Klassiek & zo Peter van der Lint

Drie maal de Tiende van Sjostakovitsj, driemaal feest

Het komt niet vaak voor dat je in de concertzaal kort na elkaar verschillende uitvoeringen van hetzelfde werk kunt beluisteren en dat je die uitvoeringen dus vervolgens tegen elkaar kunt afzetten. Een soort van ‘De vergelijking’, het programma-onderdeel dat elke week in ‘Diskotabel’ op NPO Radio 4 langskomt. Met wel een wezenlijk verschil: luister je in Diskotabel slechts naar een paar losse fragmenten waarop je je oordeel moet baseren, in de concertzaal luister je van begin- tot slotmaat en krijg je dus een veel beter beeld van opbouw, balans en samenhang.

De afgelopen maand konden we ons in het Amsterdamse Concertgebouw onderdompelen in drie versies van de Tiende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Die geweldige compositie uit 1953 waarmee de componist – volgens sommigen – definitief afrekende met zijn grote kwelgeest Josef Stalin, die eerder dat jaar was overleden. Dat doet de componist dan vooral in dat hol-blatende en schel-tetterende tweede deel, dat voorbij is voor je er erg in hebt. Prachtig hoe Karina Canellakis dat deel (en daarmee Stalin) met een zwiepende zwaardslag de mond snoerde.

Canellakis koos de symfonie voor haar inauguratieconcert bij het Radio Filharmonisch Orkest in de NTR ZaterdagMatinee van 12 oktober. Twee dagen later was in hetzelfde Concertgebouw het Filharmonisch Orkest van Oslo te gast, en ook daar stond de Tiende op de lessenaars. Nu gedirigeerd door Vasily Petrenko. En ruim twee weken daarna (eergisteren) werd Sjostakovitsj’ partituur gespeeld door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Tugan Sokhiev.

Geslepen en messcherpe precisie

Ik had het geluk om bij alle drie uitvoeringen aanwezig te zijn. De verschillen in deze drie uitmuntende uitvoeringen zaten vooral in de details en in de intensiteit van sommige passages. Qua tempi ontliepen de drie elkaar weinig, Sokhiev was een fractie langzamer dan de andere twee. Maar geen van drieën evenaarden zij het moordende tempo dat Kirill Kondrasjin vooral in de hoekdelen van de symfonie nam in zijn beroemde opname uit 1973.

Over het concert van Canellakis, dat door haar inauguratie een extra lading kreeg, schreef ik dat zij met haar geslepen en messcherpe precisie van Sjostakovitsj een vijfsterrenbelevenis maakte. En toch was Petrenko twee dagen later van een ander kaliber. Zijn bewegingen en gebaren waren in vergelijking met Canellakis klein. Onopvallend bijna. Maar met dat ‘niks doen’ sorteerde hij magistraal effect. Af en toe verkrampte zijn linkerhand en zag die eruit als een soort klauw. De pijn die Sjostakovitsj in zijn noten stopte ging van Petrenko’s hoofd via zijn armen naar die verwrongen hand. En wat speelde het orkest uit Oslo geweldig onder hem.

Bij Sokhiev stond vooral in het begin een zekere nuchterheid voorop. Desolaat klonk het in dat eerste deel geenszins, alsof de dirigent bang was om te snel te veel emotie toe te laten. Met de decibellen had Sokhiev dan weer geen moeite. Al meteen in dat eerste deel werd de pijngrens van de oren opgezocht met die schrille, typische Sjostakovitsj-piccolo’s. Maar Sokhiev haalde wel weer heel mooi de lulligheid van het snelle thema in het laatste deel naar boven. En de blazers van het Concertgebouworkest hadden stuk voor stuk een topavond.

Kiezen is lastig. Alle drie uitvoeringen stonden op zeer hoog niveau. Uiteindelijk overtuigde Petrenko mij dan toch het meest. Vanwege de pijn. Maar drie keer op deze manier de Tiende kunnen horen is bovenal een feest.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden