Levenslessen

Douwe Bob wil blijven vechten voor zichzelf: ‘Een heilige zal ik nooit worden’

Zanger Douwe Bob (26). Beeld Merlijn Doomernik

Singer-songwriter Douwe Bob (26) schreef verteerd door liefdesverdriet prachtige nummers voor zijn nieuwe cd. Met het hartzeer kwam veel los. Maar er moet ook gewoon gewerkt worden.

1. Zie je eigen valkuilen

“Vorig jaar rond deze tijd voelde ik me heel slecht. Alsof ik buitenspel stond. Ik was verdrietig en boos, maar het ging verder dan dat. Ik moest ergens doorheen, het ging niet alleen om het verlies van haar. Ik moest mezelf in de spiegel aankijken. Ik was in een neerwaartse spiraal beland van te veel drinken, te veel vloeken, te veel boosheid. Natuurlijk gaat ze dan weg. Haar vertrek was het glas water in mijn gezicht. Maar ik ga nu niet zeggen dat ik verbeterd ben, ik wil niet doen alsof ik gegroeid ben als mens. Ik kan alleen zeggen dat ik ze zie, mijn valkuilen. Ik heb het licht aangedaan in een donkere kamer.”

2. What you give is what you get

“Wezenlijk zal ik niet veel veranderen, maar ik wil niet eindigen zoals mijn vader (hij lijdt aan het syndroom van Korsakov, red). Die kant, een hang naar te veel drank, heb ik ook. Ik moet daarvoor oppassen. Maar ik ben nu mijn motorrijbewijs aan het halen, dus als ik straks op mijn Honda uit ’74 rijd, mág ik niet eens meer drinken.

Ach, een heilige zal ik nooit worden. Ik heb een onwijs ego, laten we eerlijk zijn, als je op een podium wilt staan moet je wel enigszins exhibitionistisch zijn toch? Ook ben ik jaloers en soms egoïstisch. Het zijn demonen waarmee ik moet vechten. Het dier in mij wil overleven, dat is iets heel basaals.

Eerlijk zijn tegenover jezelf, dáár begint het mee. Wat ik geef met mijn muziek is mezelf, ik wil kwetsbaar durven zijn. En het is magisch: als je echt bent, krijg je echte shit terug. Ik geloof niet in karma, wel in eerlijkheid en echtheid. Mensen voelen dat van elkaar, what you give is what you get.”

3. Muziek maken is niet alleen emotie, het is ook werken

“Ik ben nog nooit zo diep in mezelf gegaan als met dit album. Ik weet niet of ik er ooit nóg een kan schrijven waarin ik mijn gevoel zo bezing. Het is een break-up-album, ja, maar het is meer dan dat. Ik bezing ook mijn jeugd en hoe dat allemaal is gegaan. Want als iets kapotgaat, in dit geval een liefdesrelatie, komt er meer bovendrijven. Tegelijkertijd is muziek maken niet alleen emotie, het is ook werken. Net als een bakker ben ik met mijn band broodjes aan het bakken op het podium. Ik heb gewoon een thuisstudie gedaan om dit vak te beoefenen. Elke dag schrijven en zingen, uren maken.

Muziek is mijn uitlaatklep, cliché maar waar. Tijdens het zingen herleef ik alles. Dan ben ik zielsgelukkig, dan huil ik bijna, ik voer geen act op. Dat is een vloek en een zegen, maar ik kan geen pauze nemen van mezelf. Ik ben altijd best een gek, manisch mannetje. Dat trouwens ook naar rust verlangt. Wonen op een boerderij, dat lijkt me dus heerlijk. Ik kan niet wachten tot ik zelf een geitje kan melken. Overigens wel graag midden in de stad, zo’n stadskinderboerderij, zodat papa een pilsje kan drinken als de kippen op stok gaan.”

4. Alles is relatief

“Sinds het Songfestival ben ik bekend bij een groter publiek. Als ik een tram in stapte, dan werd het omgeroepen. Vleiend hoor, en ik vind het een compliment als iemand naar me toe komt voor een foto of om te zeggen dat hij mijn muziek goed vindt, maar het is allemaal zo relatief. Het is niet per se goed voor een mens. Iedereen wil wat met je drinken, vindt je leuk óf uitgesproken niet leuk. Terwijl ik gewoon een Amsterdams gastje ben, weet je wel? Ik geniet niet van een luxe bestaan. Soms zou ik willen dat ik hou van een vakantie in Dubai, maar ik wil gewoon in de kroeg hangen. Beetje kaarten, het echte leven voelen.

Daar gaat het album ook over. Over geluk vinden in oerdingen die gewoon voorhanden zijn. Een groep spreeuwen die golven tekent in de lucht, dát zien is rijkdom. Het wordt bijna spiritueel hè? Maar serieus, als je dat uit het oog verliest, gaat het fout. En het leek mij te ontglippen.”

5. In stilte moet je met jezelf dealen

“We zijn op zoek naar het Grote Geluk. Dat moet, denken we. Alles lijkt zo maakbaar en er is een onwijze fear of missing out. Ik heb het zelf ook. Tegelijk weet ik dus dat het zit in de kleine dingen. In de liefde voor mijn hondje Tammy bijvoorbeeld. Of ik weleens mediteer? Ik kreeg een vette paniekaanval bij zo’n meditatiesessie. Ik wilde weg, werd boos en ging hyperventileren. Dat bleek heel normaal te zijn. Maar dan weet je wel dat er iets weggestopt zit. En dat je het vaker moet doen. In stilte moet je met jezelf dealen. Nu we het erover hebben - ik denk dat ik het maar weer eens ga doen.

Geluk, je leest daar zoveel over. Ik heb daar wat moeite mee. Het ligt waarschijnlijk aan mij, maar als ik iets geschreven zie als ‘Geluk is het ontbreken van jezelf’, denk ik: arrogante kwal, gast! Jij hebt dat zeker allemaal even uitgevonden? Dat is de ene kant van mij. De andere kant van mij denkt: je hebt helemaal gelijk, prachtig. Geluk is jezelf helemaal vergeten en alleen maar zijn.

Douwe Bob met zijn hondje Tammy. Beeld Merlijn Doomernik

Ik hoop dat ik zo dubbel blijf daarin. Dat ik nooit iemand word die gaat vertellen hoe het leven in elkaar zit. Dat vind ik het allerergste wat er is. En ik ken er veel, de kroegen zitten vol mensen die het allemaal wel weten.”

6. Klamp je niet vast aan iemand

“Geluk zit in jezelf toch? Maar we moeten het wel een beetje samen doen, je kunt elkaars geluk ook ontnemen. Ik weet niet hoe dat zat in mijn laatste relatie. Het is een soort waas. Ik raakte in paniek, omdat ik voelde dat zij losliet. En dan wordt het erger. Dan ga je je vastklampen aan iemand. En als iets níet aantrekkelijk is… Ik denk dat vrouwen dat het minst aantrekkelijk vinden aan een man: als hij te hard z’n best doet. Niet dat ik elke dag bloemen kocht ofzo, maar als je vaak genoeg zegt ‘Je wil me niet meer’ dan wil iemand je op een gegeven moment ook niet meer. Een soort self-fulfilling prophecy. Ik lees graag poëzie. Een van mijn favorieten is Catullus, een van de eerste grote Latijnse dichters. Hij schrijft behoorlijk vunzig, maar kon romantische gevoelens voor een meisje gaaf verwoorden. Net als zijn woede trouwens. Heel modern eigenlijk voor een antieke dichter.”

7. Kijk een vreemde eens in de ogen

“Iedereen leeft in zijn eigen bubbel, met zijn eigen groepje mensen. Zo jammer, kijk een vreemde eens in de ogen. Ik heb mijn hele leven veel in bruine kroegen gezeten. Daar zit de vuilnisman naast de dokter. Ik hou van dat rauwe. Het botert natuurlijk niet altijd tussen mensen, dus daar gebeurt wat, dat zag ik als kind al. Dat zijn verhalen, dáárover kun je schrijven. Mijn vader heeft mij geleerd te kijken, te observeren. Dan gingen we ergens zitten, liefst in zo’n kroeg, koos hij iemand uit en zei: ‘Laten we een verhaal verzinnen bij die man. Waarom doet hij zo?’

Het is moeilijk te zeggen waarom we zijn wie we zijn, maar zeker is wel dat ik twee emotioneel interessante ouders heb. En beiden heel warm. Mijn moeder is mijn kerk. Bij haar is er geborgenheid, veiligheid, het knuffelen. Tegelijk is ze altijd bezig en van het doe-maar-normaal-principe. We zijn geen praters, althans, ik ben wel een prater, maar heb het nooit geleerd. Dat is weleens moeilijk.

Ik ben ook emotioneler, dat heb ik van mijn vader. Hypersensitief is hij. Daarom maakte hij zulke mooie dingen, hij was een waanzinnig schilder. Hij zit in een verzorgingshuis nu. Ik bezoek hem, maar te weinig. Ik vind het moeilijk hem zo te zien. Maar dat komt wel weer, daar moet ik mijn tijd voor vinden. Wel snel, hij is al tachtig.”

8. Het is wat het is

“Mijn sleutel tot nu toe: willen blijven vechten voor jezelf. Blijven bewegen. Al een aantal keer heb ik gedacht: ik geef het gewoon op. Niet dat ik mezelf iets wilde aandoen, maar ik werd zó moe van mezelf dat ik bijna opgaf aan mezelf te werken. Maar dan toch opstaan en jezelf een schop onder je reet geven. Ik voel me goed nu. De pijn komt nog met vlagen. Ik ben me nog echt wel bewust van het verlies. Het steekt nog, ik ga nog steeds slapen met haar in mijn hoofd en word nog steeds met haar wakker. Het is een vreemd iets, ik weet niet hoe vaak in je leven je dit kunt voelen op deze manier. Ik hoop niet te veel. Voor mij was het heel bijzonder, voor haar minder denk ik. Dat steekt. Maar het is wat het is. En it pays off. Ik zit hier met een nieuw album en je kunt wel zeggen dat ik gelukkig ben.”

Wie is Douwe Bob Posthuma?

Douwe Bob Posthuma (1992) is zoon van kunstenaar/muzikant Simon Posthuma en voormalig danseres Ellen Benard. Als hij drie is scheiden zijn ouders, waarna hij zowel bij zijn moeder als vader woont, in De Pijp in Amsterdam. Al jong heeft hij een passie voor muziek. Hij leert piano- en gitaar spelen en zingt. Hij begint op het vwo en haalt na een woelige schoolperiode zijn vmbo-diploma. In 2012 wint hij de tv-talentenjacht ‘De beste singer-songwriter van Nederland’, in 2016 vertegenwoordigt hij Nederland op het Eurovisie Songfestival met het nummer ‘Slow Down’. Eén seizoen was hij jurylid bij ‘The Voice Kids’.

Na ‘Born In A Storm’ (2013), ‘Pass It On’ (2015) en ‘Fool Bar’ (2016) kwam in november zijn vierde album uit, ‘The Shape I’m In’. Hierop is een nieuw geluid te horen: minder country/folk, meer pop. In februari hervat hij zijn The Shape I’m In-tour, douwebobmusic.com.

Douwe Bob woont in Amsterdam met zijn hondje Tammy.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden