Review

Een bizar schouwspel in een gat in Parijs

Acteur Michel Piccoli speelde in Agnès Varda's 'Les cent et une nuits', een hommage aan de honderdjarige film, de rol van Monsieur Cinéma. Honderd jaar is Piccoli nog niet, maar als geen ander drukte hij zijn stempel op de Europese kwaliteitsfilm. Het Filmmuseum in Amsterdam eert de acteur met het retrospectief 'Een zomer met Michel Piccoli'. Trouw kijkt mee terug (slot).

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van de beste man gehoord. Michel Piccoli. Topacteur van de Franse kwaliteitscinema, ster in tientallen films. Alhoewel. Ster? De indruk die achterblijft na de terugblikken van Trouw-redacteuren de afgelopen weken, is eerder die van de eeuwige tweede man. De bescheiden acteur die anderen laat schitteren. Iemand die in grote films speelt, maar zelf anoniem weet te blijven.

Zo ook in de film 'Touche pas à la femme blanche'. Piccoli speelt hierin een kleine, maar cruciale rol. Het is een intrigerende film. Niet zozeer vanwege de grote artistieke of commerciële verdiensten ervan -een kassucces werd het niet- wél omdat het de 'film na de film ervoor' was. De film na 'La grande bouffe', het ranzige spektakelstuk van regisseur Marco Ferreri, waarin vier heren zichzelf doodvreten.

Dezelfde cast, aangevuld met Catherine Deneuve, draafde in 1973 wederom op voor 'Touche pas à la femme blanche'. Dat was maar goed ook, want het succes van 'Le grande bouffe' was hard nodig om deze film mogelijk te maken. Als locatie had Ferreri namelijk zijn zinnen gezet op de gigantische bouwput die in hartje Parijs was ontstaan na het afbreken van de Hallen.

Met een indrukwekkend luchtshot van deze locatie opent de film. Filmisch gezien bewijst de bouwput zijn diensten: het enorme gat in de grond vormt een adembenemend decor voor een verder uiterst bizar schouwspel. Want in dat gat, middenin het moderne Parijs, laat Ferreri zijn acteurs de slag bij Little Bighorn naspelen, het laatste grote gevecht dat de indianen van de Amerikanen wonnen.

Marcello Mastroianni speelt generaal Custer. Zijn leger wordt bij Little Bighorn in de pan gehakt door de Indianen, onder leiding van Sitting Bull (Philippe Noiret). Gedurende de voorbereidingen voor de slag heeft Custer een affaire met Marie-Helene (Catherine Deneuve), die net zo opgewonden raakt van afgeslachte Indianen als van haar minnaar.

En Michel Piccoli? Die speelt Buffalo Bill, mythisch figuur uit de Amerikaanse geschiedenis: half wildwestheld, half revue-artiest. Historisch gezien is zijn optreden in de film -als showman de antithese van de romantische en vaderlandslievende Custer- niet helemaal correct. Buffalo Bill was immers niet aanwezig bij de slag om Little Bighorn. Maar goed, dat is in deze van anachronismen aan elkaar hangende film niet echt iets om je druk over te maken.

Piccoli komt slechts incidenteel in beeld, maar speelt zijn rol met verve. De populaire Buffalo Bill wordt door de spin doctors van de regering (geleid overigens door Richard Nixon) ingezet om de oorlog tegen de indianen te verkopen aan het volk. De ijdele Custer is daar niet van gediend, maar moet voor de goede betrekkingen een show van Buffalo Bill bijwonen. In deze scène trekt Piccoli alles uit de kast om zijn personage van de juiste absurdistische trekjes te voorzien. Daar heeft 'ie duidelijk plezier in.

Maar is deze bizarre film ook echt leuk? De humor -en dit ís een komedie- is wel erg slapstickachtig. Een beetje té, zeg maar. Lichtelijk belegen en flauw. Generaal Custer, die te paard door de straten van Parijs galoppeert, gadegeslagen door winkelende dames. Deneuve die, gedreven door geilheid, Mastroianni in haar armen neemt en op bed gooit. De anachronistische verwijzingen naar Watergate en 'Gone with the Wind'. Tja.

Gelukkig zit onder al deze hilariteit ook een serieuze ondertoon. Het gebeurt allemaal lachend, maar het gebeurt wel: het bijeen jagen van Indianen in een schuilkelder om vervolgens de fik erin te steken (Vietnam!). Het gesprek van de vier regeringsvertegenwoordigers in de allereerste scène van de film over die smerige Indianen die de economie versjteren. Die de weldaden van het privé-bezit niet erkennen. En voor wie een definitieve oplossing gezocht moet worden (Genocide! Tweede Wereldoorlog!).

Net als in 'Le grande bouffe' is Ferreri op verhullende wijze uiterst kritisch. Ditmaal niet over het consumentisme, maar over het imperialisme van de Verenigde Staten. Dát, meer dan de rare humor of het spel van Piccoli en zijn collega's -die overigens zonder uitzondering een groot enthousiasme aan de dag leggen- maakt deze film ook voor nu de moeite waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden