bang arm te worden, zoals hij op 13-jarige leeftijd meemaakte toen zijn vader het grootste deel van zijn vermogen verloor. Een van zijn laatste stukken, voordat hij zich terugtrok uit het theater en stil ging leven in Stratford, is 'De Storm'. Het stuk suggereert dat Prospero, in alles wat hij kon scheppen, daartoe in staat was door zijn woede, door het conflict met z'n broer, en door z'n boeken. Op het eiland waar hij terecht is gekomen, ontplooit hij een geweldige technologie. Het is Shakespeare's eiland, waar hij de meester is in het manipuleren van menselijke verlangens, van zijn belezenheid. En net als Prospero geeft hij dit alles op: hij kiest voor het gewone, het alledaagse. Het is een wezenskenmerk van hem: ordinariness, en het is onredelijk in zijn terugkeer naar Stratford het verraad aan het theater van een bourgeois te zien.”

,,Shakespeare was een genie met een grote hang naar het leven van alledag. Zijn aandacht voor de gewone dingen vind je vanaf een vroeg stuk als 'De twee heren uit Verona' via 'Romeo en Julia' en de 'Hamlet' tot 'De Storm'. Hij gaf zijn publiek veel meer dan het nodig had om van zijn stukken te genieten. Als dat niet zo was geweest, behoorde hij nu tot de gewone middenmoot zoals schrijvers als Middleton of Johnson. Terwijl ik Christopher Marlowe zou willen vergelijken met Hiëronymus Bosch, is Shakespeare eerder iemand als een lid van de schildersfamilie Brueghel. In het museum van Athene zag ik een antiek beeld van een wagenmenner. De beeldhouwer had de benen, die je normaal niet ziet omdat ze in de bak van de wagen zitten, met ongelofelijke precisie uitgevoerd. Dat is Shakespeare, genereus alles van zichzelf gevend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden