Review

Een blik in ons vreemde zelf

Onlangs verscheen in Nederland de vuistdikke roman 'Leeg Kwartier. Rub' Al-Khali' van de Duitse schrijver Michael Roes, een ontdekkingsreis in de raadselachtige Oriënt en een confrontatie van het Westen met zichzelf. De roman is verplichte kost voor antropologen, maar werd in Duitsland ook gevierd als een literaire sensatie.

Een luguber bericht in de krant: Mohammad Adam Omar heeft 21 vrouwen verkracht, vermoord en in stukken gehakt. Bij zijn openbare executie krijgt hij tachtig slagen met een leren riem op zijn rug, vervolgens wordt hij van nabij drie keer in de borst geschoten. Als zijn lichaam nog naschokt, krijgt hij een kogel door het hoofd. Getuigen: 50 000 juichende toeschouwers. Plaats van handeling: Sanaa in Jemen.

Niet veel uitgebreider dan hierboven was dit bericht vorige week te lezen in de Bildzeitung, een krant die zuinig is met nuances, maar royaal in effectbejag. Jemen is goed voor zulke verhalen: als er al zoiets als een donker Afrika bestaat, dan is Jemen het donkere Midden Oosten, een oord waar de verlichting niet is doorgedrongen, een oord van barbarij.

Het Bild-berichtje zou me volledig zijn ontgaan als ik niet juist had gelezen in 'Leeg Kwartier - Rub' Al-Khali' van de Duitse schrijver Michael Roes, een alleen al door zijn omvang monumentale roman, die onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen. Jemen is in dit boek reisdoel en plaats van ontknoping. 'Leeg Kwartier' is dus een reisverhaal, en wel één met een klassiek aandoend thema, een reis 'into the heart of darkness' om met Joseph Conrad te spreken. Of iets moderner uitgedrukt: een reis naar het eigen binnenste, naar het ik. Maar het bijzondere aan 'Leeg Kwartier' is dat de lezer nog meer geboden wordt. Het boek heeft een lading die met het woord 'roman' nauwelijks gedekt wordt.

Jemen interesseerde me weinig, we worden al met zoveel exotisme gebombardeerd, maar Michael Roes zuigt je onweerstaanbaar mee, zich moeiteloos van verschillende genres bedienend: nu eens de avonturenroman, dan weer de klassieke etnografie, filosofisch essay (Wittgenstein), fantastische legende en autobiografie. Dat klinkt vermoeiender dan het is, want bij al die genre-overschrijdingen is de structuur overzichtelijk: twee Duitse onderzoekers reizen naar Jemen en houden een dagboek bij van hun belevenissen.

De een, Alois Schnittke, vertrekt eind achttiende eeuw als chroniqueur van een expeditie die op zoek gaat naar de stenen tafels van Mozes, de ander, een jonge antropoloog, gaat tweehonderd jaar later om er Arabische spelen te beschrijven en verzamelen (achter in het boek is zelfs een compleet register opgenomen). Niet alleen levert dit gegeven een verschil op in taalgebruik en stijl (dat overigens in de Nederlandse vertaling knap bewaard gebleven is), maar vooral een verschil in blik, in waarneming. Over die blik gaat dit boek, over ons kijken naar het vreemde, en het bevreemdende in onszelf.

Roes (1960) staat, als ik hem in een Berlijns café ontmoet, aan de vooravond van een nieuwe reis. Hij vertrekt voor twee maanden naar Algerije, om te schrijven en bij te komen van de inspanningen van zijn laatste project: een onwaarschijnlijke verfilming van MacBeth, opgenomen met stamkrijgers in Jemen. Maar hij heeft er geen moeite mee om over 'Leeg Kwartier' te spreken, ook al verscheen het boek in Duitsland al in 1996.

,,Het boek betekende, tot mijn eigen stomme verbazing, mijn literaire doorbraak. 'Leeg Kwartier' was in feite mijn vierde boek, dik, vol met wetenschap, een onding. De eerste drie verschenen bij een kleine uitgever - moeilijke boeken waaraan de uitgever te gronde is gegaan. Ze handelden over de oud-testamentische thematiek van vaders en zonen. Ik heb daarin mijn eigen familie-achtergrond verwerkt, heel serieus allemaal. Ik besloot die episode af te sluiten en een veel speelser werk te schrijven, of althans een spanning tussen ernst en spel teweeg te brengen.'

,,In het kader van mijn promotie in de etnologie leerde ik twee jaar Arabisch en werkte een jaar lang in Jemen om onderzoek te doen. Jemen trok me, omdat het als enige Arabische land nooit gekoloniseerd was, en dus een betrekkelijk pure Arabische cultuur had. In 1964 stelde men in Sanaa de eerste straatlantaarn op en er is tot nog toe nauwelijks toerisme, dat eigenlijk een bijzonder nare vorm van neo-kolonialisme is.'

,,Ik was er in 1994, en kon het land amper verdragen. Ik was permanent ziek, leed aan malaria, had maagklachten en was bijna gestorven. Ik hield het eten niet binnen. Alleen de mensen hielden me op de been. Ik had toen al besloten van mijn proefschrift een literair project te maken: 'Leeg Kwartier' ligt sinds 1996 als proefschrift op de plank van de Freie Universitüt van Berlijn op een beoordeling te wachten.'

Reageerde de literaire wereld met geestdrift, de universitaire zat met het boek in zijn maag. Zo verliest de antropoloog gaandeweg iedere wetenschappelijke distantie en bestaat het dagboek van Schnittke uit een historisch twijfelachtige compilatie van achttiende eeuwse - Duitse - reisverhalen naar de Oriënt, vooral gebaseerd op het werk van Carsten Niebuhr, die (overigens net als Schnittke in de roman) als enige de expeditie naar de reusachtige woestijn Rub'Al-Khali overleefde.

Roes: ,,Schnittke is naar Niebuhr gemodelleerd. Zijn boek 'Reisebeschreibung nach Arabien und andern umliegenden Lündern' uit 1774 is bijna postmodern te noemen. Hij legde een soort vrijzwevende opmerkzaamheid aan de dag, leerde Arabisch en wist zich in tegenstelling tot zijn expeditiegenoten te assimileren. Zijn boek zit vol beschrijvingen van alledaagse bezigheden, spelen, van muziekinstrumenten en kleding. Zijn onafhankelijke en onbevangen blik zag heel veel, meer dan de zogenaamde deskundigen die in het belang van een koloniale mogendheid onderweg waren.'

Het achttiende-eeuwse Duitsland was toen als verbond van kleine staten níet zo'n mogendheid, en dat maakte de Duitse etnografie zo onbelast en bijzonder. ,,Niebuhrs inleiding over hoe men zich in den vreemde dient te gedragen zou een leerstuk voor de hedendaagse toerist kunnen zijn.' Roes prijst de geesteshouding die aan dat werk ten grondslag ligt. ,,Daartoe behoort ook de introspectie - en die is in de oppervlakkigheid van de popcultuur van tegenwoordig verdwenen.'

Schnittke is erg modern. Zo tekent hij in Cairo in zijn dagboek op: 'Ik neem veranderingen bij mezelf waar: geen uiterlijke, onbetekenende veranderingen, neen, veranderingen in de waarneming op zich. Als ik mijn lijf met een huis zou vergelijken, dan was niet alleen de gevel veranderd maar bevond het ganse gebouw zich in staat van verbouwing.'

Roes: ,,Dat is bijna letterlijk uit de Italië-reis van Goethe.' Roes' reizigers in de Oriënt raken op levensgevaarlijke wijze in de ban van het vreemde land, aan het eind vloeien hun dagboeken samen. Schnittke moet tussen de Bedoeïnen overleven, de antropoloog wordt ontvoerd in de troebelen van de Jemenitische burgeroorlog. ,,Dan wordt iedere distantie opgegeven, er bestaat in dit spel geen onderscheid meer tussen simulatie en werkelijkheid.'

In Duitsland was 'Leeg Kwartier' in het najaar van 1996 dé literaire sensatie. Critici vergeleken het werk met dat van Bruce Chatwin en Umberto Eco, en spraken van een verzoening tussen poëzie en wetenschap. Daaraan herinnert Roes zich met vreugde (,,Ik kan zeggen dat ik nog steeds van dit boek leef') maar ongevraagd verhaalt hij van de schaduw die over het werk geworpen werd. Uitgerekend in Duitslands machtigste televisie-boekenprogramma 'Das literarische Quartet' veegde 's lands opperste criticus Marcel Reich-Ranicki met het boek de vloer aan. Reich-Ranicki weigerde het te lezen omdat naar zijn mening het boek alleen al vanwege zijn omvang niet goed kon zijn. Een bespreking ervan kapte hij voortijdig af. ,,Ik bevond me op dat moment in New York, maar mijn moeder heeft vol ontzetting en met de handen voor het gezicht zitten kijken.'

Inmiddels publiceerde hij twee nieuwe boeken, een science-fiction die in Afrika speelt en een Indianen-thriller in de staat New York: Roes blijft een rusteloze zoeker tussen de genres. De MacBeth-film, die een uitvloeisel van zijn Jemen-project was, is juist afgemonteerd, maar tot nog toe heeft geen filmfestival of televisiezender belangstelling getoond. Roes produceerde de film op eigen kosten en in eigen regie, met een Afro-Amerikaanse acteur in de rol van Lady MacBeth, ,,want Jemenitische vrouwen krijg je niet voor de camera.'

,,Het maken ervan,' zegt Roes met een vermoeid lachje, ,,was een nachtmerrie. We hadden problemen met de draaivergunning, er is op ons geschoten, onze apparatuur werd gestolen en mijn Amerikaanse acteur raakte in een diepe cultuurschok. Opnieuw beleefde ik een koloniaal dilemma: wat doe ik hier met mijn MacBeth? Voor iedere scène hebben we moeten vechten.' Maar de film waarin hij ook deze elementen verwerkte, is, zegt hij, prachtig geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden