Duizend jaar kloosterleven

Het Utrechtse Museum Catharijneconvent doet in de tentoonstelling ’In Godsnaam!’ de geschiedenis van tien eeuwen kloosterleven uit de doeken.

Kloosters zijn ondanks de secularisatie nog altijd met een waas van romantiek omgeven. Het bestaan in een van de buitenwereld afgesloten gemeenschap heeft een hardnekkige aantrekkingskracht op hen die alternatieven zoeken voor de hectische wereld van alledag. In het klooster bestaat de mogelijkheid je van de ’harde’ samenleving af te wenden en tevens een voldoeninggevende levensbestemming te vinden.

Dat is althans de opvatting van degenen die daadwerkelijk het klooster in gaan of het op zijn minst voor een kortstondige retraite als een welkom logeeradres beschouwen. Dat het klooster en de daarin gevestigde orde een levenswijze vol overgave en toewijding, regelmaat en dagelijkse plichten oplegt, die bijkans het onmogelijke vraagt van de verwende, op comfort ingestelde westerling, wordt niet altijd onderkend.

Ook op de tentoonstelling ’In Godsnaam! 1000 jaar kloosters’ in het Utrechtse Museum Catharijneconvent wordt deze levenswijze slechts aangestipt. Toch is deze presentatie bedoeld als een algemene introductie op de geschiedenis van de kloosters, vooral die in Nederland, maar op grond van een samenwerkingsverband ook die in Engeland (Fountains Abbey), België (Leuven), Ierland (Cork) en Noord-Frankrijk (Saint-Michel-en-Thiérache).

Die keus is, mede als gevolg van de algemene opzet, eigenlijk wel beperkt, want de nadruk ligt nu op een klein aantal overbekende ordes als de benedictijnen, clarissen en cisterciënzers, terwijl van minder bekende maar zeker zo belangwekkende ordes als karthuizers of birgittinessen op deze tentoonstelling weinig of niets wordt vernomen.

Het begeleidende fotoboek over kloosterleven van Annie van Gemert besteedt aan de laatste orde wel aandacht. Maar haar boek is geen catalogus bij de tentoonstelling. Dat maakt de expositie onbevredigend, maar de opzet is er niet minder ambitieus om. Het is niet niks de geschiedenis van tien eeuwen kloosterleven in een paar museumzalen uiteen te zetten.

Ook hier verraadt zich overigens de algemene opzet: het kloosterleven begint natuurlijk niet in het jaar 1000. Een jaar dat trouwens weinig actieve kloosters zal hebben gekend, als gevolg van de eeuwenlange invallen van de Vikingen die op de kusten van Noord-Engeland, maar ook in Frankrijk en rivieropwaarts in de Lage Landen een schrikbewind voerden tegen alles wat des kerks was. De monniken die tweehonderd jaar met het stoffelijk overschot van hun abt rondsjouwden, konden daarvan meepraten.

Zo beroerd als in Engeland, waar de meeste kloosters door Hendrik VIII werden gesloten, om vervolgens tot ruïnes te vervallen, is de situatie in de Nederlandse kloosterwereld nooit geworden. Doordat de weerslag van de Beeldenstorm op het religieuze leven vrijwel nergens op de tentoonstelling wordt verklaard, lijken de kloosters in ons land een zorgeloos bestaan te hebben geleid.

De werkelijkheid is natuurlijk anders: het kloosterleven is allang niet meer zo aantrekkelijk. Kloosters worden in hun voortbestaan bedreigd door leegloop. Voor oude monniken, die bij gebrek aan een goede oudedagsvoorziening voor het opgeheven klooster een blok aan het been zijn, is zelfs een nieuw begrip ontwikkeld: zij mogen hun laatste levensjaren slijten in een ’kloosterbejaardenoord’.

Ook op het terrein van wetenschappelijke arbeid – onderzoek, productie van kunst of economische goederen – is de rol van de kloosters uitgespeeld, al zijn er ook kloosters bijgekomen die zich wijden aan maatschappelijke of medische zorg.

In het slotakkoord besteedt de expositie aandacht aan de mogelijke herbestemming van kloostergebouwen, wanneer die eenmaal verlaten zijn door de oorspronkelijke religieuze gemeenschappen.

Daarin lag ook de feitelijke aanleiding voor deze reizende tentoonstelling, die een uitvloeisel blijkt te zijn van het project ’Herbestemming van religieus erfgoed’. Over dat project wil je als lezer heel wat meer lezen dan nu op de schaarse museumborden valt te vernemen. Maar deze expositie moet het zonder een catalogus stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden