Wat moeten we zien in...

Dit poppenhuis met een wieg van zilver kost evenveel als een royale villa

De keuken van het poppenhuis vol zilveren spullen. Beeld Jasmijn Tolk

Elke week kiest Trouw de blikvanger in een museum, die je als bezoeker niet mag missen. Vandaag: een poppenhuis met zilveren pannetjes in de keuken in Rijksmuseum Twenthe.

Voor de aankoopsom van het dit 250 jaar oude poppenhuis had je ook een royale villa kunnen kopen. Om en nabij een miljoen euro is er betaald voor dit zeldzame miniatuurhuis. Het is een van de tien bewaard gebleven Hollandse poppenhuizen uit de 17de en 18de eeuw. 

Op kunstbeurs Tefaf in Maastricht, waar het vorige maand te koop werd aangeboden, was het wonderbaarlijk rijk ingerichte huis met meer dan honderd zilveren ­miniaturen hét pronkstuk. Wie o wie zou het kopen? Een rijke buitenlandse verzamelaar? Of zou een Nederlands museum voldoende geld bij elkaar kunnen sprokkelen? 

Schatkamer

Dankzij de Martens-Mulder Stichting blijft het in Nederland. Deze stichting (opgericht in 1976) beheert de verzameling zilverwerken uit de 17de en 18de eeuw van het echtpaar Jan Cornelis Martens en Roelfina Mulder. De hele collectie is in langdurig bruikleen ondergebracht in Rijksmuseum Twenthe, dat er een speciale ‘schatkamer’ voor heeft ingericht. Sinds Pasen staat er ook dit poppenhuis, waar bezoekers nu al speciaal voor komen.

Als museum kun je er alleen van dromen om zo’n publiekstrekker in de schoot geworpen te krijgen. Het is in perfecte staat, van de blinkend gepoetste zilveren pannetjes in de keuken tot de salonmeubeltjes. En dan te bedenken dat er ook mee is gespeeld, zoals uit brieven blijkt. 

Het moet wel een supergeorganiseerd huishouden zijn geweest bij Anna Maria Trip (1712-1778), die het 1,68 meter hoge poppenhuis heeft ingericht. Ze kwam uit een Amsterdamse regentenfamilie en trouwde op haar achttiende met de 24 jaar oudere Groningse raadsheer Wicher van Swinderen. 

Statussymbool

Na de geboorte van hun zeven kinderen was het poppenhuis haar volgende project. Het huisraad met veel zilver kocht ze onder meer bij zilversmid Arnoldus van Geffen in Amsterdam. Voor rijke vrouwen was het poppenhuis destijds ook een statussymbool, zeg maar hun speeltje om mee te pronken. 

Zo zagen de huizen van de welgestelden er in die tijd uit, met zijden wandbespanningen, Perzische tapijten en in het geval van Anna Maria Trip ook nog een aparte kraamkamer, waarin ze bevallen was haar kinderen. In het zilveren wiegje ligt een minuscule baby, van ivoor.

Het poppenhuis is te zien in de ­zilverschatkamer van Rijksmuseum Twenthe in Enschede.

Elke week beschrijft Trouw een kunstwerk in een museum dat u niet mag missen. Eerdere afleveringen van ‘Wat moeten we zien in’ leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden