Review

Een Bijbel voor de on-, half- en Ietsgelovige

Bijbels zijn er in vele soorten en maten, het Boek der Boeken is er voor iedereen. Jan Blokker en zonen Bas en Jan – ’ongelovige zielen’– hebben wel een heel bijzondere uitgave verzorgd. Gods Woord, verpakt in een welkome taal, in het licht hilarische proza dat zo tekenend is voor een tijd vol religieuze twijfel, vindt Jos Palm. Met platen van Isings die een mooi contrast met de tekst vormen.

Jos Palm

Het feit op zich lijkt de spot te drijven met onze moderne tijd. Het Boek der Boeken is terug van weggeweest, net alsof er geen ontkerkelijking, geen verwereldlijking en geen zich van God afwendende hedonistische revolutie heeft plaatsgevonden.

Enkele voorbeelden mogen dit fenomeen illustreren. De Bijbelvereniging verspreidt jaarlijks 150.000 zogenoemde hotelbijbels. Verleden jaar werden er daarvan maar liefst 12.337 ontvreemd door gasten die thuis wellicht het achtste gebod er nog eens op na wilden slaan. Dan is er de alweer drie tv-seizoenen lopende Nationale Bijbeltest. Deze quiz vol weetjes over Simson en Delila en andere ’vergeten’ bijbelse figuren trekt jaarlijks honderdduizenden kijkers.

En wat te denken in dit verband van die ene literaire gebeurtenis in 2005 waar met een beetje goedgelovige wil best de hand van Heer zelf in kan worden gezien. De NS Publieksprijs werd dat jaar voor het eerst gewonnen door een boek dat niet genomineerd was omdat het volgens de jury van kleingelovige boekverkopers niet aan de voorwaarden voldeed. Het kon maar één werk zijn: de Bijbel. In de toen splinternieuwe Nederlandse vertaling van het NBG (Nederland Bijbels Genootschap) liet het Boek ’Sonny Boy’ van Annejet van der Zijl ver achter zich.

Toeval? Geenszins dus. Als er één boek hertaald, bewerkt en telkens weer geactualiseerd wordt, dan is het wel de Bijbel. Gods woord, priesters en dominees zeiden het vroeger tot vervelens toe, is er voor iedereen. En dat blijkt anno 2006 nog net zo’n koeienwaarheid als in de schriftuurlijke dagen van weleer, toen elke Nederlander vanzelf opgroeide met het Woord van de ’God van je tante’ die altijd alles zag en alles wist. Er bestaat een solidariteitsbijbel van Huub Oosterhuis, speciaal voor de verdrukten en hun veelal socialistische zaakwaarnemers. Voor degenen die het Woord en het leven niet zo zwaar willen nemen, is er de opgeleukte bijbel van dominee Nico ter Linden. Verder is er een sms-bijbel, een bajesbijbel, een docentenbijbel, een downloadbijbel, een stripbijbel, en een bijbel op cd, voorgelezen door de onvermijdelijke bekende Nederlanders. Er zijn talloze kinderbijbels, en zowel de aloude Statenbijbel als de katholieke Heilige Schrift (de ’Petrus Canisius’-bijbel) siert nog menig huiskamer. En of dat nog niet genoeg is, zijn er nog de hulpboeken om de Bijbel heen, waarvan steeds weer nieuwe uitgaven verschijnen: de Schrift in een notendop, de Schrift voor beginners, de lexicon bij de Schrift, en zo verder enzovoorts.

Het kan niet op, en het kan kennelijk niet stuk. De honger naar het Woord lijkt niet te stillen. Maar één boek ontbrak nog tot op heden. Een bijbel voor de half-gelovigen, de ongelovigen en de ’Iets’-gelovigen waar ons land mee overbevolkt is. Dat boek is er nu, en het zal hoogstwaarschijnlijk voor de Nederlander van nu eenzelfde soort status krijgen als ooit de ’Bijbelse Geschiedenissen’ en ’Bijbelse Vertellingen’ dat hadden voor vorige generaties. Wisten zij de ingewikkelde geloofsgeschiedenis vereenvoudigd door de bijbelbewerkende onderwijzer W.G. van der Hulst; onze generatie heeft sinds kort ook zo’n leraar, of, beter gezegd, een leraarstrio, te weten: Jan Blokker en zijn zonen Jan junior en Bas.

Ze schreven al eerder geschiedenis met ’Het Vooroudergevoel’, waarin de tegenwoordige hang naar vroeger maximaal benut werd door een eigentijdse tekst te larderen met de vaderlandslievende schoolplaten van J.H. Isings. Bij hun bijbelbewerking hebben de Blokkers een vergelijkbaar procedé gevolgd. De Schrift wordt naverteld met behulp van zestig prenten die Isings ooit maakte voor een kinderbijbel. Het resultaat is een nooit teleurstellende mix van rationaliteit en romantiek. Om de zoveel bladzijden wordt de licht-ironische denk- en schrijfwijze van de Blokkers gecompenseerd door prenten die stammen uit een andere wereld en andere tijd. Voelt God zich in het scheppingsverhaal van de Blokkers genomen door het eerste zelfstandige mensenpaar, in het bijzonder door de vrouw -- ’een risicofactor van jewelste’ --, tegelijkertijd toont de plaat van Isings het ontredderde, wanhopige stel dat we nog kennen van de zondagsschool. Koning Salomo, om een ander voorbeeld te noemen, is volgens de hervertellers niet veel meer geweest dan een regionaal stamhoofd, bij Isings ziet men de vorst afgebeeld in al zijn weldadige oosterse pracht en heerlijkheid.

Het effect van de tekst in combinatie met de vreeswekkende en overdonderende platen is steeds hetzelfde. Telkens weer kan de lezer zich in emoties koesteren waarvan hij niet meer wist dat de Schrift deze ooit bij hem teweeg hadden gebracht. Verwondering, ontroering en ontzag; heel het scala van gevoelens dat de Bijbel oproept, is er weer, tot en met het ouderwets griezelen toe.

Die dubbele aanpak – ontkenning in woord en bevestiging in beeld – van het aloude verhaal is vanzelfsprekend het geheim van dit boek. In het voetspoor van Kuitert, Schillebeeckx en andere 20ste-eeuwse theologen wordt de Bijbel bij herhaling voorzichtig ontheiligd, zonder dat de auteurs in het vermoeiende kapot schrijven van het Woord vervallen dat zelfbenoemde atheïsten eigen is. ’Eindelijk een mens’, noteren de Blokkers aan het begin van het hoofdstuk over de echtbrekende avonturierkoning David. ,,Misschien heeft hij wel kruisen getimmerd waar in die roerige dagen veel vraag naar was”, schrijven ze over de adolescent Jezus. Diens intocht in Jeruzalem en diens kruisdood waren destijds vrij onbeduidende gebeurtenissen, stellen de Blokkers vast. Toch weerhoudt die constatering hen er niet van het lijdensverhaal in al zijn drama en ontluistering na te vertellen. En eigenlijk krijgen alle verhalen, van Job tot Jeremia, een dergelijke behandeling.

Welbeschouwd is Gods Woord, is de ideaalvertelling, intact gelaten in ’Er was eens een God’. Theologisch ongeschoold en bescheiden als de Blokkers zijn, krabbelen en knagen ze er hooguit aan. Ze onderbreken het met resultaten van historisch onderzoek, dat evenwel altijd ondergeschikt blijft aan het verhaal, of zoals de auteurs zelf schrijven bij de historisch onverifieerbare vertelling over de doortocht door de Rietzee: ,,Maar misschien moeten we al de twijfels maar opzij zetten en het verhaal lezen als het epos van de geboorte van een volk en van een nieuwe god op het strijdtoneel.”

Ten slotte is er nog de stijl waarmee de Blokkers – ’ongelovige zielen’, zoals zij zichzelf beschrijven – de Heer der Heerscharen te hulp schieten. De toenemende ellende van de joden in Babylonische ballingschap wordt door hen vrolijk neergezet als een vroege variant van de marxistische Verelendung. En ’een profeet is een zeurende gek, tót uitkomt wat hij zegt’. Gods Woord, kortom, is verpakt in een welkome taal, in het licht hilarische proza dat zo tekenend is voor een tijd vol religieuze twijfel.

,,Gods handelen blijft ongemotiveerd”, concluderen de Blokkers verschillende malen. Anders dan bijvoorbeeld bij Oosterhuis, is God in dit boek niet die Ene die het beste met ons voorheeft. Evenmin is Hij de vrolijke Frans die Ter Linden ervan maakt in ’Het verhaal gaat’, zijn navertelling van de Schrift. Bij de Blokkers leeft Abraham niet in ’een cultuur van gelijkschakeling en onderdrukking’, zoals bij Oosterhuis. Ter Linden-zinnetjes als ’Witte zwanen, zwarte zwanen, wie gaat ermee naar Kanaün varen’, kom je er ook niet tegen.

God heeft bij de familie Blokker zeer herkenbare reviaanse contouren. Zijn Woord wordt gekenmerkt door ’de vertrouwde cadans van zegen en vloek’.

Geen leerhuisbijbel, geen verplichtende, maar veeleer een bevragende Schrift is wat de Blokkers nalaten. Je kunt er wijzer, of misschien zelfs beter van worden, maar dat hoeft helemaal niet. Een voor-elk-wat-wils-bijbel is wellicht het onbedoelde, uiterst tijdeigen resultaat van de exercitie van de Blokkers. Hun boek geeft een cultuurgeschiedenis en tegelijkertijd een historisch-menselijke karakterologie. En dat alles op afstandelijke wijze beschreven, met toch veel gevoel voor het ontzaglijke mythische verleden.

Geert Mak ploegde voor ons de geschiedenis door, de Blokkers deden soortgelijks met de Schrift. In onzekere tijden als de onze, waar zowel bij de geschiedenis als de godsdienst steun wordt gezocht, is dat een verdienste. De Blokkerbijbel, het kan niet anders, gaat een gouden toekomst tegemoet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden