Klein verslagWim Boevink

Een bibliotheek is door de gemeenschap gedragen beschaving

Het was de storm van de takjes en de twijgen, de straten waren ermee bezaaid. Heel veel groter was het drama niet geweest. Een storm die zich gedroeg als een kwajongen en zoveel mogelijk fietsen omsmeet.

Bij ons rukte hij pesterig aan een dakraam dat niet goed wilde sluiten en dat ik vergeefs poogde vast te zetten.

Er was nog de hoop geweest dat hij die twintig meter hoge conifeer zou slopen die zoveel schaduw in onze tuin werpt, en ik heb nog even onder de boom gestaan om te zien of de storm de dikke stam in beweging kon brengen, maar hij gaf geen krimp. Er was alleen maar een machtig zwiepen van gepluimde takken.

Nu vlaagt hij nog na, de vlegel, als ik de openbare bibliotheek bezoek.

De laatste week op deze locatie

Het is de laatste week op deze locatie, aan de Utrechtse Oudegracht. Sinds 1974 huisde ze hier, in wat ooit een warenhuis was, in drie verdiepingen boven de boekhandel, die ook al zijn laatste weken in het monumentale pand beleeft.

Een grote draaideur. De balie rechts. Een kleurstelling van oranje en bruin.

Het oude trappenhuis, nog met sporen van iets groots met allure. Donkerhouten lambrizering, een paar mysterieuze, immer gesloten donkere deuren, gebrandschilderde ramen met provinciewapens en uitzicht op niets.

Dan de verdiepingen.

Verlaagde systeemplafonds met tl-bakken. Onverslijtbaar marmoleum op de vloeren. Boekenrekken van staal, in gelid. En ertussen, ook onder de losse trap naar boven, tafels en stoelen, met rood skai bekleed. En in het midden die vide, die de blik opent op de imposante Art Deco-lichtkoepel van glas in lood, waarvan je hoopt dat die straks weer helemaal van beneden, vanaf de begane grond, zichtbaar wordt.

Vele uren bracht ik door in deze bibliotheek en nooit stoorde ik me aan de gedateerdheid van de inrichting of de schaars verdeelde stopcontacten; het was altijd een open huis geweest dat geen vragen stelde en zijn bezoekers met rust liet, ook als ze alleen maar een uiltje kwamen knappen in een van de zwarte kunstleren fauteuils.

Er is op de eerste verdieping een bescheiden koffiebar, met spekkoek en worteltaart, maar de mevrouw van de koffie gaat niet mee naar de nieuwe locatie in het voormalige postkantoor. Een ander bedrijf gaat daar de koffie zetten, buiten de bibliotheek.

Ik las hier graag de buitenlandse kranten

Ik las hier graag de buitenlandse kranten, voor zover aanwezig in het assortiment, of staarde naar buiten – vanachter de ramen met hun donkerrode stalen kozijnen – naar het leven op de gracht of de Stadhuisbrug.

Ook kon ik de rustige bedrijvigheid in de bibliotheek observeren, de privé-taallessen voor buitenlanders, de lezingen van schrijvers en dichters, de kindervoorstellingen, de muziekuitvoeringen.

Allang is een bibliotheek veel meer dan een uitleen van boeken; het is een cultuurcentrum, een geheugen in literatuur, beeld en muziek, een huiskamer van de stad, het is door de gemeenschap gedragen beschaving.

Voor iedereen toegankelijk.

Dat sommige gemeenten er minder in zouden investeren, zoals deze krant berichtte, kan alleen maar duiden op kortzichtigheid en tanende beschavingszin.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden