Review

Dubbele Russische vuistslag

Een programma met louter Stravinsky in december, dat lijkt wel een kerstmatinee van Riccardo Chailly in Amsterdam. Maar we zaten in Rotterdam met Valery Gergjev en het was bijna pakjesavond. De herhaling van Stravinsky's indrukwekkende 'Oedipus Rex', zijn verfijnde 'Agon' en een vroege cantate zorgen vanmiddag en morgenmiddag in ieder geval voor een mooie sinterklaasmatinee op zijn Rotterdams.

Bepaald geen sinterklaascadeau is overigens de sores waarin Gergjevs Rotterdams Philharmonisch Orkest op dit moment is verwikkeld. Na het recente rumoerige vertrek van Rob Overman is Michiel Verschuil als interim-directeur aangesteld. Het orkest hoopt na de jaarwisseling met een nieuwe directeur in zee te kunnen gaan, de gesprekken voor een opvolger zijn al gaande.

De kersverse manager staat dan allereerst voor de taak een nieuw stafteam te zoeken. Artistiek directeur Kees Hillen moest namelijk wegens ernstige ziekte zijn taken afgelopen maand voorgoed neerleggen. Hij wordt tijdelijk vervangen door Eelco Beinema en krijgt daarbij hulp van onder meer de artistieke commissie.

Barre tijden dus, maar net zoals in andere stormen die het Rotterdams Philharmonisch Orkest doorstond, lieten de musici zich ook donderdagavond op het podium niet kennen. Dat hoorde bij uitstek in een werk als 'Agon'. Een topwerk dat door zijn complexiteit bepaald niet geschikt was als kindersurprise, maar zo sterk gespeeld als door de Rotterdammers verrassend fris en scherp klonk.

'Zvezdoliki' ('De Sterrenkoning') voor mannenkoor en orkest was een tussendoortje voor de altijd drukbezette Stravinsky. Tijdens het werken eraan schreef hij aan een vriend dat hij enkel nog Franse muziek luisterde (Debussy en Ravel). En dat hij de kleurrijke muziek van Skriabin de enige troost vond in de 'Russische woestijn', zoals hij het muzikale klimaat in zijn land omschreef.

Inderdaad klonken al die elementen door in de vroege cantate: de mystieke akkoorden en theatrale gebaren van Skriabin en de vloeiend lichte melodische lijnen (wat een verschil met de latere ritmisch pulserende Stravinsky) deden je het werk blindelings in Frankrijk positioneren. Niet voor niets droeg Stravinsky het werk op aan Debussy, die in 1912 al opmerkte dat het werk zo goed als onuitvoerbaar was, omdat de complexe koorklanken geen enkele steun hebben aan het orkest. Je hebt er een hechte groep zangers voor nodig zoals die van het Mariinsky Theater om zo'n kort maar krachtig werk op te laten stijgen.

En dan zo'n surpise-avond afsluiten met het opera-oratorium 'Oedipus Rex'. Gergjev zette het Griekse drama met krachtige streken op en liet de fijne invulling over aan Russische solisten als tenor Oleg Balasjov (een heldere Oedipus) en de bariton Michael Petrenko (Tiresias) met een kernachtig krachtig geluid. Soms neigde Gergjev wat te veel naar drama, maar meestentijds werkte de muziek als een vuistslag. En dan aan het einde weer dat onheilspellend klinkende Mariinsky-koor, als schim die opdook in een donkere steeg...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden