Review

Een bewonderende buiging, geen virtuoze ijdeltuiterij

Rotterdams Philharmonisch Orkest, Zweeds Radio Koor en solisten olv Valery Gergjev met ’Ein deutsches Requiem’ van Brahms op 23/5 in Doelen Rotterdam.

Voorafgaand aan zijn allerlaatste concert als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest kreeg Valery Gergjev gistermiddag uit handen van burgemeester Ivo Opstelten de Johan van Oldenbarneveldt-penning uitgereikt. De hoogste gemeentelijke onderscheiding van Rotterdam werd één keer eerder aan een dirigent toegekend: in 1961 viel Eduard Flipse, Gergjevs verre voorganger bij het Rotterdamse orkest, de eer te beurt. Drie jaar geleden was Gergjev door koningin Beatrix al geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw en van Rotterdamse ondernemers kreeg de dirigent vorig jaar de Rotterdam Promotieprijs.

En er was meer om aan Gergjev te overhandigen. Op vrijdagavond, vóór de eerste van drie uitvoeringen van Brahms’ ’Ein deutsches Requiem’ dit weekeinde in de Doelen, presenteerde orkestdirecteur Jan Raes zijn vertrekkende chef de eerste exemplaren van een cd-box en een dvd. Uit de vele radio-opnamen die de afgelopen twintig jaar van het RPhO en Gergjev werden gemaakt, koos de dirigent zelf de beste. Christiaan van Schermbeek maakte een documentaire over Gergjev die nu op dvd verkrijgbaar is.

Raes repte nog maar eens over de kwaliteiten van Gergjev en omschreef het ’bijzondere moment’ als ’het einde van een magische relatie’, die het orkest in de Financial Times ooit de mooie typering ’het beste Russische orkest ten westen van Minsk’ opleverde. Veel eerbetoon dus voor Gergjev, die zoals altijd alles stoïcijns en schijnbaar onaangedaan over zich heen liet komen, ook het applaus van een nagenoeg volle Doelen. Die bijval was dan toch weer net niet zo uitbundig en van spijt doortrokken als destijds bij de afscheidceremonies van Riccardo Chailly (Koninklijk Concertgebouworkest) en Hartmut Haenchen (Nederlands Philharmonisch Orkest). Chailly en Haenchen begonnen overigens net als Gergjev eind jaren tachtig in Nederland te dirigeren.

Gergjevs keuze om met drie uitvoeringen van ’Ein deutsches Requiem’ af te zwaaien, lijkt op het eerste gezicht een vreemde. In dit werk is het namelijk niet zozeer het orkest als wel het koor dat meestal met de eer gaat strijken. En het Zweeds Radio Koor, voor het eerst te gast bij het Rotterdamse orkest, bleek een fantastisch koor. Er werd geen koordirigent vermeld, maar aannemelijk is dat Peter Dijkstra, sinds 2007 muzikaal leider, de voorbereidingen deed. Het koor klonk mooi ingehouden, zong sfeervol en loepzuiver. Meteen in het eerste deel waren die kwaliteiten al hoorbaar, een deel dat door Gergjev en de lage strijkers van het orkest groots en duister werd ingeleid.

Duister en langzaam was Gergjevs visie op Brahms’ persoonlijke dodenmis. Voor de eerste twee delen nam hij ruim een half uur, wat lang is, maar waarin de concentratie geen moment verslapte. Los ging Gergjev bij ’Denn es wird die Posaune schallen’ (Brahms’ ’Tuba mirum’) en het effect was overweldigend. De overgang daar naar de fuga ’Herr, Du bist würdig’ werd met meesterhand gerealiseerd. Deerniswekkend mooi en troostend was de bijdrage van sopraan Solveig Kringelborn, overtuigend en krachtig die van bariton Mariusz Kwiecien. Zo werd het afscheid van chef Gergjev geen virtuoze ijdeltuiterij, maar een bewonderende buiging voor het meesterschap van Brahms.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden