Scène uit ‘Don Carlos’ bij Opera Vlaanderen met vooraan kroonprins Carlos (Leonardo Capalbo) en staand in het midden zijn vader Filips II (Andreas Bauer Kanabas). Beeld Annemie Augustijns

Recensie Opera

Don Carlos dwaalt rond in zijn eigen fantasie

Opera
Opera Ballet Vlaanderen
Verdi ‘Don Carlos’
★★★☆☆

Politiek is nooit ver weg in het historisch operadrama ‘Don Carlos’ van Giuseppe Verdi, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Friedrich Schiller. Het is politiek, hier gevaarlijk explosief vermengd met religie, die heftig ingrijpt op de persoonlijke levens van individuen. Levens die er uiteindelijk genadeloos door vermorzeld worden. Verdi was weliswaar een politiek dier, maar wist maar al te goed dat aanvankelijke politieke euforie in desillusie kan omslaan – het gevoel dat niets ooit echt veranderd. Hij ving dat gevoel in misschien wel zijn meest complete, meest persoonlijke opera.

Nieuw tijdperk

De Nederlandse regisseur Johan Simons kan politieke onderstromen in theater en opera ongenaakbaar blootleggen. In de Parijse Opéra ontleedde Simons al eens genadeloos de politieke machinaties in ‘Simone Boccanegra’, een ander historisch drama van Verdi. Het splinternieuwe artistieke team van Opera Ballet Vlaanderen, onder aanvoering van artistiek directeur Jan Vandenhouwe, heeft Simons waarschijnlijk om die reden gevraagd om de grote openingsproductie van het nieuwe tijdperk van Opera Vlaanderen te komen regisseren. Een begrijpelijke keus, die tamelijk gelukkig uitpakte, maar die uiteindelijk toch niet helemaal de topproductie opleverde waar menigeen op gehoopt had.

‘Don Carlos’ gaat over de vrijheidsstrijd van de Vlamingen tegen de Spaanse onderdrukking van Filips II. Een prima titel dus om je als nieuw team in Vlaanderen mee te profileren. Carlos, de zoon van Filips, is lamgeslagen als niet hij maar zijn vader plotseling een politiek huwelijk sluit met de Franse koningsdochter Elisabeth de Valois. Carlos’ geliefde verandert zodoende in zijn stiefmoeder, en de kroonprins kanaliseert zijn verdriet en woede daarover uiteindelijk via de opstandelingen in Vlaanderen. Dat Filips volgens de Groot-Inquisiteur de verrader Carlos moet opofferen, wordt door hem gelijkgeschakeld aan het gegeven dat God de vader zijn zoon Christus immers ook aan het kruis liet nagelen.

Pikzwarte Verdi-klanken

Kerk en staat. In de twee meesterlijke scènes waarin Verdi die twee frontaal op elkaar laat botsen is Simons op zijn sterkst. Het zijn de scènes waarin Filips eerst van gedachten wisselt met zijn vertrouweling Rodrigue, en later clasht met de Groot-Inquisiteur. Twee duetten als theatrale dialogen waarin de Spaanse koning laveert tussen toenadering, afstoting, bewondering, afgrijzen, liefde en (zelf)haat. Simons toont hier de worstelende en opstandige mens in optima forma. Als Rodrigue zijn koning uiteindelijk toevoegt dat diens vrede, een vrede van het kerkhof is, bulderen de pikzwarte Verdi-klanken vernietigend uit de bak op.

Verantwoordelijk voor die geweldige muzikale ondersteuning is Alejo Pérez, de nieuwe, Argentijnse chef-dirigent van het gezelschap. Zijn behandeling van de partituur was in alle opzichten meer dan geslaagd: gepassioneerd, ontroerend, meeslepend en prachtig in balans met de zangers op de bühne. Pérez tilt het ‘nieuwe’ Opera Vlaanderen alvast op een hoog niveau. Zijn debuut als chef belooft veel voor de toekomst.

Verdi componeerde ‘Don Carlos’ in het Frans voor de Parijse Opéra. Na de première daar in 1867 sleutelde hij vele malen aan de lange partituur, waaruit steeds meer maten verdwenen. Opera Vlaanderen brengt de laatste versie, die Verdi in 1886 voor Modena samenstelde, en brengt die Italiaanse versie in het Frans. Bovendien worden de twee eerste scènes in Antwerpen omgedraaid, zodat de eerste ontmoeting tussen Carlos en Elisabeth, dan nog zijn verloofde, als een flashback van Carlos werkt.

Afschrikwekkend beeld

Simons laat Carlos bijna de hele avond op het toneel rondhangen, in eenvoudige kleding, op blote voeten, zich aanschurkend tegen de andere personages (zelfs tegen zijn vader), sjouwend en rollend met decorstukken. Het verbeeldt een soort hallucinerende staat vlak voor Carlos’ dood. Gelukkig is tenor Leonardo Capalbo in lijf en leden een prettige verschijning die zo’n lange blootstelling aan aandacht met gemak aankan. Hij zingt ook nog eens behoorlijk goed.

Als Capalbo tijdens de grote auto da fe-scène, het publieke spektakel waarin ketters op de brandstapel komen, ineens de bühne op komt rennen, heeft hij een brandende fakkel in zijn handen. Omdat Simons tot die tijd alle toneelattributen heeft weggelaten, is die zeer aanwezige brandende fakkel na twee uur ineens een afschrikwekkend beeld. Gevaarlijk. Niet de ketters branden, maar de idealist Carlos staat in brand. En Simons heeft meer voor Carlos in petto. Aan het slot, als Carlos’ grootvader Karel V hem meeneemt naar de betere wereld van het hiernamaals, laat Simons zijn Carlos uitdagend, te midden van koorleden in gewone kleding, voor op het toneel de zaal in kijken. Het hiernamaals, het zal me wat, lijkt Carlos hier op gezag van Simons te zeggen. Als ik iets wil betekenen, moet ik het hier en nu doen.

Het is in de specifieke scenografie dat deze enscenering vervreemdend werkt. Zelfs op afstand blijft. Kostuums en kleuren zijn afgestemd op de schilderijen van de oude Breughel en Jeroen Bosch. Vermengd met simpele projecties van locaties, en met bizarre geometrische vormen à la De Chirico voegen kostuums (Greta Goiris) en decors (Hans Op de Beeck) weinig toe aan het drama. Integendeel zelfs. De hele avond heb je associaties met van die podium­pjes waarop dompteurs in het circus hun tijgers in bedwang houden. Of hoepels waardoorheen hondjes moeten springen.

Naast de Carlos van Capalbo vielen vooral zijn mannelijke collega-zangers positief op. De Turkse bariton Kartal Karagedik groeide als Rodrigue uit tot de ster van de avond. Andreas Bauer Kanabas was een Philippe II van formaat, die van zijn grote aria over het gemis aan liefde van zijn vrouw een aangrijpende scène maakte. Elisabeth de Valois werd gezongen door Mary Elizabeth Williams, onaangenaam scherp

als ze hoog en hard zong, maar schitterend in haar pianissimi. Raehann Bryce-Davis zong prinses Eboli onstuimig, maar van alle personages had Simons het minst vat op deze intrigante. Als nogal misplaatste, komische karikatuur was deze Eboli volledig ongeloofwaardig als belangrijk radertje in de tragedie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden