Vijftig jaar later

Drugs, hippies en modder: hoe Kralingen de moeder aller popfestivals werd

Publiek op het popfestival Kralingen in het Rotterdamse Kralingse Bos, deze maand vijftig jaar geleden.Beeld Hollandse Hoogte / Maria Austria Instituut

Wat begon als een festiviteit voor de Rotterdamse jeugd groeide uit tot het legendarische popfestival Kralingen, komend weekend vijftig jaar geleden. Voormalig popjournalist Peter Sierksma heeft het altijd jammer gevonden dat hij te jong was om erbij te zijn. Hij blikt terug met jeugdheld Floris, die er met zijn band The Dream optrad.

“Dank je wel, maar hoe bizar: wie bewaart er nou vijftig jaar lang een oude festivalkrant?” Terwijl ik aan theaterdier en productieleider Danae Bos, met wie ik als vrijwilliger bij het Utrechtse filmhuis werk, de originele programmakrant van het Holland Pop Festival 70 overhandig, kijkt ze me even vrolijk als verbaasd aan.

Tja, waarom dit vergeelde paarse ‘vodje’ niet eerder bij de oude kranten of als collector’s item van de hand gedaan? Want ik was er niet bij, vijftig jaar geleden in Kralingen. Daar was ik nog te jong voor. Ik bemachtigde het krantje samen met de wekelijkse Top 40 bij mijn plaatselijke platenzaak, die geheel in overeenstemming met de tijdgeest Discofiel heette. Evenmin kon ik toen vermoeden dat ik met al die vroeg verzamelde kennis 25 jaar later voor een korte periode popredacteur bij Trouw zou worden.

Kralingen, de moeder aller popfestivals, heette eigenlijk het Holland Pop Festival en werd van 26 tot en met 28 juni 1970 gehouden in het Rotterdamse Kralingse Bos. Er kwamen meer dan 100.000 bezoekers af op het programma met onder anderen Canned Heat, Country Joe, Jefferson Airplane, Santana, The Byrds, Pink Floyd en Soft Machine. Onder de Nederlandse artiesten bevonden zich CCC Inc., The Bintangs, Ekseption, Focus, Super Sister en The Dream – en de zanger van die laatste band bond mij aan Kralingen: Floris van The Dream.

De 'Dutch Woodstock' werd het popfestival ook wel genoemd.Beeld Getty Images

Anders dan vrijwel alle andere bekende namen op het programma die ik van de Top 40 kende, was The Dream volgens de aankondiging in de festivalkrant (‘de Tielse commune-groep die nu ook in Frankrijk en Duitsland steeds meer bekendheid geniet…’) toen nog de grote onbekende. Geen hits, weinig speelminuten op de radio, waardoor er iets mysterieus om de groep heen hing, alsof zelfs de Nederpop de jongens vreemd was.

“Hallo, ik ben Floris.”

Ook voor mij waren ze onbekend, tot ik in 1972 op de longafdeling van het Utrechtse St. Antonius Ziekenhuis belandde en er op zeker moment een flamboyante popster met Afghaanse jas, hip sjaaltje plus ketting en lang krulhaar aan mijn bed stond. Nadat hij eerst mijn kamergenoot, een in mijn ogen nogal gedistingeerde heer op leeftijd, met ‘dag pa’ had begroet, wendde hij zich tot mij en zei: “Hallo, ik ben Floris.”

Niet veel later werd mij duidelijk dat deze Floris Kolvenbach dé Floris van The Dream was en inderdaad op Kralingen had gespeeld. We raakten aan de praat over David Bowie, Marc Bolan en Pink Floyd met wie hij door het land getoerd had. Ik hield er zelfs een singletje aan over: hoe trots kan een veertienjarig joch zijn!

Maar zoals dat in de meeste levens gaat, zakten ‘droom’ en krant onder invloed van de tijd steeds dieper in mijn geheugen weg. Bijna een halve eeuw later kwam Floris, dankzij collega Danae en haar moeder, die de levenspartner van Floris bleek, weer tot leven. Hij trad die maand op in Utrecht en ik moest en zou daar natuurlijk naartoe. We raakten aan de praat. Over zijn vader, die inmiddels overleden was, de psychedelische rock die hij ooit maakte en niet te vergeten Kralingen.

Bezoeker van 'Kralingen'.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlandse Freelancers

Zullen we? Ja, laten we… En zo ontstond het plan om samen terug te reizen naar de plek, het veld, de plas waar inmiddels een monument het popverleden levend houdt. Maar de corona-omstandigheden stonden een live ontmoeting in de weg, dus belden we. Hoe was het, wil ik weten, om te spelen op de ‘moeder aller festivals’? En meer nog, hoe voelde het om, zoals Aloha-redacteur en Volkskrant-verslaggever Peter Schröder destijds in het voorwoord van mijn bewaarde kleinood schreef ‘de doorbraak van een nieuwe geest te beleven, die dit Muzikaal Totaalgebeuren volledig zal doen staan in het teken van de Harmonie… waarin geen dissonant te bespeuren zal zijn’.

Een nauwelijks te beheersen stroom van gebeurtenissen

Vanwege zijn talrijke herinneringen spreken we eerst over het totaalgebeuren, waarbij aangetekend dient te worden dat het volgens de organisatoren Georges Knap en Berry Visser – die als jonge durfal op zijn twintigste al contacten met grote impresario’s in Londen onderhield en later Mojo oprichtte – sowieso een wonder is geweest dat alles überhaupt plaatsvond.

Want wat begon als ideetje voor de jeugd vanuit het wijkcomité Ommoord als bijdrage voor een reeks Rotterdamse festiviteiten met het oog op 25 jaar bevrijding, groeide uit tot een nauwelijks te beheersen stroom van gebeurtenissen waarbij de gemeente het liet afweten en het vooral aan de relaxte houding van de politie, de voorfinanciering van 30.000 gulden door de directeur van Coca-Cola Nederland en een garantiesubsidie van het ministerie van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk te danken was dat alles op zijn pootjes terechtkwam. En hoe!

Floris vertelt: “Wij speelden vrij vroeg op de tweede dag. Omdat het die zaterdag de hele dag zou gaan regenen, verhuisden we van het buitenpodium naar een van de tenten waar ook deejays als Lex Harding van Veronica stonden. Wij vonden dat niet vervelend. Wij hadden een eigen bus, een oude omgebouwde DAF-truck, met veel dure apparatuur. Door binnen te spelen wisten we dat die droog zou blijven en er geen kortsluiting kon ontstaan. Voor ons een hele geruststelling. Het was het enige kapitaal dat we hadden.”

Wat hem verder opviel: het grote contrast tussen de wereld voor en achter de schermen. Op het veld was het ondanks de grote saamhorigheid één grote modderpoel. De bezoekers sliepen in de openlucht en wasten zich door een duik te nemen in de Kralingse Plas. Ook waren er veel te weinig wc’s en ontbrak het aan goede catering.

“Ik weet nog”, vertelt Floris, “dat ik zelfs een beetje medelijden had met al die lieve mensen toen Dr. John The Nighttripper met dat vervreemdende nasale stemgeluid van hem de massa toeriep ‘Are you feeling fine in the rain?’ en al die verzopen katten even vrolijk ‘Yeah!’ terugriepen. En dat terwijl wij achter de coulissen werden overladen met luxe. Zo kon je in het restaurant de heerlijkste steaks en kreeft krijgen, lagen de geldstapels voor de buitenlandse acts (de Nederlandse bands speelden gratis, PS) los op verschillende tafeltjes en was er aan drank en dope geen gebrek.” 

Geest uit de fles

Maar dan die geest, die in Kralingen voor het eerst massaal uit de fles kwam, en geheel in het teken stond van de vrijheidsdrang van een nieuwe generatie. Het vrij gebruik van drugs – ofwel middelen die de geest wisten te verruimen – speelden daarin een niet onbelangrijke rol: “Hoewel gebruik van marihuana officieel nog verboden was, werd het in Kralingen door de politie oogluikend toegestaan. Het was in wezen het begin van het gedoogbeleid waarvoor de toenmalige minister van volksgezondheid Irene Vorrink, gevoed door haar eigen zoon Koos Zwart, zich sterk maakte.”

Met Koos was Floris overigens goed bevriend. “Een geweldig aardige jongen”, zegt hij alsnog met zachte weemoed in zijn stem. Hij kende hem van de zogenoemde Provadya?-avonden in Paradiso en andere Amsterdamse gelegenheden. Die avonden stonden letterlijk in het teken van ‘voor de muziek’ waar muzikanten, dichters, theaterliefhebbers en andere wereldverbeteraars elkaar ontmoetten. “Voor ons was the sky not the limit. Niet voor niets heetten de podia waar wij verbleven Paradiso, Fantasio, Kosmos of Melkweg.”

Beeld Sygma via Getty Images

Behorend tot de eerste naoorlogse generatie zochten hippies nieuwe kaders: “Wij waren vredelievende anarchisten die streefden naar een grotere gelijkheid voor alle mensen en vrijheid voor het individu, zodat iedereen met al zijn of haar talent tot z’n recht kon komen. Hoewel wij ons buiten de partijpolitiek hielden, speelde Vietnam zeker een rol.”

Floris omarmde de teksten van Bob Dylan en declameerde gedichten van Simon Vinkenoog, die hij weleens tegen het lijf liep in Utrechtse cafés. “Maar uiteindelijk ging het ons om de muziek en het totaalspektakel. Lichtshows en vreemde geluidseffecten vormden bij onze performance een heel belangrijk onderdeel, al was dat op een festival lastiger uit te voeren. Dus speelden wij op Kralingen wat simpeler en harder, iets wat het publiek wel kon waarderen.”

“Er lag een gezonde dosis bluf aan ten grondslag”

Al met al stond Kralingen, dankzij de overmoed van initiatiefnemers Knap en Visser, model voor alle grote meerdaagse festivals van nu. “Het was duidelijk bedoeld als vervolg op de massaal bezochte popfestivals die eerder in Monterey (1967) en Woodstock (1969) gehouden werden. Er lag op z’n minst een gezonde dosis bluf aan ten grondslag, want de line-up met bands als Canned Heat, Jefferson Airplane, The Byrds, The Soft Machine en Pink Floyd loog er niet om.”

Financieel was het minder succesvol. Het ministerie van CRM betaalde achteraf 250.000 gulden, maar dat was niet genoeg om de strop van een miljoen gulden op te vangen. De initiatiefnemers wijten het verlies vooral aan het feit dat maar 30 procent van alle bezoekers een kaartje à 35 gulden kocht. De rest gaf maar al te graag gehoor aan de oproep van enkele vrijmoedige journalisten om vooral gratis via het water of met eigen betonschaar langs te komen. Hetgeen geschiedde. Kralingen werd een begrip. Floris: “Alleen daarom al vond ik het interessant dat ik erbij was. Roem heeft het ons niet gebracht. De volgende dag speelden we gewoon weer onder de blauwe hemel in het Land van Maas en Waal.” 

Muzikant Floris Kolvenbach werd in 1947 in Tiel geboren. Nog op de hbs richtte hij met Group 69 zijn eerste popband op. Na Mother’s Love volgde eind 1968 The Dream. Vanaf midden jaren zeventig verdiepte hij zich in de elektronische muziek in combinatie met video- en andere beeldeffecten. Hij ontwierp drumcomputers en drumrobots en stond aan de basis van de Beeldbibliotheek in samenwerking met Filmmuseum Eye. Tegenwoordig treedt hij weer op met oude en nieuwe songs en soundscapes.

Floris KolvenbachBeeld EMI

Te zien en te horen over Kralingen

Op 26 juni is op NPO 2 om 19.50 uur de documentaire ‘50 jaar liefde, vrijheid en muziek’ te zien over Kralingen.

Henk Jan Smits maakte voor Omroep Max de ‘Holland Popfestival Podcast’ (NPORadio 5).

Half oktober verschijnt een jubileumbox met boek, 4 lp’s, een dvd, T-shirt, festivalkrant, posters en het originele toegangskaartje. Intekenprijs € 99. hollandpopfestival.nl

Bij galerie DIG IT UP op de Schiedamsedijk 62a in Rotterdam is vanaf 26 juni een fototentoonstelling te zien.

Vanaf 25 juni is de heruitgave ‘50 jaar Kralingen’ te koop, € 19,50

Lees ook:

Een ereplaats in de popgeschiedenis

Het begon als onderdeel van de viering van 25 jaar bevrijding, het werd een memorabel popfestival. Honderdduizend jongeren trokken op 26 juni 1970 naar het Kralingse Bos in Rotterdam. Voor velen een breek- of keerpunt in hun leven.

Popfestival Kralingen 40 jaar geleden

Het is nog net niet de moeder aller popfestivals. Maar het festival in het Rotterdamse Kralingse Bos van 26 tot en met 28 juni 1970 was wel de eerste megapopmanifestatie op het Europese vasteland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden