Review

Edith Stein bekeken door kritische familiebril

Over weinig nonnen is de laatste 25 jaar zoveel geschreven als over Edith Stein (1892-1942). Tientallen auteurs hebben meer en (vaker) minder geslaagde pogingen ondernomen denken en doen te vatten van deze katholiek geworden Duitse Jodin, filosofe, theologe en karmelietes die op 9 augustus 1942 in Auschwitz werd vergast. Door de huidige paus zalig (1987) en daarna (1998) heilig verklaard blijft ze voor veel mede-Joden een teken van tegenspraak.

Ton Crijnen

Inmiddels heeft zich een opmerkelijke stem in het debat gemengd: Susanne Batzdorff, nicht van Edith Stein. Samen met het gezin ontvluchtte ze enkele maanden na de pogroms van de Kristallnacht (9/10 november 1938) nazi-Duitsland en emigreerde naar de VS. Nu 79 jaar oud publiceert ze persoonlijke herinneringen aan de bijzondere tante, die tevens de oudere lievelingszuster van haar moeder was.

Hoewel intelligent en vaardig geschreven vormt het boek -door de auteur zelf in het Duits vertaald- geen filosofisch of biografisch hoogstandje. Wat het desondanks interessant maakt zijn de kijkjes in de familiekeuken. Zonder haar vele deugden te ontkennen vermenselijken ze de persoon Edith Stein en ontnuchteren ze het vaak nogal hagiografische beeld dat in rooms-katholieke kring van haar bestaat.

Uit Batzdorffs impressies van haar tante komt deze naar voren als een gevoelige, gesloten persoon die echter bepaald geen last had van een minderwaardigheidscomplex. Zij was een vroegrijp, uiterst intelligent, nogal dominant en eerzuchtig kind dat door ma -pa, een weinig succesvolle houthandelaar, stierf toen ze nog geen twee was- werd verwend.

Naar Ediths eigen zeggen overwon ze deze negatieve eigenschappen. Dat dergelijke veranderingen zich ook bij mensen in haar omgeving zouden kunnen voordoen kwam niet bij haar op. Genuanceerd oordelen over andermans gedrag was nooit haar sterkste kant. In de onvoltooide autobiografie 'Aus dem Leben einer jüdischen Familie' schetst ze dermate rechtlijnige portretten van haar ouders, broer en zussen dat die na lezing (begin jaren '60) geschokt waren. Edith, constateert haar nicht, stond snel met een oordeel klaar. Soms te snel.

De onbarmhartige eerlijkheid waarmee zij de levens van anderen beschreef paste Edith niet op zichzelf toe. Uit 'Aus dem Leben' rijst het beeld op van een ernstige, zedige, uiterst beheerste vrouw. Susanne Batzendorff: ,,Ik kan er niet omheen me af te vragen of dit de echte Edith is, of een omgewerkte versie van zichzelf die ze, terugblikkend, creëerde, om te voldoen aan het beeld van de contemplatieve non die ze was geworden.''

In werkelijkheid was Edith een geestig type dat van feesten hield en de mannen niet uit de weg ging. Noch in Breslau waar zij geschiedenis en filologie 'deed', noch in Göttingen waar ze experimentele psychologie en (onder de grote Husserl) wijsbegeerte studeerde. De platonische liefde voor een zwager en minstens één mislukte relatie met een medestudent bewijzen dat. Maar dit alles was voorbij toen zij, op 14 oktober 1933, intrad bij de streng-contemplatieve orde van de karmelietessen.

Haar liberaal-joodse familie, Ediths moeder voorop, beschouwde deze stap als verraad. Uitgerekend in een tijd dat de nazi's in Duitsland hun hetze tegen de Joden begonnen, ging een der hunnen het klooster in van een kerk die de Joden in de steek liet!

Batzdorff geeft toe dat Edith Stein haar Joodse afkomst nimmer heeft verloochend. Toch was ze er trots op dat ze er niet Joods uitzag en deelde ze de neerbuigende kijk van de Duits-Joodse intelligentsia op de volksgenoten uit Oost-Europa. Ze heeft nooit moeite genomen zich serieus in het joodse geloof te verdiepen. Vanaf haar overgang tot het katholicisme (1922) liet ze merken dat dit religieus gezien boven het jodendom stond. Haar 'waarom' kwam niet boven het niveau van de toenmalige kerkelijke cliché's uit.

Maar diezelfde Edith Stein verzocht in 1933 wel Pius IX een encycliek over de Joodse kwestie te schrijven ,,met het oog op de grote onverschilligheid van katholieke zijde ten aanzien van de toenemende kwellingen jegens de Joden''. De paus scheepte haar af met het laten overbrengen van zijn zegen.

In het boek van Suzanne Batzdorff schemert tussen de regels kritiek door op de zalig- en heiligverklaring van haar tante. Zo wijst ze er op dat Edith Stein het martelaarschap nadrukkelijk heeft proberen te ontlopen. Na de Kristallnacht zocht ze haar toevlucht in een klooster in het toen nog veilige Nederland. En nadat ook daar de jodenvervolging was losgebroken probeerde ze een visum voor Zwitserland te krijgen. Volkomen begrijpelijk, maar het ontkracht wel de stelling dat ze, 'in navolging van Jezus Christus, vrijwillig voor haar volk de dood is ingegaan'.

Als gelovige jodin vindt Susanne Batzdorff het sowieso een onrustige gedachte dat iemand die zich van het jodendom heeft afgewend en tot het christendom is overgegaan, tot symbool van de holocaust wordt gemaakt. Al ontkent ze niet dat Stein in soldariteit met haar volk stierf: ,,Ofschoon zij de Joodse gemeenschap had verlaten werd ze, door een speling van het lot, in de dood toch met haar verenigd''.

Onuitgesproken wordt in het boek de vraag gesteld: Als Edith Stein al zonodig tot de eerder der altaren moest worden verheven, waarom gebeurde dat dan ook niet met haar zus Rosa? Deze vrome vrouw was eveneens katholiek geworden en na haar vlucht uit Duitsland (1939) lekenportier werd van hetzelfde klooster waar Edith zat. Ook zij is op 9 augustus 1942 in Auschwitz vermoord.

Maar, zo lijkt Batzdorff te suggereren, met een briljante denker maak je als Vaticaan betere sier dan met een matig begaafde portier. Een cynische gedachte die daarom nog niet onwaar hoeft te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden