OperarecensieMesse solennelle

Een beetje veel kunde, een beetje veel liefde, van Rossini en de uitvoerenden

Mezzosopraan Katia Ledoux en het Koor van De Nationale Opera in Rossini’s ‘Messe solennelle’.  Beeld Melle Meivogel
Mezzosopraan Katia Ledoux en het Koor van De Nationale Opera in Rossini’s ‘Messe solennelle’.Beeld Melle Meivogel

Klassiek
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Rossini Messe solennelle
★★★★☆

De grote triomfscène uit Giuseppe Verdi’s opera Aida, daar hadden we stiekem best naar uitgekeken. Die prachtig opzwepende muziek voor groot koor en solisten, inclusief de populaire triomfmars, had de decembermaand zullen opfleuren bij De Nationale Opera (DNO). Maar net als al die andere geplande grote titels van dit seizoen – MefistofeleAgrippinaDer fliegende Holländer – kon het meesterwerk over liefde, trouw, verraad en bedrog tussen de Egyptische piramides niet doorgaan.

Samen met Andrea Battistoni, de jonge Italiaan die deze Aida zou dirigeren, werd naar een alternatief gezocht. Een werk waarin het Koor van De Nationale Opera net als in Verdi’s opera een even groot en opwindend aandeel kon hebben. En zo kwam het dat Battistoni vijf dagen voor kerst in een leeg theater aan het Waterlooplein de Messe solennelle van Gioachino Rossini dirigeerde. Die uitvoering werd mooi op film vastgelegd en ging afgelopen zondagavond online in première. Liefhebbers konden en kunnen het werk gratis bekijken, want tot eind februari staat het op de site van DNO.

Een mis van Rossini is natuurlijk een heel ander soort werk dan een grote opera van Verdi. Maar de twee composities liggen in tijd heel dicht bij elkaar. Rossini’s mis ging in 1869 in première in Parijs, de eerste uitvoering van Verdi’s Aida volgde twee jaar later in Caïro. Rossini had na zijn opera Guillaume Tell in 1829 niets meer gecomponeerd, en hier was ineens na veertig jaar een religieus werk dat hij zelf ironisch een Petite messe solennelle noemde. Maar echt niets was petite aan deze mis van bijna anderhalf uur. De eerste versie met slechts begeleiding van twee piano’s en harmonium orkes­treerde Rossini een paar jaar later al.

Dat vrolijk-olijke begin waarmee Rossini het Kyrie eleison laat beginnen blijft een wonder van ritmisch en melodisch vernuft. Battistoni had hier de sfeer met de hoorns en de contrabassen van het Nederlands Philharmonisch Orkest meteen te pakken. Het koor had er overduidelijk zin in en laveerde meteen prachtig tussen de opera-achtige delen en de meer kerkelijke, zoals het a capella gezongen Christe eleison. Het overtrof zichzelf in de heerlijke Cum Sancto Spiritu-fuga aan het slot van het Gloria.

Rossini stopte zijn mis vol heerlijkheden, ook voor de solisten. Zo zong sopraan Ying Fang een fantastisch O salutaris hostia en samen met mezzosopraan Katia Ledoux maakte ze een hoogtepunt van het duet Qui tollis peccata mundi. En Ledoux sloot de compositie af met een formidabel gezongen Agnus Dei. Tenor Levy Sekgapane en bas Frederik Bergman (heel muzikaal, maar misschien nog iets te licht) voegden zich erg mooi in het ensemble.

“Goede God. Hier is-ie dan, deze armzalige kleine mis” schreef Rossini onder aan het manuscript. “Is het wel goddelijke muziek die ik gemaakt heb, of eerder goddeloze? Een beetje kunde, een beetje liefde, dat is alles.” Een beetje veel kunde, een beetje veel liefde. Niet alleen van Rossini, maar ook van deze uitvoerenden.

Gratis te zien t/m 21 februari op operaballet.nl/online.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden