Review

'DON QUICHOT' EN CERVANTESEen scherpzinnige dwaas en zijn stormloop tegen de wereld

Cervantes, 'Don Quichot', prenten Gustave Dore, vert. J.W.F. Werumeus Buning en C.F.A. van Dam, uitg. Querido, 812 blz. - f 49,90; Stephen Marlowe. 'Door en leven van Miguel de Cervantes', vert. Pauline Moody, uitg. De Kern, 498 blz. - f 44,50.

GERTJAN VINCENT

Iedereen kent de verhaal waarin de arme Don Quichot, de wereld ingetrokken om als dolende ridder het onrecht te bestrijden, met gevelde lans windmolens te lijf gaat in de veronderstelling dat het reuzen zijn. Het maakte 'de Ridder van de Droevige Figuur' - zoals Quichot zich bij voorkeur noemde - en zijn schildknecht Sancho Panza onsterfelijk. Toch zullen maar weinigen het boek integraal gelezen hebben. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de losse structuur van de avonturen die zich zelfstandig laten lezen, en met de lengte van het origineel (in ruim 750 bladzijden). De eerste editie was nog niet zo uitgebreid maar gestimuleerd door het succes, en verontwaardigd dat er een apocrief vervolg op de markt gebracht was, publiceerde Cervantes negen jaar later een tweede deel.

De populariteit van de 'Quichot' is vermoedelijk voor een belangrijk deel te danken aan een stroom van 'bewerkingen' die het boek toegankelijk maakte. In de vorige eeuw werd het 'speciaal voor de jeugd' tot proporties teruggebracht, terwijl een indrukwekkend aantal beeldende kunstenaars, onder wie Goya, Dali en Picasso, ertoe bijdroeg dat we een concrete voorstelling van de ridder en zijn schildknaap hebben. Maar de befaamde negentiende eeuwse kunstenaar Gustave Dore heeft met zijn sfeervolle illustraties het edele tweetal zijn definitieve gezicht gegeven. De meest recente herdruk van de Nederlandse editie laat zien dat de tekst van Cervantes en de afbeeldingen van Dore tot een organische eenheid zijn samengevloeid.

Als tijdloosheid een kenmerk is van de klassieken, voldoet de 'Quichot' aan die norm: bewerkingen voor film, tv, musical en stripverhaal hebben de populariteit alleen maar doen toenemen. De figuur van Don Quichot heeft het gehalte van een mens van vlees en bloed gekregen, terwijl Cervantes verdwenen is achter zijn eigen creatie.

Dat is merkwaardig, want hoewel de biografie van Cervantes leemtes vertoont, zijn de feiten die wel bekend zijn spectaculair genoeg om er een roman mee te vullen. Hij groeit op als zoon van een heelmeester die maar moeilijk aan de slag komt, vertrekt naar Italie om er als kamerdienaar van kardinaal Giulio Acouaviva te werken maar besluit een jaar later het avontuur te zoeken als beroepsmilitair. Hij vecht mee in de historische slag bij Lepanto waar de christelijke vloot onder aanvoering van Don Juan van Oostenrijk de Turkse galeien verslaat. In het heetst van de strijd wordt zijn linkerhand verminkt door het salvo uit een haakbus. Als hij daar jaren later op terugkijkt is hij vervuld van trots: "Ik moest mijn linkerhand verliezen ter meerdere eer en glorie van mijn rechter." Enkele jaren later wordt het schip waarop hij vaart geenterd door Barbarijse zeerovers en meegesleept naar Algiers waar de bemanning in het cachot wordt gegooid. Vijf jaar lang zucht Cervantes in de Moorse kerkers. Vier keer onderneemt hij een ontsnappingspoging, totdat hij vrijgekocht wordt door een Spaanse geestelijke. Terug in Spanje wacht hem de deceptie van zijn leven; ondanks de aanbevelingsbrieven van Don Juan van Oostenrijk wordt hem een functie aan het hof onthouden, vermoedelijk omdat hij een 'converso' is, een bekeerde christen met joodse voorouders. Omdat literaire erkenning voor zijn dichtwerk en zijn toneelstukken uitblijft is hij genoodzaakt een baan als belastingontvanger te accepteren, een functie waar de 'oude christenen' hun neus voor ophaalden. Hij kan het niet bolwerken, maakt schulden en komt in de gevangenis. Daar schrijft hij het boek dat hem beroemd zal maken. Als 'Don Quichot' in 1605 verschijnt levert hem dat wel literaire erkenning op, maar geen financiele verlichting, zodat hij uiteindelijk armoedig overlijdt.

Die curieuze levensloop heeft de Amerikaanse schrijver Stephen Marlowe geinspireerd om een roman te construeren die de auteur van de 'Quichot' uit de schaduw van de geschiedenis moet halen. Het resultaat verscheen onder de eigenaardige titel: 'Dood en leven van Miguel de Cervantes'. De lezer is gewaarschuwd; wie een traditionele biografie verwacht, komt bedrogen uit.

Kennelijk is de auteur zo onder de indruk van Cervantes' meesterwerk dat de historische feiten naadloos overgaan in de meest fantastische speculaties over periodes uit Cervantes' leven waarover wij geen informatie hebben. Volgens de beste picareske traditie maakt Marlowe schaamteloos gebruik van die vrijheid om het leven van zijn held in te kleuren. Hij verlustigt zich in beschrijvingen van het hofleven uit die tijd, de machtsspelletjes, het gekonkel en de intriges, de permanente dreiging van de inquisitie. Maar hij lapt alle conventies van de historische roman aan zijn laars en goochelt met anachronismen, flash-backs en blikken in de toekomst om het tijdsbesef van de lezer te ontregelen. Dat sluit mooi aan bij het feit dat in Cervantes' tijd de Juliaanse kalender werd vervangen door de Gregoriaanse kalender waardoor achteraf geconstateerd kan worden dat Cervantes in hetzelfde jaar stierf als zijn beroemde collega Shakespeare, mits je maar van die twee verschillende berekeningen uitgaat. Het is een paradox die niet alleen aan dit boek, maar ook aan het bewonderde voorbeeld ten grondslag ligt: iets is waar en tegelijkertijd niet. Het historische raamwerk is herkenbaar, maar het is een decor voor een literair spel geworden. De schrijver creeert ruimte voor zijn eigen interpretatie van de persoon Cervantes en suggereert antwoorden op vragen die bij gebrek aan bronnenmateriaal aanleiding tot speculaties hebben gegeven. Zo speelt in 'Don Quichot' in tegenstelling tot de schelmenromans uit die tijd seksualiteit nauwelijks een rol. Vanwaar die terughoudendheid?

Was het uit morele overwegingen, of had het iets te maken met zijn eigen ervaringen? In Marlowe's roman is Cervantes' liefde voor zijn zusje Andrea een motief dat voortdurend terugkeert. Zelfs als hij op een gegeven moment getrouwd is met een achttien jaar jongere dame, kan hij haar niet vergeten. Gesteld dat die invulling niet uit de lucht gegrepen is, dan zou Cervantes' terughoudendheid het gevolg kunnen zijn van een sublimatie vanwege het taboe-karakter van zijn incestueuze verlangens.

Wie naast Marlowe's roman de 'Don Quichot' herleest, wordt getroffen door de manier waarop Marlowe namen en feiten uit Cervantes' meesterwerk door zijn eigen vertelling heen vlecht. Af en toe slaat hij op hol en lijkt hij op een jongleur die zich uit enthousiasme aan zijn materiaal vertilt. Dan slaat hij de raadgeving in de wind die hij de hoveling Juan Rufo in de mond legt: "Een bekwaam hoveling weet dat een oordeelkundige mengeling van het valse en het ware iets oplevert dat oneindig veel effectiever is dan een directe leugen een nieuwer, hoger soort waarheid dan de armzalige feitelijke waarheid." Het resultaat is een uitbundig, spannend en humoristisch boek. Tegelijk groeit de bewondering voor de maker van de 'Quichot', die erin geslaagd is zo'n subliem evenwicht te vinden tussen het tragische en het komische waardoor zijn creatie zonder problemen de tand des tijds heeft doorstaan. Sterker: Quichot blijft zijn lezers steeds verrassen getuige het aantal herdrukken van de vertaling die de hispanoloog Van Dam samen met de auteur Weumeus Buning in 1941 publiceerde. Hoewel die tekst door de kleurrijke inbreng van de dichter Buning een onmiskenbaar eigen geluid heeft, lijkt de tijd onderhand rijp voor een nieuwe vertaling.

Barber van de Pol, die als vertaalster van Spaanstalige literatuur haar sporen verdiend heeft, is al een jaar bezig met de restauratie van dit eerbiedwaardige monument. Haar doel ligt verder dan het vertalen alleen: ze wil de 'Quichot' gebruiken om een wetenschappelijke verantwoording te geven van een breed scala van vormtechnische en inhoudelijke problemen die zich bij een vertaalproces kunnen voordoen en daarop promoveren. "Het grote verschil tussen mijn aanpak en die van Buning" , zegt ze, "is dat ik probeer dichter bij de oorspronkelijke tekst te komen. Mijn belangrijkste bezwaar tegen zijn benadering is dat hij alles parafraseert. Als er 'beek' staat, wordt dat bij hem: 'een klaterend beekwatertje' en dat soort omschrijvingen verzint hij voortdurend, zodat de Nederlandse editie meer woorden telt dan het origineel. Ik wil het stroever, preciezer en kijken of dat in het Nederlands werkt. Daarnaast heb je te maken met bepaalde uitdrukkingen en formuleringen die zo gevleugeld zijn geworden dat je daar niet meer omheen kunt. De kunst is uiteindelijk om je zo in te leven in het boek dat je aanvoelt wat er staat, en dat weer te geven op de manier waarop de schrijver dat zelf gedaan zou hebben als hij nu geleefd had."

Een opmerkelijke wijziging staat haar in ieder geval voor ogen: "ik heb nog niet kunnen bedenken waarom je de naam 'Quijote' zou verNederlandsen. Via de Franse of Engelse editie zijn we tot 'Quichot' gekomen, terwijl Sancho Panza wel zijn Spaanse spelling behoudt. Ik zie dus geen reden om bij 'Quijote' af te wijken van de oorspronkelijke bron."

In opzet was 'Don Quichot' een parodie op het populaire genre van de ridderroman, maar dankzij het feit dat Cervantes zijn eigen specifieke uitdrukkingsvorm gevonden had, kon het uitgroeien tot een keerpunt in de romantraditie. In zijn voorwoord bij de Engelse editie schrijft de Mexicaanse auteur Carlos Fuentes: "Voor mij begint de moderne wereld als Don Quichotte de la Mancha in 1605 zijn dorp verlaat, de wereld intrekt en ontdekt dat de wereld niet lijkt op wat hij erover gelezen heeft." In zijn wanhopige pogingen het gedifferentieerde wereldbeeld te onderwerpen aan de vertrouwde analogie zoals hij die uit de boeken kent, wordt Quichot een meelijwekkende dwaas die hersenspinsels najaagt. Maar hij draagt zijn lot met verve! Het geniale van Cervantes is dat hij erin slaagt de dwaasheid van Quichot te transformeren tot een ander soort werkelijkheid die zo overtuigend is dat zelfs de broodnuchtere Sancho Panza - met zijn boerenslimheid het aardse tegenwicht van zijn meester - erin begint te geloven. Hoe karikaturaal hun beeltenis in tekeningen ook moge zijn, als romanpersonages vertonen ze een innerlijke dynamiek die sterk contrasteert met de statische helden die de literatuur toen bevolkten.

Op het breukvlak van de oude en de nieuwe tijd, in een samenleving waarin de tolerantie ten opzichte van het christelijke, Joodse en Moorse cultuurgoed in Spanje plaats moest maken voor de vernietigende regressie van de contra-reformatie, toont Cervantes de kracht van de verbeelding als substituut voor een ontluisterende werkelijkheid. Niet voor niets worden zijn verhalen bevolkt door geitenhoeders, galeislaven, randfiguren: als 'converso' wist hij wat het betekende om tussen de klippen van de macht door te laveren. Daarom is de dwaasheid van de Ridder van de Droevige Figuur een sublieme kunstgreep die hem in staat stelde een tweeslachtig spel met de werkelijkheid te spelen en de censor te misleiden. Want wie neemt kritiek serieus, geuit door een dwaas? Dat die dwaas in zijn gekte soms uiterst scherpzinnige en voor de machthebbers subversieve uitspraken doet, toont hoe behendig Cervantes balanceerde op het koord van waarheid en verzinsel. In de onsterfelijke Don Quichot, de idealistische dromer met zijn melancholieke trekken, die storm loopt tegen het onrecht in de wereld, heeft Cervantes een standbeeld opgericht voor de superieure kracht van de verbeelding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden