Douglas Stuart: ‘Ik wil niet dat mensen, terwijl ze het lezen, meteen denken: is dit de schrijver écht overkomen?’

InterviewDouglas Stuart

Douglas Stuart schrijft over de onvoorwaardelijke liefde van een zoon voor zijn alcoholische moeder: ‘Ook bij mij thuis woedde er voortdurend een storm’

Douglas Stuart: ‘Ik wil niet dat mensen, terwijl ze het lezen, meteen denken: is dit de schrijver écht overkomen?’Beeld ANP

Modeontwerper in ruste en literaire laatbloeier ­Douglas Stuart won voor zijn debuutroman ­Shuggie Bain de Man Booker Prize. Over een zwaar alcoholistische moeder en haar zoontje Shuggie.

Moeder ligt uitgeteld en half ontkleed op de bank. Zoon gaat door het spaarzaam ingerichte huis. Schuddend aan lege bierblikjes, de schrale restjes verzamelend in een glas. Dat glas zet hij neer, naast de bank, voor als ze wakker wordt. Ernaast zet hij nog een glas water. Tegen beter weten in.

Het is een van de vele aangrijpende scènes in Shuggie Bain, dat het verhaal vertelt over het eigenzinnige jongetje Shuggie, dat het in de jaren tachtig in de grimmige achterbuurten van Glasgow moet zien te rooien met zijn zwaar alcoholistische moeder Agnes. Het is een roman over kinder- en moederliefde, die van het onvoorwaardelijke soort. Ondanks alles.

De roman, vorig jaar februari verschenen, won in de herfst de Man Booker Prize. Tamelijk onverwacht, voor de schrijver zelf, maar ook voor de literaire wereld. In de eerste plaats omdat het de debuutroman van een voormalig modeontwerper betreft, maar ook omdat van de veelbesproken diverse shortlist (met vier vrouwen en vier auteurs van kleur) er alsnog een witte man met de hoofdprijs vandoor ging.

Douglas Stuart (Glasgow, 1976) won vorig jaar de Man Booker Prize voor zijn debuutroman Shuggie Bain. Hij groeide op in Glasgow, studeerde textielbewerking in Edinburgh en deed een modeopleiding aan de kunstacademie in Londen. In 2000 verhuisde hij naar New York waar hij als ontwerper werkte voor Banana Republic, Calvin Klein en Ralph Lauren.

Nou, toch zit het met de emancipatoire representatie van zijn schrijverschap wel goed, vertelt een vriendelijke Douglas Stuart (1976) – immigrant, homoseksueel – vanuit zijn woonkamer in New York in een Zoom-gesprek. Hij woont al ruim twintig jaar in New York, maar het accent van de glimmend kale, bebaarde schrijver heeft nog weinig ingeboet aan Schotse zangerigheid.

Hij verhuisde naar New York voor zijn eerste carrière, in de mode-industrie, en geen verkeerde: hij werkte de afgelopen twintig jaar als ontwerper voor onder andere Calvin Klein, Ralph Lauren en Banana Republic. En ondertussen schreef hij. In de gaten van zijn doorgaans ramvolle agenda, in het vliegtuig, op vakantie. Toen duidelijk werd dat zijn roman gepubliceerd zou worden, zei hij de modewereld vaarwel om zich voltijds op het schrijverschap toe te leggen. Zijn tweede roman is aangekondigd, zijn derde staat in de steigers.

Glasgow in de jaren tachtig

Shuggie Bain schreef hij aanvankelijk gewoon voor zichzelf. “Zeker toen ik er ruim twaalf jaar geleden aan begon durfde ik niet uit te spreken dat ik met een boek bezig was. Ik was gewoon aan het schrijven. Ik wilde mezelf niet… intimideren. Het voordeel was dat ik er zonder druk van kon genieten, van de wereld die ik schiep, van de personages die ik tot leven wekte. Het was een beetje… fiddling.”

Vrij vertaald: aanklooien. Met losse stukjes. Scènes uit zijn jeugd. Beschrijvingen van het Glasgow uit de jaren tachtig, de buurten waarin hij opgroeide, de zwarte kolenheuvels die onbeheerd achterbleven, nadat de Thatcher-regering de mijnen sloot en hele buurten zonder werk kwamen te zitten. “Ik ben een immigrant. Ik schreef ook om verbinding te zoeken met thuis, met mijzelf, met waar ik vandaan kwam.”

null Beeld ANP
Beeld ANP

Want het overrompelende boek dat uit dat aanklooien voortkwam, is in zekere zin autobiografisch. Al vindt Stuart dat nog altijd een lastig onderwerp. Er gebeurt namelijk nogal wat gruwelijks in het boek; met Shuggie die zijn weg moet zien te vinden in een verpauperde woonwijk, terwijl moeder Agnes doorgaans op woensdag al de wekelijkse bijstand erdoorheen heeft gedronken.

Stuart: “Ik wil niet dat mensen, terwijl ze het lezen, meteen denken: is dit de schrijver écht overkomen? Dus, ik kan er dit over zeggen: ik ben net als Shuggie inderdaad de homo-zoon van een alleenstaande moeder; ik ben in vergelijkbare armoede opgegroeid als Shuggie en Agnes in het boek; en mijn moeder worstelde met een verslaving vanaf mijn eerste herinnering tot ze eraan overleed toen ik zestien was.”

“Mijn hele jeugd is gevormd rondom mijn moeder en haar alcoholisme. Ik groeide op in dezelfde wereld als Shuggie. Zover wil ik gaan. Wanneer ik schrijf over verlies, over verslaving, armoede, het niet-ergens-toe-behoren, dan schrijf ik van binnenuit over die gevoelens.”

Dat is precies de kracht van Shuggie Bain: hoe confronterend écht het boek aanvoelt. De manier waarop Shuggie van zijn broer leert om de gasmeter open te peuteren voor kleingeld of wanneer de televisie voor de zoveelste keer op zwart gaat, omdat er geen kijkgeld is betaald. Het zijn banaliteiten die je moet doorleven om ze naar papier te kunnen vertalen zoals Stuart dat doet.

Het schrijven van al dat soort uit zijn leven gegrepen scènes noemt Douglas een manier van traumaverwerking. En een manier om met terugwerkende kracht grip te krijgen op zijn jeugd. “Want als kind heb je geen controle over de situatie als je van iemand houdt die lijdt aan een verslaving. Ik werd rondgeslagen door de storm die voortdurend woedde in het huis waarin ik opgroeide. En het ís een verschrikkelijke plek om op te groeien – je weet nooit wat de drank met je moeder zal doen: wordt ze boos? Krankzinnig? Lyrisch? Depressief?”

Shuggie houdt meer van dansen dan van voetbal

Mannen uit het arbeidersmilieu van Schotland worden nou niet bepaald aangemoedigd om over hun gevoelens te praten, zegt Stuart. “Of over hun geestelijke gezondheid. Je mag niet klagen, niet zeuren, niet je gevoelens blootleggen en dus… om een boek te schrijven en om uit al dat trauma iets prachtigs te slepen, was voor mij ongelofelijk heilzaam en louterend.”

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het ging Stuart niet alleen om de verslaving, maar ook om aan te tonen wat het met de omgeving van de verslaafde doet. “Het gaat over hoe ver je wilt gaan om degene te redden van wie je het meeste houdt, voordat je jezelf redt. Iedereen die houdt van een verslaafde worstelt daarmee. Je doet wat je kunt, maar iedereen bereikt een punt dat hij het niet meer aankan.”

Om dat aan te tonen, zonder erover te oordelen, beschrijft Stuart hoe oudere zus (Catherine) en broer (Leek) uit beeld verdwijnen, terwijl Shuggie, de jongste, achterblijft met zijn verslaafde moeder. De eigenwijze Shuggie – zelf ook een loner, een outcast, gepest omdat hij meer van dansen dan van voetbal houdt – loopt over van het soort onvoorwaardelijke liefde die alleen jonge kinderen kunnen hebben. “Leek en Catherine kunnen zich aan hun thuis ontworstelen, omdat zij nog weten hoe Agnes vroeger was. Toen ze nog niet zoveel dronk. Toen ze nog soort van gelukkig was. Shuggie begrijpt dat niet, want de eerste herinnering van de kleine Shuggie is hoe Agnes haar slaapkamer in brand steekt met zichzelf erin.”

Verslaving is geen kwestie van oorzaak en gevolg

Waarom Agnes precies is gaan drinken, blijft onbesproken. Dat kan niet eens besproken worden, zegt Stuart. Te veel mensen denken bij een verslaving aan oorzaak en gevolg: er moet iets zijn gebeurd waardoor iemand gaat drinken. Maar zo werkt de ziekte niet. Bij wijze van research ging Stuart langs bij oude familieleden, die zijn moeder nog meemaakten voor hij geboren werd. Hij vroeg ze of ze zich het moment konden herinneren dat ze doorkregen dat zijn moeder een drankprobleem had.

“Niemand kon me dat precies vertellen. Dat heeft deels te maken met dat er in die jaren, in die gemeenschap sowieso veel gedronken werd. Maar vooral: het is bij alcoholisme niet zo dat er op zondag iets vervelends gebeurt en je maandag verslaafd bent. Verslaving is een vicieuze cirkel: drankmisbruik zorgt ervoor dat er slechte dingen gebeuren, die slechte dingen zorgen ervoor dat iemand meer gaat drinken.”

Even lijkt Agnes haar verslaving te overwinnen. Een jaar lang is ze nuchter, ze vindt werk, er worden nieuwe gordijnen opgehangen in het huis, er is weer geld om ontbijt voor Shuggie te kopen. Dan ontmoet ze Eugene, die haar mee uit neemt, die haar aanspoort gewoon één klein glaasje wijn bij het eten te nemen.

“Hij begrijpt verslaving niet, hij begrijpt haar niet. Het personage Eugene is een commentaar op heteroseksuele mannen die het lot van vrouwen naar zich toe denken te kunnen trekken en zichzelf zien als held. Je denkt even dat de knappe, fatsoenlijke, katholieke Eugene inderdaad de redder van Agnes wordt. Maar uiteindelijk dringt hij haar schaamte voor haar verslaving op. En dat drijft haar alleen maar terug richting fles.”

Shuggie accepteert zijn moeder wél zoals ze is. Hij weet niet beter, hij wil doen wat een tienjarige kan doen om haar te helpen. Hij wil dat ze beter wordt, maar hij zet ook, terwijl ze haar roes uitslaapt, het overgebleven bier van de avond ervoor naast haar bed klaar, voor als ze wakker wordt.

“Als daad van onzelfzuchtige liefde”, zegt Stuart. “Het schaadt hem misschien, maar hij weet dat het haar op dat moment helpt. Hij heeft door dat ze pijn lijdt. En hij doet dat voor háár.”

Nergens klinkt wrok of rancune door

Liefde blijft een bijzonder ding. Dat blijkt niet alleen aan de relatie tussen Shuggie en zijn moeder Agnes, maar ook uit de genegenheid waarmee Stuart in zijn boek het Glasgow van de jaren tachtig tot leven brengt. Het is een beestenbende, maar wel zíjn beestenbende. Nergens klinkt wrok of rancune door; nergens is het boek prekerig over de gevolgen van armoede, nergens in het boek zelfs maakt Stuart zich expliciet boos over de ravage die jaren aan Thatcherbeleid aanrichtte.

Liefdevol schrijven over een uitzichtloze plek: hij noemde zijn roman al eens een liefdesbrief aan Glasgow, hoewel de stad nou niet bepaald als een Arcadië uit de verf komt.

“Liefde hoeft niet per se vleiend, onderdanig, eerbiedig of lovend te zijn. Net als de liefde die Shuggie en Agnes voor elkaar hebben, die ze voor de stad hebben. Liefde wordt op de proef gesteld, heeft zijn gebreken. Maar liefde moet bovenal eerlijk zijn.”

Douglas Stuart zegt nooit verwacht te hebben dat zijn boek zo’n succes zou worden en al helemaal niet dat het de belangrijkste onderscheiding voor Engelstalige literatuur zou winnen. En hij was verbaasd hoeveel mensen zijn verhaal – in 37 landen vertaald – vandaag de dag nog altijd aanspreekt en hoe zijn relaas nog altijd relevant blijkt. Maar begrijpen doet hij het wel. “Er is nog altijd een kloof – en die wordt wijder – tussen de mensen die hebben en die niets hebben.

“Shuggie Bain gaat over veel sociale problemen die nog altijd voortwoekeren. Ik wilde een menselijk boek schrijven, een liefdesverhaal over een zoontje en zijn moeder. Misschien is het wel onmogelijk om een verhaal te situeren in het arbeidersmilieu van het Glasgow in de jaren tachtig en er géén politieke lading aan te geven. Maar dat was nooit mijn bedoeling.”

Thatcher wordt nergens bij naam genoemd, maar ze is overal

We komen te spreken over het afgelopen seizoen van successerie The Crown. Ook hij stoorde zich aan het tamelijk geromantiseerde beeld van Margaret Thatcher, neergezet door Gillian Anderson. “Daarom is diversiteit in de media en in literatuur zo cruciaal. Ik denk dat je sociale bewegingen niet kan begrijpen als alle stemmen het narratief van de middenklasse vertolken.

The Crown heeft zijn eigen boodschap: het plaatst overduidelijk sterke vrouwen op een voetstuk. Maar er wordt maar een deel van het verhaal verteld, als niet de gevolgen van het beleid van haar regering – want het was niet alléén Thatcher – worden belicht. Niemand die leefde in die tijd en op de plek waar ik opgroeide, ziet haar als heldin.”

Thatcher wordt nergens expliciet genoemd, of aangesproken, maar ze is overal. “Ik vond alleen dat er genoeg is geschreven over de mannen die door haar zijn verjaagd uit hun kolenmijnen en verzand raakten in armoede en drankmisbruik. Mijn wereld bestond uit mijn moeder. Ik wilde laten zien dat wanneer mannen worstelen, vrouwen en kinderen lijden.”

Douglas Stuart
Shuggie Bain
Vert. Inger Limburg en Lucie van Rooyen
Nieuw Amsterdam
448 blz, € 22,99

Lees ook:

Alsof de jaren 80 er springlevend zijn: in Schotland vallen elke dag drie drugsdoden

In Schotland sterven er dagelijks bijna drie mensen aan drugs, veel meer dan in de rest van Europa. Omdat de overheid wegkijkt, het probleem ontkent, zegt de hulpverlener. ‘10 procent van de gebruikers in Glasgow heeft hiv. De apotheken waar je naalden kunt ruilen, sluiten om vijf uur.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden