Review

'Een bewijs van cultuur zoals geen volk dat gegeven heeft'

De herdenking van de Februaristaking van 1941, een lichtendbaken van solidariteit en gemeenschapszin, werd de inzet van eenlelijk stuk Koude-Oorlogsgeschiedenis.

Herinneren en herdenken staat de laatste jaren sterk in debelangstelling. Een centrale vraag daarbij is hoe mensen met hetverleden omgaan. 'De strijd om de Februaristaking' is óók indit opzicht interessant. Niet alleen komt erin aan de orde wátherdacht wordt, hoe en door wie, Annet Mooij stelt ook brederevragen aan de orde. Hoe gingen de Nederlanders in latere jarenom met wat Mooij 'het morele erfgoed' van de Februaristakingnoemt?

In haar sterke, vlot geschreven boek maakt de auteur duidelijkhoe lastig de omgang is met een verleden dat zo'n krachtigemorele nalatenschap in zich draagt. De staking, een vanuit deillegaliteit door communisten opgezette actie tegen hetanti-joodse geweld van de Duitse bezetter, staat bekend als eenbijzonder moedig en uniek moment in de geschiedenis van dejodenvervolging. Voor het eerst sinds de Duitse veroveringen van1939 en 1940 sprak de bevolking van een land zich uit, met eenmassale tweedaagse staking.

Het werd niet meer dan een symbolisch moment. De represailleswaren moordend en sorteerden onmiddellijk effect. Maar de stakingzou haar sporen nalaten in het verdere verloop van de oorlog: deverhoudingen tussen pro-Duitse en anti-Duitse Nederlandersverscherpten aanzienlijk, het vriendelijke masker van de bezetteruit het eerste oorlogsjaar werd afgeworpen. Juist door devolstrekte polarisering erna, gold de staking als moreel ijkpuntvan jewelste: het kaf was voortaan van het koren gescheiden, demannen van de jongens.

Met de duiding van de Februaristaking ná de oorlog begonnende problemen. Al vanaf het eerste herdenkingsjaar tuimelden deinterpretaties over elkaar heen. Koningin Wilhelmina verleendede stad Amsterdam in 1946 de wapenspreuk 'Heldhaftig,Vastberaden, Barmhartig' als blijk van waardering voor de inAmsterdam begonnen staking. Met de koningin zagen velen destaking als een teken van een diepbeleefd en standvastighumanisme, van empathie met de vervolgde joodse medeburgers.

Beeldhouwer Mari Andriessen, maker van de 'Dokwerker', hetmonument waaromheen de herdenking nog steeds plaatsvindt, zag inde staking zelfs niets minder dan 'het grote feit dat voor heteerst in de geschiedenis Christenen hadden geprobeerd Joden tebeschermen'.

Deze interpretatie werd met zuinigheid in de joodsegemeenschap ontvangen. Die vond met reden dat de Nederlandsebevolking zich te veel eer aan deed. Waar waren dieheldhaftigheid en vastberadenheid ná de staking, toen hetwegvoeren van joden echt begon?

Ook op andere punten werd de staking eind jaren veertigonderdeel van heftige twistgesprekken. Was de stakingbijvoorbeeld spontaan uitgebroken of voorbereid en georganiseerd?Het historisch correcte antwoord is uiteindelijk door iedereengeaccepteerd - de communisten organiseerden de staking maarraakten de regie erover al snel kwijt door de massale, spontaneaanwas - maar niet zonder dat er vol vuur en passie over wasgevochten.

Vooral in sociaal-democratische hoek werd volgehouden dat deNederlanders zich spontaan en uit fatsoen tegen dejodenvervolging hadden gekeerd. Nou was er íets te zeggen voordie 'spontaniteitstheorie', maar die gold vooral voor de tweedefase, waarin bedrijven en kantoren plat gingen waar in de versteverte geen communisten te vinden waren. Aan het startsein, deeerste fase, was door communisten hard gewerkt: het personeel vande tram en de gemeentereiniging moest tot staken worden bewogen,omdat dat een sterke uitstraling had naar de rest van hetpubliek.

De communisten voelden zich begrijpelijkerwijs tekortgedaan.De organisatie was nou eenmaal van de ondergrondse communistischepartij uitgegaan. De partij had er ook zwaar voor moestenbloeden: de Duitsers hebben er alles aan gedaan de aanstichtersop te sporen en vermoorden.

Na de oorlog duurde het lang voordat het nu geaccepteerdebeeld gangbaar werd. Veel, zo maakt Mooij duidelijk, moet wordentoegeschreven aan de politieke verhoudingen voor en na de oorlog,toen de Koude Oorlog de sfeer verziekte. De keuze voor despontaniteitsthese paste enerzijds in het Nederlandse zelfbeeldvan vlak na de oorlog: een beeld van moedig verzet tegen debezetter, waarvoor de Februaristaking symbool kon staan.Anderzijds speelden partijpolitieke belangen een rol: desocialisten in de nieuwe PvdA hadden er alle belang bij het dooroorlogsverzet gegroeide aanzien van de communisten te dempen: mettien zetels van de honderd in de verkiezingen van 1946 was de CPNeen partij geworden om rekening mee te houden.

Andersom hadden de communisten er alle belang bij de erfenisuit de oorlog om te zetten in politiek gewin. Zij begonnen destaking te omschrijven als een politiek-strategisch protest inhet door de communisten aangevoerde anti-fascistische verzet. Destaking werd een embleem voor het aanstaande werk van derevolutie, waarbij de communistische voorhoede de Nederlandsebevolking naar het socialisme zou leiden.

De staking had in de ogen van CPN-partijvoorzitter Paul deGroot, zelf joods, weinig tot niets van doen met 'etnischeafkomst'. Het was een 'politieke daad van klassensolidariteit vanhet Amsterdamse proletariaat, een uiting van revolutionairbewustzijn', waarbij de solidariteit tussen arbeiders, jood enniet-jood, centraal had gestaan. Het belang van de staking voorhet imago van de CPN van na de oorlog moge blijken uit deverkiezingsleuze voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 1946: 'KiesCPN. De Partij van de Februaristaking'.

Omdat de partij zoveel belang had bij de herinnering aan destaking, werd de herdenking ervan onherroepelijk steeds meer eenherdenking van 'De Februaristaking van de Partij'. Geengelegenheid werd onbenut gelaten om de staking nog verder binnende gestaalde interpretatiekaders van de marxistisch-leninistischeleer te brengen.

Binnen de CPN kwam een rondje geschiedvervalsing op gang dattot doel had partijleider De Groot met terugwerkende kracht eenrol te geven. Werden vlak na de oorlog allerlei individuelekameraden nog geroemd, in de jaren vijftig was het toch echt departijleiding, in casu Paul de Groot, die de staking hadgeorganiseerd en uitgevoerd. De Groot werd zelfs gevierd alsauteur van het beroemde pamflet 'Staakt! Staakt! Staakt!', ookal had hij met dat alles niets uit te staan. Een dieptepunt indeze verdraaiingsmanoeuvres was de Februariherdenking van 1953,waar De Groot na het neerleggen van zijn krans bleef staan om alshet ware het defilé van bezoekers zelf af te nemen.

Uiteindelijk bleek de morele erfenis van de staking een tezware last voor de CPN, die haar met te weinig waardigheidbeheerde. Dat duurde eigenlijk tot het eind van de jaren tachtig,toen de Koude Oorlog, het communisme én de CPN zelf op hun eindeliepen en alle partijen bereid bleken de staking te herdenkenvoor wat ze waard was geweest.

Want die waarde ís er. De joodse Mirjam Bolle schreef in haardagboekbrieven, vlak na 26 februari 1941: ,,Ofschoon ik ervanovertuigd was dat [de staking] doelloos zou zijn, kan ik dezeniet genoeg bewonderen. Het was eenvoudig prachtig en een bewijsvan cultuur, zoals geen volk dit gegeven heeft.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden