Drie Friese kunstenaars bezingen, beschrijven en schilderen hun geliefde cultuur

Beeld ANP

De Friese cultuur is een jaar lang het middelpunt als Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018 van Europa is. Maar wat is de Friese cultuur? Drie Friese kunstenaars over hun land als hun inspiratiebron. En de zorgen over het verdwijnen ervan.

Zangeres Nynke Laverman zingt het Culturele Hoofdstad-lied

Ze woont op een steenworp afstand van haar geboortedorp Weidum, te midden van de weilanden achter een zuivelfabriek. Het uitzicht uit haar raam is die beroemde weidse horizon van Friesland. "Het kan niet anders of die omgeving heeft invloed op mijn werk," zegt zangeres Nynke Laverman (37). "Als ik in de Randstad had gewoond, had mijn muziek anders geklonken."

Laverman reisde voor haar werk over de hele wereld, liet zich onder andere voor haar muziek inspireren door Portugal, Mexico en Mongolië. Maar de Friese taal ging altijd met haar mee. Zo ontstond zelfs het genre de Friese fado. "Nu ik ouder word en kinderen heb, raak ik meer betrokken bij mijn eigen omgeving. Hoe we omgaan met de wereld om ons heen, fascineert me enorm. Daar gaan mijn liedjes over."

Zangeres Nynke Laverman bij de 'mistfontein' Love van de Catalaanse kunstenaar Jaume PlensaBeeld Sjaak Verboom

De Friese taal, haar moederstaal, beschouwt ze als een belangrijk instrument. "Het is heel fijn om mee te werken, omdat het zo klankrijk is. En vol emoties en humor. Daarnaast staat het Fries het dichtst bij me. Bij een andere taal blijft er voor mij een bepaalde afstand bestaan, maar in het Fries kan ik me nergens achter verschuilen. En die kwetsbaarheid zoek ik juist, omdat ik daarmee mensen kan raken. Zelfs als het voor hen onverstaanbaar is."

Maar ook het landschap vindt zijn weg in haar liedjes. "Dat weidse hoor je denk ik wel ergens terug. In lange lijnen, in eenvoud; daar hou ik steeds meer van. Ik heb weleens met de dichter Tsjêbbe Hettinga een nummer gemaakt om het landschap te vangen. De coupletten heb ik toen steeds op één toonhoogte gezongen."

Wat ook zijn invloed heeft, is de rust en stilte in deze provincie. "In de Randstad zou ik zoveel indrukken opdoen. Ik zou het lastig vinden om dat uit te zetten. Ik geloof dat originele werken vaak ontstaan in een geïsoleerd gebied, omdat je je dan kunt afsluiten."

Voor de opening van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad schreef ze met haar man Sytze Pruiksma het lied 'Seis oere thús' (zes uur thuis). Het verwijst naar een voor de Friezen bekend fenomeen: als de kerkklok zes slaat, moet je thuis zijn. Tot die tijd kunnen de kinderen buiten spelen en rondzwerven. Laverman: "Direct onder de stugge buitenkant zijn Friezen emotioneel en melancholiek - daarom slaat fado hier zo aan - en erg nostalgisch. Die kerkklokken staan voor iets vertrouwds. Maar in dit lied luiden ze ook een nieuwe tijd in. Ze roepen op tot nadenken over hoe het hier verder moet.

"Men denkt, een jaar Culturele Hoofdstad, dat is een jaar feesten en festivals. Maar het echte belang van dit jaar is dat het ons een kans biedt om na te denken over onze toekomst. Over Friese problemen als duurzaamheid, immigratie, armoede, krimp. Dit groene weiland bijvoorbeeld, is dood land. Het is helemaal leeg getrokken, er zit geen insect meer op. Er zijn wel wat boeren die biologisch gaan boeren, maar het kost tien jaar voor zo'n weiland hersteld is. Zo kan het niet langer. We hopen dat de vele culturele projecten van dit jaar discussie oproepen en mensen bewust maken van de situatie. En hopelijk ontstaat er een beweging die na dit jaar doorgaat. Want Friezen houden ook van hun vrijheid, gezag wordt niet geaccepteerd. De veranderingen moeten van onderop komen, uit de gemeenschap zelf."

Het lied 'Seis oere thús' is het slot van de openingsceremonie van het jaar. Het zal worden gespeeld en gezongen door duizenden mensen: het Noord Nederlands Orkest, amateurmuzikanten, zangers, kinderen en het publiek op de drie pleinen in de stad, waar de opening op projecties te zien zal zijn. Laverman: "Tot slot zullen alle kerkklokken in Friesland tegelijk gaan luiden. En dat zijn er nogal wat, want we hebben de hoogste kerkdichtheid in Nederland. Een auditief vuurwerk dus." Het zingen van het lied brengt straks een bijzondere spanning voor haar met zich mee. Zo zingt ze te paard. Ze is al een aantal maanden in training met de hengst die haar zal dragen. "Maar ik vrees ook de emoties die los zullen komen als het moment, na die lange voorbereiding op dit jaar, eindelijk daar is."

Schilder Jan SnijderBeeld Sjaak Verboom

Schilder Jan Snijder schildert het landschap van z'n jeugd

Jan Snijder (57) is een buitenmens. Dat zie je al aan de lemen hut die dienst doet als zijn atelier. In de tuin staat een werkbank: van de lente tot en met de herfst schildert hij in de buitenlucht.

Vroeger was hij zo'n kind dat als de klok zes sloeg, nog kilometers van huis was, ergens in de weilanden. "Altijd met natte poten thuis", herinnert hij zich. Vanaf zijn derde nam zijn vader hem mee de weilanden in. Eieren zoeken, vissen, met z'n tweeën met de rug tegen een hek zitten. "Ik vond dat fantastisch," zegt hij. "Ik liep altijd voor schooltijd om acht uur al door de weiden."

Op zijn 27ste begon hij met schilderen, zonder opleiding. De schilder Gerriet Postma hielp hem op gang komen, maar zei na een half jaar dat hij zijn eigen gang moest gaan. Toen vroeg een vriend of ze samen landschappen zouden gaan schilderen. En opeens bevond hij zich weer in de wereld van zijn jeugd.

"Zo ben ik een Friese landschapsschilder geworden. Ik ga er elke dag op uit. Vooral het waddengebied en de directe omgeving rond mijn huis zijn mijn inspiratiebronnen. Maar nog meer ben ik een schilder van licht. Ik kijk de hele dag hoe het licht valt. Lange tijd heb ik me gericht op de horizontale beweging. In weilanden, op de wadden vind je bijna alleen maar horizontale lijnen. Alleen als er een paal in het water staat heb je een verticaal."

Zijn schilderijen zijn geen vergezichten, geen landschappen zelfs. Ze zijn een weerslag van zijn innerlijke wereld, opgebouwd uit wat hij heeft ervaren in de natuur: hoe de zee een regelmatig patroon van kuiltjes in het zand maakt, hoe het licht door de bomen valt.

Die bomen zijn nieuw. Ze hebben zijn horizontale lijnen veranderd in verticale. De oorzaak ligt alweer in het Friese landschap. "Het leven verdwijnt uit de weilanden. Heel Friesland is bedekt met een groene lap eiwitrijk gras. Groen asfalt noemen we het. Ik mis de diversiteit qua hoogte en kleur. Het kruidenrijke grasland met insecten, hazen, vogels is heel hard aan het verdwijnen. De tranen springen je ervan in de ogen. In maart is er geen kievit in de wijde omtrek meer te horen, van de 200.000 grutto's uit mijn jeugd zijn er nog maar 10.000 over. Ik wijk nu uit naar de bossen van Beetsterzwaag. Ook in de bossen gaat het over licht, maar dan over het licht dat wordt tegengehouden." In zijn atelier en berging staan en hangen de verticalen nu wat prominenter dan de horizontalen.

Hoe komt het toch dat zoveel Friese schilders zich met het landschap bezig houden? Dat is toch logisch, vindt Snijder. "Willem van Althuis, Gerrit Benner, Sjoerd de Vries, al die schilders hier zijn verbonden met het landschap. Het geldt trouwens ook voor schrijvers. Ze woonden hier en keken om zich heen. Ze maakten als kind vlotten, zochten eieren, redden een gewonde eend. Je wil vertellen waar je vol van bent. In het landschap is alles natuurlijk, je eigen staat wordt ook weer natuurlijk."

Schrijver Hylke SpeerstraBeeld Sjaak Verboom

Schrijver Hylke Speerstra legt de Friese herinnering vast

Fries, dat is de taal van schrijver Hylke Speerstra (81). Ja, hij schrijft en spreekt prima Nederlands, maar de Friese taal staat dichterbij hem. "Als ik een boek eerst in het Fries schrijf, vind ik het moeilijk om te vertalen naar het Nederlands. Ik moet iets prijsgeven van de eigenheid van het Fries, de gevoelswaarde verdwijnt. Andersom vertalen - van Nederlands naar Fries - voelt juist als een verrijking."

Jarenlang was Speerstra journalist, hij was hoofdredacteur van het door hem opgerichte Agrarisch Dagblad en later van de Leeuwarder Courant. Twintig jaar geleden verruilde hij de Nederlandstalige journalistiek voor het schrijven van Friese en Nederlandse boeken over schippers, boeren, schaatsers en Friese emigranten in Canada, Australië en de VS. Talloze mensen spreekt hij voor die boeken, vooral over hun jeugdherinneringen. En dan praten mensen graag Fries, want Fries is de taal van de herinnering.

Speerstra: "Fries is een agrarische taal, die nauw met het landschap is verweven. Dat landschap zit in de mensen, en zolang dat landschap zijn specifieke karakter behoudt, blijft de taal bestaan. Sommige mensen vinden dat een Blut-und-Bodentheorie, maar dat vind ik onzin. Marsman schreef ook over 'rijen ondenkbaar ijle populieren'.

"Maar het landschap is ongelooflijk veranderd. Ik groeide op in de crisisjaren en de oorlog. Nu ervaar ik het verlies van allerlei bezielde plekken, van kikkerslootjes, van talloze weidebloemen, van vogels als de leeuwerik en de tureluur. Dat is allemaal aan het verdwijnen door de monocultuur. De kleuren, de geluiden, de eigenheid: dat verdwijnt. En daarmee verarmt ook het Fries. Ik wil het niet dramatiseren, maar als alles globaliseert - van de winkelstraten die in elke stad hetzelfde zijn tot het landschap - verliest een regionale taal zijn voedingsbodem. Kinderen kennen de bloemen of het geluid van een grutto of leeuwerik niet meer, dus de vogels en bloemen verdwijnen uit de taal. Daardoor begrijpt men ook bepaalde metaforen niet meer. En zo zie ik als schrijver mijn gereedschap verdwijnen."

Dat komt niet alleen door het veranderende landschap, maar ook doordat het Fries niet meer op school wordt onderwezen, constateert Speerstra. "Een taal die niet wordt onderwezen, is ten dode opgeschreven. Fries is nu al meer een spreektaal geworden. Ja, de fietsenkelder onder het provinciehuis staat in het Fries aangegeven. Dat noemen we geveltjesfries: de buitenkant zit wel goed, maar van binnen is het fout."

En dat is jammer, vindt Speerstra, omdat de Friese taal zo goed past bij het karakter van de Fries, dat tegen het cynische aan zit. "Het is de taal van het understatement. In het Fries kun je met kleine doseringen gevoelens prachtig uitdrukken. Friezen willen ontroerd worden - flets proza leggen ze opzij - maar het mag niet sentimenteel worden. Dat de mensen van elkaar hielden moet maar duidelijk worden uit de kleur van het verhaal. Less is more in het Fries. Zo praten ze zelf ook.

Taal, landschap, herinnering en kunst: dat zijn voor Speerstra de vier elementen van de identiteit. Met een leeggezogen taal en een veranderend landschap is de Friese identiteit op dit moment in verwarring, constateert hij. "We zitten in een soort luchtledigheid en moeten op zoek naar een heroriëntatie: wat willen we zijn? We moeten ons opnieuw thuis gaan voelen in het landschap, dat nu volstaat met kolossale boerderijen en windturbines."

Speerstra vindt het ontzettend jammer dat Leeuwarden Culturele Hoofdstad zoveel geld besteedt aan nieuwe gebouwen en infrastructuur, maar niet aan een deltaplan voor de taal. "Iedereen zou moeten worden gemobiliseerd om deze taal aan de jeugd mee te geven. Ja, er worden verhalen verteld in het Fries en we zingen een lied in het Fries. Ik wil het feestje niet bederven, maar met de taal heeft de organisatie van Culturele Hoofdstad echt te weinig gedaan."

Lees ook onze reportage Kijk eens hoe mooi ik ben, zegt culturele hoofdstad Leeuwarden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden