Interview

Drank en drugs zijn nooit ver weg in de straatopera

Het gezelschap straatacteurs tijdens een repetitie van ‘The Disciples’. Beeld Bob Bronshoff

Er zullen altijd daklozen zijn, waarom geen opera met hen maken? Ramón Gieling deed het en maakte er tegelijk een indringende film over. “Ik wil daklozen niet als zielig afschilderen. Het zijn harde, moeilijke, onleefbare mensen.”

Peter hoort stemmen in zijn hoofd, heel boze stemmen. Fanny is verslaafd aan alcohol en heeft nog maar weinig tanden in haar mond. Chaïra is aan één zijde volledig verlamd en wil eigenlijk gewoon dood: ‘Ik bid elke dag tot Allah dat hij mij komt ­halen.‘ En Gerard, een oudere man met indrukwekkende flaporen, spat bijna uit elkaar van woede.

Iedereen heeft wel iets in het ­Amsterdamse daklozenkoor De Straatklinkers. Geen griepje, maar iets ernstigs: een hypofysetumor, een strafblad, een psychiatrische ziekte, een drugsverslaving, of alles tegelijk. Met die bagage en vanuit chaotische levens komen de koorleden elke vrijdagochtend bij elkaar in de Protestantse Diaconie. Om te zingen, al kunnen ze dat welbeschouwd niet.

Levensverhalen

Met dit ongeregelde gezelschap werkte filmmaker Ramón Gieling ­anderhalf jaar samen aan zijn opera ‘The Disciples’, over een dakloze bende die onder een viaduct woont. Gieling schreef het libretto en verwerkte daarin de levensverhalen van de ­Amsterdamse koorleden, Boudewijn Tarenskeen componeerde de muziek. De opera ademt de sfeer uit van ‘West Side Story’: rauwe mannen en gehavende vrouwen die elkaar verraden, verwonden, vermoorden. Drank en drugs zijn nooit ver weg, in de opera én het echte leven van de zangers.

Van het (nogal grillige) repetitieproces en de uiteindelijke uitvoering maakte Gieling een spannende film, die sinds gisteren in de bioscopen draait: ‘The Disciples, een straatopera’. De vraag is: waarom? Wat dreef Gieling om met daklozen een operafilm te maken?

Voor Gieling was het een logisch vervolg op zijn vorige film, ‘Erbarme Dich’, zegt hij in zijn Amsterdamse ­bovenwoning. In die film uit 2015 vertellen mensen over hun levensveranderende band met de Matthäus-Passion van Bach. Ook de zangers van De Straatklinkers figureren er al in. 

Bertolt Brecht

“Voor mij horen die films bij elkaar, het zijn allebei lijdensverhalen”, zegt Gieling. De dag na de première van ­Erbarme Dich kreeg hij al het eerste idee voor The Disciples. “Ik wilde meer met deze daklozen doen, maar ze niet laten acteren, want dat kunnen ze niet, dan vallen ze door de mand. Toen dacht ik aan ‘The Beggar‘s Opera’, waarop de ‘Driestuiversopera’ van Bertolt Brecht en Kurt Weill is gebaseerd. Als ze zingen, dan zijn mensen authentiek en ­geloofwaardig.” Gieling liet zich ook inspireren door ‘Los Olvidados’ (1950, De vergetenen), een troosteloze film van Luis Buñuel over straatkinderen in de sloppen van Mexico-Stad.

Speler Ton (rechts). Beeld Bob Bronshoff

Een gezellige of hoopvolle film is ook The Disciples niet geworden. Zo ­registreert Gieling ruzies en strubbelingen tijdens de repetities. “Het was een dagtaak om ze op tijd te laten komen. Marcel, de hoofdrolspeler, kwam elke week een uur te laat; dan zaten er 22 man op hem te wachten. Voor allen gold: negen van de tien keer kenden ze hun tekst niet. En toch eisten ze de hoofdrol.” Vaak moesten de zangers ­gesouffleerd worden; zeiden ze eindelijk hun tekst, dan was de bijbehorende muziek alweer voorbij. In de persoonlijke verhalen van de hoofdrolspelers zit weinig positieve ontwikkeling: de man met schizofrenie blijft schizofreen, Dikke Peter overlijdt een maand na het begin van de repetities en de verslaafde Fanny schopt met iedereen ­ruzie. Ook zij is inmiddels dood. 

Overlevingsmodus

Maar Gieling wilde ook geen geforceerd vriendelijk verhaal maken, zegt hij. “Ik wil daklozen niet als zielig afschilderen, ik portretteer ze als mensen die in hun overlevingsmodus ook vreselijk kunnen zijn. Ze spelen in de opera rollen waarin ze niet noodzakelijkerwijze leuke mensen zijn, je krijgt niet automatisch medelijden met ze. Ik heb ze in die hele tijd ook niet behandeld als daklozen, maar als acteurs. Mijn ­inzet was steeds: jullie moeten meedoen aan een goede film.” 

Zoete broodjes, die interesseren de filmmaker nu eenmaal niet: “Ik wil de boel op scherp zetten, ik wil een wond laten zien. Het leven ís behoorlijk ­onleefbaar voor deze daklozen. Het zijn harde, moeilijke, onleefbare mensen door hun beperkingen en verwondingen.” Met lange close-ups geeft hij ze wel een gezicht: dankzij de aandachtige camera worden de dakloze zangers ­interessant, belangrijk, zelfs mooi in een enkel geval, als echte acteurs. 

Haat en nijd

Toen de film dit najaar in première ging op het Nederlandse Filmfestival, kwam de hele cast na afloop op het ­podium. “Ik kreeg reacties als: ‘Wat een lieve groep, wat een aandoenlijke mensen’. Dan dacht ik: je moest eens weten wat een haat en nijd er onderling is.” 

Voor hem persoonlijk was het ­maken van de film nogal ingrijpend: Gieling raakte zwaargewond tijdens een repetitie, toen hij voordeed hoe de ene speler de andere moest overmeesteren. “Het leven kwam echt de film binnen, dat heb ik niet eerder zo meegemaakt.”

Naast vertederde reacties kreeg Gieling van een enkeling ook kritiek op zijn samenwerking met De Straatklinkers. “Ik hoorde wel: ‘Je hebt misbruik van ze gemaakt’. Maar ik denk in termen van dienst-wederdienst. Ik probeer iets voor de ander te betekenen en de ander iets voor mij.” Het leven van de spelers kenmerkt zich door stilstand, zegt Gieling; daar heeft de film niets aan veranderd. “Maar de energie waarmee we deze straatopera met z’n allen hebben gemaakt, die is positief. Die staat voor levensdrift. Deze film heeft een levensdriftige geschiedenis.”

Ramón Gieling

Ramón Gieling (64) maakte veel speelfilms en documentaires, vaak met een Spaanse link. Zeer succesvol was ‘En un momento dado’ (2004), over de ­impact van Johan Cruijff op Catalonië. De film eindigt met een lang interview met de legendarische voetballer.

Gielings speelfilm ‘Tramontana’ (2009) gaat over een omstreden liefde tijdens de Franco-dictatuur. In ‘Over Canto’ (2011) probeert hij de betekenis te vangen van ‘Canto Ostinato’, een minimalistische ­compositie van ­Simeon ten Holt.

Lees ook: 

Muziek van Bach helpt je wenen

Ramón Gieling gaf Bachs beroemdste en in Nederland populairste muziekstuk een eigen film: Erbarme dich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden