Dutch Design: een probleem oplossen met een product

Plastic meubels van Merel Bekking, die ze knalrood maakte omdat uit MRI-scans bleek dat het verheugde gebied in onze hersenen het meest oplicht bij het zien van die kleur.

Design zou zich meer moeten verbinden met andere maatschappelijke sectoren, vond minister Bussemaker vorig jaar. Even brak de hel los, maar vooral jonge ontwerpers zijn nu om. Ze zijn met de minister op pad in Milaan.

Je moet een beetje van de lange adem zijn, als beginnend ontwerper. Van het doorzetten. Van niet al te verlegen en vooral niet van mijn-werk-spreekt-voor-zichzelf. Je zou, voor een karakterschets, bijvoorbeeld kunnen kijken naar Inge Kuipers (27), alumna van de Design Academy in Eindhoven, die vorig jaar afstudeerde met een theeserviesje. Wit, keramiek, bolvormig, een dubbelwandige pot. Pot noch mokken hebben oren. Om ze te gebruiken is het zaak ze met beide handen te omvatten. Daar heeft Kuipers over nagedacht.

"Mensen met reuma hebben veel pijn als ze op de gewone manier moeten schenken", zegt Kuipers. Haar design-theeservies blijkt een medisch hulpmiddel, maar dat zie je niet. "Je moet het willen kopen omdat het mooi is, niet omdat het handig is. Ik wil geen dingen maken die er uitzien als hulpmiddelen." Geniaal. Maar er is één groot nadeel: Kuipers' servies is verschrikkelijk duur. Het dubbelwandige keramiek vraagt een ingewikkeld procedé. "Om het een beetje betaalbaar te krijgen, moet ik het in een oplage van 5000 kunnen laten maken. Ik weet niet eens of er wel zoveel reumapatiënten in Nederland zijn."

230 Nederlandse exposities
Er is maar één oplossing: Inge Kuipers moet internationaal. En wat voor Kuipers geldt, geldt ook voor zo'n beetje alle andere Nederlandse designers. De markt in Nederland is te klein. Daarom staan ze deze week tijdens de Salone del Mobile in Milaan, de belangrijkste springplank voor designtalent, te hopen op ontdekking. Na de Italianen zijn de Nederlanders er met de grootste delegatie ontwerpers: de catalogus telt 230 Nederlandse exposities. Dat betekent een veelvoud aan ontwerpers, want velen werken in collectieven of maken deel uit van een groepstentoonstelling.

Dat is niets nieuws. De eerste Nederlandse ontwerpers kwamen al 25 jaar geleden naar Milaan en merkten daar dat het kan, internationaal ontdekt worden. Het Nederlands design slaat aan. Milaan was eerder de springplank voor Marcel Wanders en Hella Jongerius. Nu is design één van de sectoren die door de Nederlandse regering zijn uitgeroepen tot topsector, een bedrijfstak die bij internationalisering verdere ondersteuning verdient. Daarom reisde minister Jet Bussemaker van cultuur deze week naar Italië, om de designers een hart onder de riem te steken. Wat kan ze - liefst kosteloos - als minister voor de ontwerpers doen?

Bussemaker heeft zo haar eigen visie op kunst. Vorig jaar presenteerde ze die: de kunsten zouden zich wel eens wat minder gesloten kunnen opstellen, zei ze. Waarom is er zo weinig verbinding met andere maatschappelijke sectoren? Met zorg, met onderwijs, met wetenschap?

Ontwerperstijdgeest
Ze had het nog niet gezegd of het was alsof in sommige sectoren van de kunstwereld de hel losbrak. Wie denkt de minister wel dat ze is, om de kunsten een maatschappelijke opdracht op te leggen? Misschien was dat maar tijdelijk. Is de weerzin in de designwereld minder sterk. Misschien is men er inmiddels aan gewend. Want onder jong talent in Milaan lijkt de visie van Bussemaker naadloos overeen te komen met de ontwerperstijdgeest.

Tomas Widdershoven, directeur van de Eindhovense Design Academy, ziet het bij al zijn studenten. "Ze staan midden in de maatschappij. Ze zien kunst niet meer als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Ze lossen een probleem op met een product." Hij kan het bewijzen met de producten die hij selecteerde voor Milaan. Hij wijst: hier een natuurlijke airconditioning, een keramische wand waarlangs water kan lopen. Daar een vliegenval waarin de dieren in leven blijven. En overal ontelbaar veel meubels gemaakt van afvalhout.

Widdershoven staat die avond met Bussemaker in een oude loods, ver van de fancy meubelbeurs die officieel de Salone heet. Een stand daar kan de Eindhovense Design Academy helemaal niet betalen. Zo gaat dat in Milaan: overal in de stad zijn presentaties van ontwerpers, duizenden. Op de echte beurs staan alleen de grote namen. Vitra bijvoorbeeld, waarvan de Nederlandse ontwerper Hella Jongerius artdirector is. Ook Jongerius is een maatschappelijk betrokken ontwerper. Haar stoelen en tapijten zijn bekleed met natuurlijke materialen.

Design als topsector
"Je ziet: iedere Nederlandse ontwerper is nu bezig met hergebruik en maatschappelijke doelen", zegt ze tegen de minister. "Bedrijven willen dat ook. Maar tegelijk maken ze in het bedrijfsleven nog maar heel weinig gebruik van Nederlandse designers. Dat is jammer. Vaak denken ze dat ontwerpers een blok aan je been worden. Dat ze heel moeilijk gaan doen. Maar vraag je of ze daar ervaring mee hebben, dan blijkt dat ze het nooit hebben geprobeerd."

Is de minister serieus met design als topsector, dan ligt daar een taak voor de overheid, denkt Jongerius: "Help jonge ontwerpers de weg te vinden naar de industrie."

Dat is nog geen gemakkelijke opdracht. Zowel industrie als de ontwerpers in de designwereld bestaan uit kleine eenheden, weet de Italiaanse consul David de Waal, die in het gevolg van Bussemaker meeloopt. De Waal probeert al jaren vraag en aanbod bijeen te brengen, maar strandt op de veelvormigheid van de sector. Ook Jongerius weet het niet. Zij ontwierp stoelen voor KLM, maar dat bedrijf lijkt een uitzondering.

Petflessen
Het antwoord op die vraag vindt Bussemaker pas vele uren, vele wijken en talloze presentaties later. Ze spreekt met Marcel Wanders met zijn internationaal goedlopende label Moooi, maar vindt bij hem vooral kritiek op de Nederlandse designwereld. Te modernistisch. Ze spreekt met Wim Pijbes van het Rijksmuseum, Renny Ramakers van Droog, met Studio Job en ontwerptalent Maarten Baas. Ze ziet Nederlandse stoelen gemaakt van gebruikte petflessen in een expositie van het Arnhemse De Vorm en een ring gemaakt van een uitgeboord 20-centstuk van vormgever Lex Pott. Ze staat verbaasd om het ontwerp van Merel Bekking, die knalrood plastic meubilair ontwierp nadat ze uit twintig MRI-scans had opgemaakt dat het verheugde gebied in onze hersenen het meest oplicht bij die kleur en dat materiaal.

Maar pas aan het eind van haar ronde, als het bijna donker is en ze van de gevestigde orde is teruggekeerd naar de rafelige buitenwijk waar ook de Design Academy exposeert, vindt Bussemaker een manier om jong ontwerptalent onder de aandacht van Nederlands bedrijfsleven te krijgen.

De papieren vaas van Pepe Heykoop: een kartonnen vorm die je om een fles heen zet, waardoor het lijkt alsof je bloemen in karton hebt staan.
Het theeservies van Inge Kuipers, geschikt voor reumapatiënten.

In een verlaten fabrieksloods ontmoet ze ook de ontwerper Pepe Heykoop, kunstenaar-ontwerper. Heykoop maakt unica, maar ontwerpt ook vazen en lampen in serie. Dit vertelt hij Bussemaker: voor zijn lampen uit restleer zocht hij een naaiatelier. We spreken nu over vier jaar geleden. Juist op dat moment begon zijn nichtje Laurien Meuter een ideële stichting om een wijk in Mumbai te helpen. "We hebben het gecombineerd. Vrouwen uit die wijk maken mijn lampen. Ons doel is dat onze wijk in 2020 van extreem arm is opgeklommen naar de middenklasse."

Relatiegeschenken
Dat is geen luchtfietserij, zegt Heykoop. "We lijken het te gaan halen. We zitten nu op zestig procent van ons doel." Dat het zo goed gaat komt voornamelijk door zijn ontwerp van de papieren vaas: een kartonnen vorm die je om een fles heen zet, waardoor het lijkt alsof je bloemen in karton hebt staan. In designwinkels kost de vaas tegen de twintig euro. Dát werkt. 20.000 vazen verkocht Heykoop inmiddels. Volgend jaar wil hij de collectie uitbreiden met een papieren lamp.

Bussemaker: "Wat vind jij dat ik moet zeggen als mensen mij verwijten dat ik kunstenaars te veel een maatschappelijke rol opleg?"

Heykoop: "Als ik mensen kan helpen met mijn kunst, dan zie ik dat als winst."

Bussemaker: "Het is niet of-of hè, het is allebei. Je gaat niet iets lamlendigs maken omdat je betrokken bent. Je kunt heel goed die twee verbinden."

En dan bedenkt ze het. Ze roept haar secretaris-generaal bij zich, en haar beleidsmedewerker creatieve industrie. "Relatiegeschenken", zegt ze. "Ik wil toch ook niet meer met een doos stropdassen op pad? We maken voor Nederlandse bedrijven een lijst met Nederlandse ontwerpen die als relatiegeschenk kunnen dienen. Je verplicht ze tot niets, maar het vestigt er aandacht op. Internationaal kunnen we dat gaan doen met onze eigen relatiegeschenken."

Springplank voor talent in Milaan
De Salone del Mobile, hét design- en meubelevenement van het jaar, was deze week in Milaan. De beurs duurt nog tot en met morgen. De Salone was er voor het eerst in 1961, toen er alleen nog presentaties van Italiaanse meubelmakers plaatsvonden. In 1969 stond er voor het eerst een stand van een Nederlands bedrijf, Artifort. Ook dit jaar is Artifort weer aanwezig. De beurs is uitgegroeid tot een enorm evenement dat zich uitstrekt over heel Milaan. Dutch Design is er een begrip sinds 1993, toen Droog Design zijn debuut in Milaan maakte. De presentatie kreeg de naam 'droog' vanwege de nuchterheid waarmee de producten waren vormgegeven. De afgelopen twee jaar werkt Droog Design samen met het Rijksmuseum.

De Salone del Mobile geldt als de start van het meubelseizoen. Producenten presenteren er hun nieuwe collectie. Vooral jonge ontwerpers hopen er opgepikt te worden. Er zijn voldoende mogelijkheden om aandacht te krijgen: dit jaar meldden zich bijvoorbeeld 5000 journalisten vanuit de hele wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden