InterviewClaudia Durastanti

‘Dit boek bestaat uit opluchting’

Claudia Durastanti: ‘Over armoede, over de klasse waar ik uit kom, wordt gedaan alsof het een ziekte is.’ Beeld Sara Lucas Agutoli

Na drie romans schreef Claudia ­Durastanti het autobiografische ‘De vreemdelinge’, over opgroeien met dove ouders. ‘Alles verzonnen, maar prachtige roman’, vond haar moeder.

De werkelijkheid wordt overgeleverd in allerlei interpretaties, leert Claudia Durastanti al jong. Zo beweert haar vader dat hij Claudia’s moeder ontmoette toen hij haar redde van een groepje overvallers. Moeder daarentegen is er zeker van dat ze de man van haar kinderen trof op de brug waar hij vanaf wilde springen. In allebei de verhalen redde de één de ander. In het echte leven niet. In ‘De vreemdelinge’ blikt Durastanti terug op een jeugd waarin twee (dove) ouders nooit verbinding vinden met de realiteit, de buitenwereld, elkaar of hun (horende) kinderen. Er is geweld, er is armoede, en uiteindelijk is er afstand: letterlijk en figuurlijk.

Tot uw zesde woonde u in de VS, aansluitend in het Zuid-Italiaanse Basilicata, een ‘dorpje dat meer schapen dan mensen kende’. Na uw studie woonde u een decennium in Londen. Ongepland bent u nu terug in Italië, hoe voelt dat?

“Eigenlijk was ik juist teruggegaan naar New York. Toen brak deze pandemie uit en liep de stad langzaam leeg. Mijn partner kreeg gedoe met zijn verblijfsvergunning, dus zijn ook wij met een zwaar gemoed vertrokken. Het voelde als een vorm van verraad. Toch denk ik dat ik nu zeker een jaar in Rome ga blijven.

“Ik schrijf in het Italiaans, mijn moeder en broer wonen hier en ergens had ik de fantasie om ooit terug te komen. Net als mijn grootouders, die in Brooklyn woonden en altijd riepen dat ze op een dag voorgoed terug zouden keren naar hun moederland. Wat nooit gebeurde, aangezien Italië niet meer overeenkwam met de perfecte replica die ze ervan gemaakt hadden.

“Hier terug zijn is een stap terug in de tijd maken. Dit is een misogyn land. De kranten worden door mannen gemaakt, de tv wordt door mannen bepaald. Overal waar macht is, zijn mannen. Hetzelfde gaat op voor diversiteit in culturele achtergronden. In de VS is er racisme op een bijna epische schaal, wat afgrijselijk is, maar ondertussen zijn mensen van allerlei kleuren wel betrokken in politieke en intellectuele organisaties, kunnen ze zich uitspreken. Hier is dat heel anders. De vele Afro-Italianen spelen eenvoudigweg geen rol in media. Ze zijn geen onderdeel van de conversatie. Dat is shockerend om te zien.”

U bent tweetalig, maar schrijft in het Italiaans. Hoe is dat gegroeid?

“In het Engels is mijn stem analytischer en preciezer – meer geschikt voor non-fictie. Mijn literaire toon is armer: ik mis in het Engels het lyrische. Overigens ervaren Italianen mijn werk, zeker bij mijn eerste roman, als heel Angelsaksisch. Dat klopt ook deels: als kind spijbelde ik heel veel, en dan ging ik op zolder boeken zitten lezen. Die waren allemaal Amerikaans en Engels, maar dan in vertaling. Dus mijn Italiaans is enorm gevormd door boeken uit een andere wereld.”

In ‘De vreemdelinge’ noemt u vertaalster Fernanda Pivano uw ‘beste vriendin’.

“In mijn jeugd voelde dat zeker zo. Pivano was een roemruchte vrouw, die op haar achttiende door de nazi’s werd gearresteerd omdat ze Hemingways ‘A Farewell to Arms’ had vertaald. Er is veel controverse over de correctheid van haar werk, maar ondertussen heeft ze wel eigenhandig veel Amerikaanse auteurs naar Italië – en naar mij! ­– gebracht. Vaak had ze een persoonlijke band met de schrijvers, vooral met de beat generation. Ik benijd haar om de intieme band die ze met die boeken had. Pivano heeft mij bijgebracht dat je als auteur én als interpretator origineel moet zijn, sporen moet nalaten in de tijd. Dat je er niet voor moet vrezen als je interesse bij het vreemde ligt. Bij de zaken, plekken en mensen die over het hoofd worden gezien.”

Na drie romans bracht u een nadrukkelijk autobiografisch werk uit. Had het ook andersom kunnen zijn?

“Aanvankelijk vond ik het te makkelijk om het bij de waarheid te houden. Als ik vertel dat mijn beide ouders doof zijn en ze elkaar ontmoetten toen mijn vader een zelfmoord­poging deed, hangt iedereen meteen aan mijn lippen. Maar literatuur is het niet. Je moet als schrijver dezelfde urgentie bereiken zonder dat het per se je eigen feiten zijn. Daar waren die eerdere boeken voor nodig.

“Ook had ik nog een sterk verlangen de situatie op te lossen, te verbeteren: mijn ouders in de vorm van personages uit de marginaliteit te trekken waarin ze leven. Met ‘De vreemdelinge’ ben ik daarvan bevrijd, beleefde ik plezier aan het portretteren van deze mensen die zich nooit thuis zijn gaan voelen bij hoe alle anderen leven. Aan het beschrijven hoe intense tragiek kan overlappen met liefde en humor. Het boek bestaat letterlijk uit opluchting.” 

Hebben uw ouders dat ook zo ervaren?

“Mijn vader leest mijn werk niet. Hij hoorde een tijdje geleden in een café dat ik voor de Premio Strega was genomineerd. Hij videobelde me: ‘Klopt dat? En zoja, wat trek je aan?’ Dat was het enige waar hij interesse in had. Hij is nogal een type, clownesk ook en, zoals veel dove mensen, achterdochtig. Hij was bang dat hij slecht uit het boek naar voren kwam. Terwijl mijn moeder het helemaal heeft omarmd. Ik verbaas me er al mijn hele leven over dat zij niet gelooft in fictie. Of ze nu ‘Dokter Zjivago’ leest of naar ‘The Excorcist’ kijkt, het is voor haar pure waarheid. Juist bij dit boek, dat één-op-één op haar en ons is gebaseerd, zei ze: ‘Alles is verzonnen, maar wat een prachtige roman.’ Het is letterlijk de eerste keer dat ze de kracht van literatuur kon vatten. Daar ben ik heel blij mee.”

Heeft het werk aan ‘De vreemdelinge’ u meer geleerd over uw achtergrond?

“Zelfs de nasleep doet dat. Ik dacht altijd dat mijn grootouders naar de VS gemigreerd waren uit armoede. Om een beter leven te krijgen. Al schrijvende kwam ik er door gesprekken achter dat mijn opa een womanizer was. Mijn oma wilde weg uit hun situatie, weg van wat ze later als nostalgie zijn gaan beleven. Vorig jaar las ik in Basilicata voor uit mijn boek. Na afloop stond er een vrouw op die erg op mij leek. Ze kondigde aan dat ze mijn nicht was. Ik zei: ‘Wat bedoel je? Mijn hele familie woont in Amerika.’ Nee, antwoordde ze, ‘je grootvader liet hier ook een vrouw achter.’ Zo bleek er een totaal nieuwe familie te zijn, die ik nu ontdek.”

Een belangrijk thema in ‘De vreemdelinge’ is de isolatie die kan ontstaan door taalverschillen.

“Ik ervaar er in mijn leven meerdere vormen van. Doven leven in een voor anderen moeilijk te vatten afzondering. Mijn vaders ego is heel groot. Hij weet vrij zeker dat de wereld om hem draait en dat voedt zijn gevoel voor samenzweringstheorieën: als er gepraat wordt móet het wel over hem gaan, dus is het ondraaglijk als hij niet weet wat er precies wordt gezegd.

“Mijn eigen taalgebruik is lang een wapen geweest. Anders dan andere tieners heb ik me nooit afgezet met drugs of zo, maar wel met ironie. Humor gaat sterk over de modulatie van de stem. De toon. Als je die niet meekrijgt, mis je een deel van de betekenis. Als kind dacht ik dat mijn moeder geen humor had, en zei ik opzettelijk dingen die ze niet begreep. In de loop van de jaren heb ik veel dove mensen ontmoet, die me hebben uitgelegd dat bijvoorbeeld metaforen ontzettend lastig te vatten zijn. Daarnaast speelde er een verschil in opleiding: ik praat en schrijf veel gelaagder dan mijn familie. ‘De vreemdelinge’ schreef ik met mijn moeder als lezer in mijn achterhoofd. Nu bleek ik die lagen transparanter te kunnen maken.”

Uw broer en u zijn verwaarloosd. Niet uit kwaad­willend­heid, maar uit onvermogen. Bent u boos?

“Ik heb vrij lang therapie gehad, deels om uit te zoeken hoe mijn ouders’ doofheid mijn karaktervorming heeft beïnvloed. Op een dag zei mijn therapeut: ‘Claudia, je ouders zijn niet doof, ze zijn gek.’ Pas toen besefte ik dat ik dáár woede over heb gevoeld. Ik wilde normaal zijn, zij waren buitenstaanders. Het is lastig om te benoemen dat je moeder het meest gelukkig was vóór ze kinderen kreeg. Maar het is in ons geval wel waar. Ze leeft uiterst autonoom, en wilde dat wij dat over­namen, want zo is de wereld: hard, je staat alleen.

“Enige tijd terug bezocht ik een volledig geluidloze kamer, van kunstenaar Doug Wheeler, in het Guggenheim. Daar werd ik heel angstig van het lawaai dat uit mijn binnenste kwam en de absolute stilte eromheen. Het was alsof ik ­terugging in mijn moeders lichaam. Ik besefte: zo leeft zij. Elke dag. Met dit boek zoek en omarm ik ook onze overeenkomsten.

“Mede doordat mijn moeder deed alsof ze kon horen en niets wilde weten van gebarentaal, ben ik opgegroeid met de vanzelfsprekendheid dat dove mensen werden uitgesloten van informatie. Het is geweldig dat gebarentolken nu vanwege de pandemie zo’n grote rol spelen in de media. Een grote stap voorwaarts. Op zoveel vlakken doen we alsof handicaps er niet zijn. Alsof ze afdoende worden ‘opgelost’ door liefde van je gezin. Met mijn werk wil ik duidelijk maken dat voor ons allemaal een moment komt dat we capaciteiten gaan verliezen. Vaak is dat ons geheugen, soms ons zicht of gehoor. Waarom zouden we ons tegen die tijd niet meer gerepresenteerd mogen voelen?”

Ik las dat u altijd bang bent geweest door de mand te val­len. Is dat nu, na bijvoorbeeld deze maand de PEN Trans­lates Award te hebben gewonnen, nog steeds zo?

“Over armoede, over de klasse waar ik uit kom, wordt gedaan alsof het een ziekte is. Ook voor laagopgeleide, gehandicapte en gekleurde mensen ligt de drempel bij aanvang al hoger. Je moet uitzonderlijk zijn. Mag nooit de mist in gaan. Vaak trouwens met goed resultaat, want de lat ligt huizenhoog. Zelf ben ik lang geobsedeerd geweest met het juiste zeggen op het juiste moment. Dat wordt nu beter. Ook doordat ik nu in Rome wel op moet komen voor mijn rechten als vrouw.

“Zelf werk ik als vertaler van het dominante Engels naar het Italiaans, dat toch wordt ervaren als een ondergeschikte taal. Met de PEN Award wordt voor mij het spel omgekeerd. Verfrissend is ook dat de helft van de prijs naar de vertaler gaat, waarmee wordt erkend dat het omzetten in een andere taal meer is dan een bijproduct van het boek.”

Uw boek start met een citaat van Emily Dickinson: ‘Na grote pijn een vormelijk gevoel’. Ervaart u dat zo?

“Ik wilde een boek schrijven over taal en over mijn ouders. Ik zat totaal vast en toen las ik Dickinsons gedicht. Ik wist: dit is mijn eerste zin. ‘Vormelijk’ is voor mij: een vorm vinden voor een leven. Een toon die niet gaat over grote emoties. Dat was de enige waarmee ik dit verhaal kon vertellen. Althans: nu. In mijn tweede roman beschreef ik hoe mijn vader me kidnapte. Ik gebruikte andere namen, maar het zat vol pijn en levendige beelden, was echt heftig. In ‘De vreemdelinge’ heb ik hetzelfde geschreven, maar nu vol ironie en nuchtere vervreemding. Hoe zou ik er over een paar jaar over schrijven? Het is werk waar je een heel leven mee door kunt. Ook dit boek is maar een van mogelijke interpretaties.” 

Claudia Durastanti
De Vreemdelinge
De Bezige Bij; 288 Blz . € 22,99

Lees ook:

Vreemdeling-zijn is prachtig, als niemand je ertoe dwingt

Indrukwekkende memoires over het opgroeien bij arme, onbeschofte, excentrieke, dove ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden