Opinie

Dode zielen in zwarte aarde, houtsnippers en hemels licht

’Niemandsverdriet’ van Peer Wittenbols bij Toneelgroep Oostpool. Locatie-voorstelling in de Menno van Coehoornkazerne, Klarendalseweg 194 in Arnhem. Speeldata: 15/11 t/m 23/12 op woensdag tot en met zaterdag en 26/11 en 10/12 matinee op zondag. Per voorstelling plaats voor 75 toeschouwers. Reserveren: www.oostpool.nl of 026 4437655.

Hoewel Nederland neutraal was tijdens de Grote Oorlog van 1914-1918, beleven we negentig jaar later de slagvelden van België en Noord Frankrijk en de huiveringwekkende slachtingen daar met een grotere intensiteit dan de killing fields van Cambodja, Rwanda en Darfur. Het lijkt, schrijven de toneelmakers van Oostpool, alsof die oorlog steeds meer in de belangstelling komt.

Bij hun nieuwe voorstelling ’Niemandsverdriet’ is het voor mij niet duidelijk of de gelegenheid een voorstelling te maken in de monumentale Menno van Coehoornkazerne voor hen de aanleiding was hun onderwerp in die Grote Oorlog te zoeken, of dat hun wens een stuk over die oorlog te maken hen naar de kazerne heeft geleid.

In elk geval is de vertelling van het stuk weinig verrassend. Het gaat om een veldhospitaal, een chirurg die meer met zijn hobby (bloemen kweken) bezig is dan met zijn patiënten, over wie hij cynisch kan spreken, omdat het front waar wordt gesneuveld ver weg is voor hem (Ad Knippels).

Het gaat om een diep gelovige maar daarmee in de aanpak van haar patiënten ook een vrij gruwelijke verpleegster (Maureen Teeuwen), om soldaat Papin die chloorgas heeft binnengekregen en nu wacht op de verstikking vanwege longemfyseem (John Buijsman), om de vrolijke Quino die een granaatscherf in z’n kop heeft gekregen, z’n geheugen kwijt is en, mét scherf, opnieuw naar het front wordt gestuurd (Herman Bolten). En ten slotte om de weduwe Moresco die op zoek is naar haar gesneuvelde man en daarbij in een aanval met fosforbommen zwaar verbrand is geraakt (Juul Vrijdag).

Waar het schrijver Wittenbols en regisseur Rob Ligthert uiteraard om gaat, is de relaties tussen deze vijf personages, hun angst, hun woede, hun hang naar vriendschap, en hun omgaan met de dood, in beelden te vangen. Dat lukt vaak wondergoed. In het eerste bedrijf worden we een ruimte binnengevoerd waar de gewonden, de klei en het bloed plakkend aan hun lichamen, worden behandeld.

Daarna worden we een etage hoger gevoerd naar de ziekenboeg, waar het grootste deel van de handeling zich afspeelt in de gang met daarachter de ziekenkamers in innig blauw, groen en oranje licht gehuld, en waar komt vast te staan wie zal sterven en wie niet. Ten slotte gaan we naar een ruimte waar de vloer met houtsnippers is bedekt, en waar Papin zijn verstikkingsdood sterft en Quino zijn doodvonnis als hersenloos kanonnenvlees opgewekt tegemoet gaat.

De decors van Catharina Scholten waren sterk, heftig; het lichtontwerp van Tom Verheijen hartveroverend. Toch ontbrak er iets. Als ik in Frankrijk rondloop op een ereveld uit de Eerste Wereldoorlog, en dat gebeurt vrij vaak, moet ik onveranderlijk vechten met mijn tranen. Waarom glijdt deze voorstelling, prachtig vormgegeven, bewogen en humoristisch tegelijk gespeeld, dan zachtjes voortkabbelend langs mij heen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden