Review

Duo Argerich-Rabinovitch: wapperen met de handen

UTRECHT - Martha Argerich op het podium, maar niet achter de vleugel. Dit mirakel vond dinsdag plaats in de Grote Zaal van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, toen de legendarische pianiste plaatsnam achter de celesta (een klokkenspel met toetsenbord). Ze deed dat in de compositie 'Die Zeit' van haar duopartner Alexandre Rabinovitch, met wie ze die avond een recital gaf dat voorts uit werken voor twee piano's bestond.

In 'Die Zeit', voor piano, celesta, viool en cello, speelde de componist zelf op uitbundige wijze de pianopartij. Dit in 2000 geschreven, nogal lange werk kent drie delen, die bestaan uit voortdurende herhalingen van een zichzelf genererend, puur romantisch thema; alleen tempo, maatsoort en energie contrasteren in de delen. Deze muziek houdt op een vreemde manier het midden tussen de minimal music van John Adams en laat-negentiende-eeuwse Franse kamermuziek à la Saint-Saëns of Chabrier. Overtuigen deed het geheel wel, zeker dankzij de energieke vertolking door deze eminente musici, van wie violiste Lucia Hall en cellist Marc Drobinsky niet ongenoemd mogen blijven.

Rachmaninovs Suite nr. 1 voor twee piano's sloot uitstekend aan bij 'Die Zeit', omdat ook hierin motiefherhaling een grote rol speelt. Het duo Argerich-Rabinovitch speelde dit werk verrukkelijk, met ragfijn passage-werk van met name Martha Argerich, een ongekende kleurenpracht, helderheid en ruimtelijkheid. Even fascinerend waren de twee toegiften, met name het vederlicht gespeelde 'Le jardin féerique' uit 'Ma mère l'oye' van Ravel.

Dit wonderschone eind van het recital was een grote verrassing na het wonderlijke begin ervan. De verrichtingen van het illustere duo waren namelijk in de Sonate in f opus 34b van Brahms en Mozarts Sonate in D, KV 448 (beide voor twee piano's) nogal teleurstellend geweest. Brahms' sonate klonk grillig en ondoorzichtig. Opvallend was het enorme verschil in temperament tussen beide pianisten, dat niet alleen tot ongelijkheden leidde, maar ook tot onevenwichtigheid in klank. Argerich staat bekend om haar felle aard, maar als duopartner was zij opvallend terughoudend; ze speelde bijna als een begeleidster. Heerlijk waren de momenten waarin zij even alleen kon spelen. Rabinovitch daarentegen trok voortdurend de aandacht naar zich toe. Zijn toonvorming was zeer gevarieerd, maar minder soepel dan die van Argerich. Afleidend waren zijn enorme armgebaren, die zo gekopieerd leken te zijn van de wildste spotprenten van Liszt, zoals die in de negentiende eeuw in omloop waren.

Overigens was de hele verschijning van Alexandre Rabinovitch curieus. Hij heeft namelijk naast zijn pianostoel een blaaskacheltje staan. Voor hij gaat spelen is hij minutenlang bezig dit op de millimeter nauwkeurig te richten op zijn kennelijk immer koude vingers. Op het moment dat hij lijkt te beginnen, bedenkt hij zich, frunnikt aan zijn bril, controleert zijn nagels en rommelt weer aan het kacheltje. Tijdens het spelen presteert hij het om zijn handen zo nu en dan door de hete luchtstroom te laten wapperen. Martha Argerich stak hier de draak mee, door vóór de inzet van de eerste toegift ook met haar handen te gaan wapperen.

Vooral Mozarts Sonate in D werd slachtoffer van de maniërismen van Rabinovitch. Het clichématig inhouden voor iedere expressieve noot in het midden en de melige inzet van het rondo-thema, leidden tot een bizarre, superromantische Mozart. Gelukkig wisten beide uitzonderlijke musici elkaar na de pauze wel te vinden op een manier die volledig recht deed aan de stijl van de muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden