Beeldende kunstDubuffet

Dubuffets droedeltuin in het Kröller-Müller Museum is aangeharkt

Kinderen zijn dol op de 'Jardin d'émail' van Jean Dubuffet.Beeld Marjon Gemmeke

Het kunstwerk is de publiekslieveling van het museum, ook of juist, van het publiek van onder de achttien. De ‘Jardin d'émail’ in het Kröller-Müller Museum is een kunstwerk van 600 vierkante meter waar je in kunt, en je mag er nog rennen ook. Na vijf jaar restauratie is het als nieuw.

Eén spierwitte spriet licht op uit de donkere bomen van het park. Zwarte lijnen delen de witte staak willekeurig op in vlakken, bepalen slordig de omtrek. Alsof iemand snel een boom heeft getekend en vergeten is hem af te maken en in te kleuren. Aangekomen op een open plek blijkt de boom op een verhoging te staan. Een lange, hobbelige, oogverblindend witte muur houdt de grond waar de boom op staat uit het zicht. Er staan mensen op. Maar hoe komen ze daar? Een pad leidt langs de muur, om de vesting heen, nog een bocht, een trappetje af, eindelijk een ingang. Een smalle trap omhoog, een deur, en dan: wit licht, zo fel dat, zelfs als het bewolkt is, de omgeving pas langzaam zichtbaar wordt.

Zo moet Alice zich hebben gevoeld toen ze door het konijnenhol haar Wonderland binnen buitelde. De deur klapt dicht, een spierwitte wondertuin strekt zich rondom uit. Hier in de wit-zwarte wereld is alles anders dan normaal en juist daarom toch prettig.

Overzichtelijk. Bonkig glooiende vormen, allemaal onregelmatig maar begaanbaar. Randjes waarop je kunt zitten, of op en af kunt klauteren. Als een leeg ondiep zwembad. De zwarte lijnen trekken zich niets aan van meetkunde of andere praktische afspraken. Twee witte vormen zijn in het landschap geplant: struiken. De echte bomen eromheen lijken groener, het paars van de uitgebloeide rododendrons licht fel op. 

Onuitwisbare indruk

Droedeltuin is de vrolijkste bijnaam voor dit kunstwerk van Jean Dubuffet. Officieel heet het ‘Jardin d’émail’, emailletuin dus. Gelukkig maakt de lastig uit te spreken titel voor de populariteit niets uit: sinds het kunstwerk in 1974 in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum ligt, heeft het op duizenden kinderen en volwassenen een onuitwisbare indruk gemaakt. 

Die populariteit liet haar sporen na. De buitenmuur was beschadigd doordat kinderen met een aanloopje via de muur naar boven klommen in plaats van met de trap, er zaten gaten en scheuren in de betonnen onderlaag, de witte verf zat los, zodat regenwater er onder liep. In 1974 was de constructie een technisch hoogstandje geweest, maar na een laatste kleine opknapbeurt was er dertig jaar niets aan gedaan.

Vijf jaar heeft het museum aan de restauratie gewerkt, twee jaar onderzoek ging eraan vooraf. Alle verflagen zijn verwijderd, er kwam een nieuw afwateringssysteem. Het beton is hersteld. Dat was moeilijker dan je zou denken, de betonspecialist vergeleek de complexiteit met die van een Rembrandt. De reconstructie van de zwarte lijnen gebeurde met kleine penselen, om het spontane van de lijnen zo veel mogelijk te bewaren.

Fantasiewoord: hourloupe

Jean Dubuffet (1901-1985), de kunstenaar en maker van het werk, zat begin jaren zestig onnadenkend, misschien tijdens een telefoongesprek, wat te krabbelen met een balpen op een papiertje, droedelen wordt het wel genoemd. Voor het lijnenpatroon dat zo ontstond bedacht hij een fantasiewoord, ‘L’Hourloupe’. Als Dubuffet lang naar zo’n hourloupe keek, doemden er automatisch herkenbare vormen op: menselijke gestalten, gebruiksvoorwerpen en landschappen. De droedels werden kunst: Dubuffet trok ze over met viltstift, hij gebruikte zwarte lijnen, en verder vooral rood en blauw.

Jean Dubuffet, 'Jardin d'émail'.Beeld Marjon Gemmeke

Het effect sloot namelijk aan op wat de Franse kunstenaar vond van kunst: het was volgens hem niet de taak van de kunstenaar om slaafs de werkelijkheid te kopiëren of interpreteren, de kunstenaar moest juist verbeelden wat hij, de kunstenaar, wílde of zou kunnen zien. De kunstenaar moest een illusie scheppen die de toeschouwer op andere ideeën zou brengen over de werkelijkheid.

Later maakte Dubuffet de hourloupes ook driedimensionaal: van piepschuim sneed hij vormen die gebaseerd waren op zijn tekeningen. In 1968 zag Rudi Oxenaar, toen directeur van het Kröller-Müller Museum, een maquette van een nieuwe variant van de hourloupe-kunstwerken, landschappen die de toeschouwer nog beter zijn illusiewereld zou overbrengen: een tuin van 2 bij 3 meter. Die wilde Oxenaar wel in de beeldentuin, op ware grootte. 

Tuin in een tuin

Hélène Kröller-Müller had haar museum nadrukkelijk gebouwd midden op de jachtgronden van de Veluwe, in de natuur. Qua kunst verzamelde ze vooral schilderijen (met de vele Van Goghs als beroemdste), pas in 1961 is de beeldentuin als onderdeel van het museum ingericht. Met planten, paden en vijvers in dienst van de kunst die er te zien is: museumzalen zonder plafond, die ieder jaargetijde, iedere dag, weer anders zijn.

Dubuffet noemde zijn emailletuin dubbelzinnig: een tuin in een tuin, maar ook een kunstwerk dat je anders naar de echte tuin laat kijken. Voor kinderen is het kunstwerk nog steeds een klim- en tikkertjesparadijs, met de behoedzaam schuifelende en rondkijkende volwassenen als extra hindernis. Dankzij de restauratie weten die volwassenen dat deze kinderen over dertig jaar met hetzelfde genoegen net zo schuifelend deze zinsbegoocheling kunnen ondergaan.

Er zijn nog twee andere droedeltuinen uitgevoerd: vier bomen staan in Manhattan, New York. In museum Centre Pompidou in Parijs is één museumzaal gevuld met een ‘Jardin d’hiver’, en net buiten Parijs is de Closerie Falbala te bezoeken, met 1600 vierkante meter het grootste werk van Dubuffet.]

‘Jardin d’émail’ is toegankelijk van 1 april tot 1 november, op droge dagen (als het regent is het slipgevaar te groot) in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum in Otterlo. 

Lees ook:

De krabbels en kronkels van Jean Dubuffet

De Franse kunstenaar Jean Dubuffet was een laatbloeier die in veel verschillende stijlen en vormen werkte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden