ProfielMetropole Orkest

Dit is waarom het Metropole Orkest zo uniek is (en al 75 jaar bestaat)

Het Metropole Orkest won in het 75-jarig bestaan vier Grammy Awards en werd er twintig keer voor genomineerd. Beeld Reinout Bos
Het Metropole Orkest won in het 75-jarig bestaan vier Grammy Awards en werd er twintig keer voor genomineerd.Beeld Reinout Bos

Het Metropole Orkest bestaat 75 jaar. Wat maakt ‘the world’s leading pop and jazz orchestra’ zo uniek? ‘Je wordt gedrágen door het orkest. Het zijn de allerbeste musici waarmee je mag werken.’

Frank Hettinga

“Ja, 75 jaar Metropole Orkest”, peinst Dick Bakker, oud-chefdirigent, van 1991 tot 2005. Hij grinnikt: “Dat valt bijna niet in één verhaal te gieten, hoor.” En daar kan hij weleens gelijk in hebben. Want ja, als zelfs de tune van ‘Pluk van de Petteflet’ door het ­Metropole is ingespeeld, dan kun je je haast beter afvragen wat het orkest in al die decennia niét heeft gedaan.

Toch een greep: vaste begeleider van Nederlandse artiesten op het Songfestival. De introtune van Studio Sport? Van het Metropole. Ze speelden de filmmuziek van Ennio Morricone. Dj’s Afrojack en Tiësto deelden hun mengtafel met hen. Ze begeleidden de grappen van ­cabaretier Brigitte Kaandorp. Willeke Alberti zong haar levensliederen. En ze croonden met Joe Cocker.

Dit weekend zou het Metropole ­Orkest zoals ieder jaar acte de présence geven op North Sea Jazz. Door de coronacrisis wordt het Rotterdamse festival een jaar uitgesteld. Maar het Metropole bestaat maar één keer 75 jaar en dus vullen de orkestleden zondagavond met een speciaal concert op NPO 2 de leemte van het festival op.

Voor het eerst in maanden komen ze weer in volledige bezetting bij elkaar. In vijf kwartier scheren ze langs de jazz met zanger Gregory Porter en altsaxofonist Benjamin Herman. Akwasi rapt. En Michelle David vertolkt nummers van soullegendes Nina Simone en Stevie Wonder.

“Dat is de kracht van het Metropole, we mengen allerlei genres, maken nieuwe combinaties”, zegt Max Boeree, al sinds 1982 verbonden aan het MO als baritonsaxofonist en basklarinettist. “We zijn niet aan één stijl gebonden. Alles, behalve klassiek. En zelfs dáár ruiken we nog aan als we filmmuziek spelen.”

De muziek van de bevrijder

Vlak na de Tweede Wereldoorlog kreeg arrangeur Dolf van der Linden de opdracht van Radio Herrijzend Nederland een groot amusementsorkest op te richten. De Duitsers controleerden de publieke omroep jarenlang met schlagers, zware operettes. Nu was de ­muziek van de bevrijder aan de beurt. Dansen door de huiskamer op de classy jazz van Amerikaan George Gershwin, gespeeld door het Metropole Orkest.

Het Metropole Orkest. Beeld ANP
Het Metropole Orkest.Beeld ANP

Lang bleef Van der Linden het ­gezicht van het orkest dat met lichte muziek, jazz- en popstukken vooral op de radio en tv te horen was. Nadat zijn opvolger Rogier van Otterloo plots overleed, werd Dick Bakker in 1991 aangesteld. De arrangeur en componist schudde de zaak flink op.

“Ik wilde het Metropole echt onderscheiden van klassieke orkesten door het uit de studio weg te halen en meer op te laten treden, meer in de picture. Met een breder pallet aan genres en voor een zo breed mogelijk publiek.”

Zo verbond Bakker het omroep­orkest met Nederlandse popartiesten, zoals Marco Borsato, Bettie Serveert, Golden Earring en Junkie XL. Voor die serie ‘With A Little Help From My Friends’ stak het Metropole popsongs in een nieuw jasje. “Alle stijlen kwamen voorbij: hardrock, heavy metal, wereldmuziek en rap”, zegt de 73-jarige Bakker. “Dat namen de liefhebbers van het eerste uur ons niet in dank af, maar jonge mensen vonden het geweldig.”

Het orkest kreeg ook een verjongingskuur onder de muzikanten en trok voor het eerst naar het buitenland, naar Griekenland. “Ik denk dat elke nieuwe chefdirigent weer een stapje hoger is gegaan in de kwaliteit,” zegt Bakker.

Hij noemt zijn opvolgers, de buitenlandse dirigenten Vince Mendoza en Jules Buckley: zij maakten van het ­Metropole een internationaal begrip, tot ‘the world’s leading pop and jazz ­orchestra’. “Zij hadden ingangen bij al die artiesten in Amerika, in Engeland.”

Een verzuild stelsel

De vernieuwingen zorgden er misschien wel voor dat het Metropole – al die tijd gefinancierd uit de mediabegroting – de culturele kaalslag, de saneringen kon overleven. Van de vele omroeporkesten uit het verzuilde stelsel zijn alleen nog het Metropole Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest over.

Toch kende ook het Metropole wat directeur Jan Geert Vierkant noemt ‘een bijna-dood-ervaring’. Bijna werd het orkest in 2012 totaal wegbezuinigd. Uiteindelijk kreeg het toch financiële steun, maar moest het zelfstandig verder. Sindsdien is het niet meer in dienst van de Publieke Omroep.

Het aanzien van het orkest is flink gegroeid, denkt directeur Vierkant. Voor de eeuwwisseling lieten recensenten de MO-albums vaak links liggen. Een omroeporkest? Te stoffig. Kitsch. Veelzijdigheid is verdacht en misschien wel stijlloos.

In januari won het Metropole voor de vierde keer een Grammy Award, terwijl het al twintig nominaties regende. Ook stond het orkest al zesmaal in de Royal Albert Hall tijdens de BBC Proms. Dat dwingt respect af. Vierkant: “We hebben de afgelopen jaren onder dirigenten Mendoza en Buckley een grote slag gemaakt. Ik denk dat niemand ons nog durft weg te saneren.”

Onder internationale artiesten, ­zoals jazzicoon Herbi Hancock en ­ambient-componist Brian Eno, is het Metropole een gewild orkest. “Artiesten worden overal ter wereld gevraagd samen te werken met symfonieorkesten”, zegt baritonsaxofonist Boeree. “Maar die symfonieorkesten zijn met andere muziek bezig, klassiek. Ze spelen de jazznootjes dan wel, maar het swingt niet echt. Niet zoals jazzmusici gewend zijn. Bij ons klinken de eerste noten, de strijkers beginnen, en dan draaien die artiesten zich om: verdorie, het swingt hier!”

“Ik ben een orkestmusicus, niet een solist die met een kwartetje wil rondtrekken. In mijn belevingswereld is het Metropole het hoogst haalbare. Er is maar één Metropole Orkest. Met een echte bigband én strijkers die van wanten weten. Percussie. En een ritmesectie van wereldniveau, ze beheersen werkelijk alles, jazz, soul, pop, heel allround zijn ze.”

Dat kan Trijntje Oosterhuis beamen. “De grote namen, hè, Quincy Jones, Burt Bacharach; allemaal zijn ze lovend over de ritmesectie. Je moet het zo zien: met een slechte sectie heb je niks aan een orkest. Zelf heb ik ook met veel orkesten in Europa en Amerika gewerkt. Vaak zijn de drummer en bassist het dan nét niet. Dan wordt het toch een soort Peppi en Kokki-uitvoering.”

Metropole Orkest tijdens North Sea Jazz in 2018 in een stampensvol Ahoy. Beeld Reinout Bos
Metropole Orkest tijdens North Sea Jazz in 2018 in een stampensvol Ahoy.Beeld Reinout Bos

“Veel orkestleden ken ik al mijn hele carrière, al 25 jaar”, zegt Oosterhuis (47). “Voor mij voelt het bij het Metropole letterlijk alsof ik de huiskamer van mijn familie binnenstap.” Ze werkte met haar toenmalige band Total Touch, maar vooral als soloartiest vaak samen met de muzikanten. Haar mooiste project was rond de songs van én met de Amerikaanse componist Burt Bacharach, een cross-over van pop naar jazz naar soul.

“Zo’n orkest, zeker met geweldige arrangementen, geeft een muzikale kans op groei. De samenwerking met dirigenten, arrangeurs. Wanneer moet je inzetten als zangeres? Dat vraagt muzikale intelligentie en betrokkenheid. Het is niet alleen entertainment. Veel zangers worden daar doodnerveus van, maar dat heb ik nooit gehad. Ik vind het geweldig.”

Cultureel erfgoed

Ook Willeke Alberti (75) zong talloze malen samen met het Metropole Orkest, in Carré, op het Songfestival in 1994 met haar lied ‘Waar Is De Zon’. “Voor mij is dat het allermooiste, optreden met het Metropole.” Waarom? “Je wordt gedrágen door het orkest. Het zijn de allerbeste musici waarmee je mag werken.”

“Ik was wel altijd behoorlijk verlegen, zeker met zo’n groot orkest. En ik heb een hekel aan repeteren”, zegt de 75-­jarige zangeres. “Dan geneer ik mij, dat vind ik een soort uitsloverij, om dan ­alles te geven. Ik kan het alleen als het echt moet. En dat wisten de dirigenten: Harry van Hoof. Dick Bakker. Edwin Schimscheimer. Het is belangrijk voor mij dat ik me veilig voel. Dan kijk je om en dan zie je die vertrouwde gezichten, dierbare vrienden en collega’s.”

Volgens Alberti behoort het Metropole tot Nederlands cultureel erfgoed. “Het is iets waar Nederland trots op moet zijn. Daarom moet het ook blijven bestaan.” Ze hoopt nog eens met het orkest op te treden. Dan zal ze net als in 2010 in Carré nog eens ‘Voor Mijn Vader’ zingen, een hommage aan haar vader Willy Alberti.

“Mijn moeder, die leefde toen nog, ging staan op het balkon. Ik kreeg háár applaus. Als ik er nu zo aan denk, schiet ik weer vol. Eigenlijk kon ik niet meer verder, ik voelde me niet zo senang. Nog steeds kan ik niet naar de beelden kijken, dan lopen de tranen over mijn wangen. Maar het is misschien wel een van mijn mooiste herinneringen. Zoiets kan alleen maar met het Metropole.”

Het North Sea Jazz-concert met het ­Metropole Orkest & Friends is zondag om 19.20 uur te zien op NPO2.

Lees ook:

Het geheim van de stem van Willeke Alberti

Zangles was niet aan haar besteed, aan repeteren heeft ze een broertje dood en ze heeft nul techniek. Toch zingt Willeke Alberti (bijna 75) al zestig jaar lang op topniveau. Hoe ervaart zij dat zingen zelf, en hoe komt het dat haar stem nog altijd zoveel mensen weet te raken?

Trijntje Oosterhuis toont in Ziggo Dome haar perfectie

Woest meeslepend wilde het niet worden, zaterdag tijdens het feestelijke optreden van Trijntje Oosterhuis in de Ziggo Dome, maar genieten was het. Na 25 jaar in het vak schakelt de muzikale trekvogel moeiteloos tussen tal van muziekstijlen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden