Review

'Echte nazitante' verlaat haar man voor joodse onderduikster

Erica Fischer: Aimée & Jaguar - Een liefdesgeschiedenis, Berlijn 1943. Vert. Tinke Davids. Van Gennep, Amsterdam; 345 blz. - ¿ 39,50.

Het begin en het slot van een ontroerend briefje uit het concentratiekamp. Voor Lilly Wust uit Berlijn een bijzonder kleinood, omdat het het laatste levensteken zou blijken te zijn van Felice Schragenheim, de joodse vriendin met wie zij sinds het voorjaar van 1943 een lesbische relatie onderhield.

De schrijfster/journaliste Erica Fischer - in 1943 in Engeland als dochter van Oostenrijkse joden geboren - heeft de geschiedenis van Lilly en Felice (Aimée en Jaguar, zoals ze zichzelf noemden) in een opmerkelijk èn merkwaardig boek trachten te reconstrueren. Eine dokumentarische Erzühlung heeft ze haar verhaal genoemd. Een juiste omschrijving, want op alle mogelijke (en onmogelijke) plaatsen in haar vertelling plaatst Fischer 'documenten' - brieven, gedichten, interviewteksten - die de tekst overtuigingskracht moeten verlenen.

In de winter van 1942/1943 ontmoet de 29-jarige Lilly Wust (moeder van vier kinderen) Felice Schragenheim, de net meerderjarig geworden dochter van een joodse tandarts. Het is liefde op het eerste gezicht en Lilly laat zich spoedig van haar man ('een brave bankbeambte, een echte Pruis en een nazi') scheiden. De vrouwen ondertekenen zelfs een 'huwelijkscontract', waarin ze elkaar trouw beloven.

Met Felice komen er meer vriendinnen over de vloer in huize Wust, ook al omdat ze - evenals Felice - moeten onderduiken. Pas na een tijdje bekent Jaguar tegenover Aimée dat ze joods is. Lilly, in de buurt beken als 'een echte nazitante', is zo verliefd dat ze haar weerstand tegen joden laat varen. Terugkijkend wilde Lilly in haar gesprekken met Erica Fischer vastgelegd zien, dat ze nooit antisemitisch is geweest. Bij dezelfde ontmoeting laat ze zich echter wel ontvallen: “Ze (Felice) zag er niet joods uit, alleen wanneer ze ongesteld was, dan zag ze er joods uit.” Een gemenere vorm van racisme is nauwelijks denkbaar . . .

In de zomer van 1944 wordt Felice, die onder de naam Wust een tijdje als stenotypiste had gewerkt bij de nationaal-socialistische National-Zeitung (!), door de Gestapo meegenomen. Via Theresienstadt belandt ze in het concentratiekamp Gross Rosen, waarschijnlijk de plaats waar ze wordt vermoord. Lilly is ten einde raad, reist zelfs met gevaar voor eigen leven naar Theresienstadt, waar ze door de kampcommandant hoogstpersoonlijk buiten de poort wordt gezet. Ze ontvangt nog enige in de haast geschreven briefjes van Felice (het is verwonderlijk hoeveel van dergelijke krabbels de geadresseerde ook werkelijk bereikten!), maar het zoeken naar haar geliefde resulteert er uiteindelijk in 1948 in, dat het kantongerecht Charlottenburg Felice Schragenheim officieel dood verklaart.

In 1981 ontvangt Lilly Wust het Bundesverdienstkreuz am Bande, omdat ze in de laatste oorlogsjaren, naast Felice, nog drie jodinnen heeft helpen onderduiken. Een Amerikaanse journalist komt op het spoor van Lilly en diens artikel is voor Erica Fischer aanleiding geweest uit gesprekken met de nog in leven zijnde hoofdrolspelers en uit de schriftelijke nalatenschap van Felice de bijzondere geschiedenis op papier te zetten.

De vele opgenomen 'documenten' - niet altijd en alom functioneel - maken het boek er niet overal toegankelijker op. Vooral in de aanloop naar de 21e augustus 1944 (de dag van Jaguar's aanhouding) werken de vele gedichten en liefdesverklaringen eerder remmend op het leesplezier. Pas daarna krijgt het verhaal de nodige vaart en heeft het de lezer in zijn ban.

In een onverwacht 'Nawoord' beschrijft Fischer haar ambivalente gevoelens ten opzichte van Lilly - die men kan delen -, maar tegelijkertijd begeeft ze zich op het uiterst glibberige pad van de invulkunde ('ik geloof niet dat Jaguar bij Aimée zou zijn gebleven') en de moralisatie ('ik sta haar (Lilly) niet toe voor zichzelf aanspraak te maken op de status van slachtoffer') - opmerkingen, die het boek naar mijn mening geen goed hebben gedaan.

Hoewel ik enige vraagtekens zet bij woorden en zinswendingen als 'vaderlandslievendste', 'ik kan er geen wijs uit' en (na een bombardement) 'mevrouw Kluge is oké', heeft Tinke Davids voor een alleszins acceptabele Nederlandse vertaling gezorgd. Ook was bij mijn weten de Reichserziehungsminister meer dan slechts minister van onderwijs, maar vooral in de vele gedichten weet de vertaalster de juiste toon te treffen.

Lilly Wust is inmiddels 81 jaar en, sinds de publicatie van het boek, in talk-shows een veelgevraagde gaste. De dagboeken, brieven en gedichten zijn bij elkaar in twee grote koffers gepakt. Soms is ze treurig, vertelt ze. “Het is nu niet meer mijn verhaal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden