Een beeld komt nooit alleen

Het Centraal Museum van Utrecht toont een optocht van betonsculpturen van Ruud Kuijer: voorstudies voor zijn project ’Waterwerken’.

De beeldenparade in de tuin van het Utrechtse Centraal Museum is vernuftig en zwierig gerangschikt. De rij ogenschijnlijk massieve portalen of lijsten slingert zich als het skelet van een reuzenslang de tuin in. Of, wanneer je door de lijsten heenloopt, als een erehaag van beton. Want stuk voor stuk bestaan de sculpturen van beeldhouwer Ruud Kuijer uit beton, oogverblindend wit maar onmiskenbaar gewapend beton.

Weerbarstig, kloek en onverschrokken staan deze ’venstersculpturen’ daar in de Utrechtse museumtuin.

De beelden van Ruud Kuijer zijn nooit alleen. Althans: ze laten zich het beste lezen wanneer ze in gezelschap van soortgenoten zijn. Daarom is die beeldenparade in de museumtuin zo trefzeker. Neem je één zo’n portaalsculptuur apart, dan oogt die gewichtig, onverzettelijk en zelfs defensief. Toch is er wat meer aan de hand dan louter een staande rechthoek van gewapend beton. Er hangen betonnen attributen aan, en er steken betonnen palen doorheen die niet noodzakelijkerwijs ter onderstutting dienen. Wat er dan aan die portalen hangt, lijkt eerder op een zandsculptuurtje dan op gestold beton. Maar niet heus: ongemerkt dient zich een trompe-l’oeil aan.

Vooral de vorm van die aan de portalen geplakte attributen doen eerder aan zandtaartjes dan aan kustweringen denken. Uitvergrote zandtaartjes, dat wel, want het eerste en laatste wat Ruud Kuijer voor een sculptuur doet is: maatvoering zoeken, toepassen en handhaven.

Kuijer beschouwt de poort, de doorgang of het venster als architectonische motieven, maar ziet daar nog eerder de metafoor van de menselijke maat in. Conservatrice Marja Bosma: „Voor de ontwikkeling van de sculpturen koos hij een bouwmateriaal als vertrekpunt, multiplex plaat met de standaardmaat 122x244 cm. Per beeld deed Kuijer een ingreep in de plaat: een driehoek, een ovaal, de ’autoritaire’ rechthoek moest eraan geloven. En er was een restvorm; het uitgezaagde en nog eens verzaagde deel, dat werd ingezet om het beeld zijn sculpturale gestalte te geven. Het samenspel van fragmenten, vorm en tegenvorm werd verder gecompliceerd door er delen van gebruiksvoorwerpen aan toe te voegen. Emmers, tapijt, een vergiet en dergelijke horen bij de menselijke maat, bij het huis.”

Dat zagen en verzagen gaat vooraf aan het gieten van de betonnen beelden. Kuijer timmert een abstract skelet van hout, en voegt daar staalconstructies en plastic afvalmateriaal aan toe. Vervolgens laat hij deze geconstrueerde mal in beton gieten en tot sculptuur stollen. Hij tekent geen schetsen, hij rangschikt zijn vormen en volumes uit intuïtie. „Ik moet het materiaal aanraken. Het materiële ervaren. Het beeld moet onder je handen gebeuren.”

In zijn voorstudies – sculpturen met opgerold staaldraad, door betonpaaltjes doorboorde zinken teilen, gestapelde houtkratten, slierten geknoopt scheepstouw – zie je de beeldhouwer als een vastberaden meanderende rivier zijn weg naar zee zoeken en vinden. Wat het Centraal Museum nu buitenshuis toont, zijn allemaal organische probeersels voor zijn beeldenreeks ’Waterwerken’ aan de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal. Hier treden zijn sculpturen aan in een maatvoering gelijkwaardig aan de stuurhutopbouw van aldaar passerende binnenschepen.

Zintuigelijk bedriegend mooi, als je ze per schip of uit het coupéraampje van de trein Amsterdam-Utrecht (aan de rechterkant gaan zitten) passeert. Ook dan staan die sculpturen niet alleen, maar vertelt hun individuele verschijningsvorm een tweede verhaal in een grootser verband dat spoort met het beeldhouwwerk ernaast, dat ernáást en dat dáárnaast.

De beelden (nu nog vijf; het wordt een zevenluik) staan daar niet louter landschappelijk verstild of anderszins kunstzinnige rivierbakens te wezen. Kuijer plaatste ze op een uitgekiend neutraal (industrie)terrein. „De vormgeving van het kanaal en haar omgeving, de beschoeiing, bruggen, is puur functioneel en zakelijk, er is niets gezelligs aan. Hard, maar eerlijk. Deze omgeving is betrekkelijk en heeft geen geschiedenis, is bewust niet-esthetisch. Het is een vrijwel blanco situatie en daar hou ik van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden