InterviewSébastien Daucé

Dirigent Sébastien Daucé: ‘Muzikale retoriek drijft mensen richting de meest intense emoties’

Sébastien Daucé Beeld Diego Salamanca
Sébastien DaucéBeeld Diego Salamanca

De Franse dirigent Sébastien Daucé opent dit jaar het Festival Oude Muziek Utrecht, dat op 27 augustus van start gaat. Het festival draait om de retorica, de kunst van het inspelen op de emoties. Daucé kiest voor barokmuziek die indruk maakt: religieuze miniopera’s over heilige vrouwen en muzikale reflecties op de gemartelde lichaamsdelen van Christus.

Met liefde omhels ik uw gespijkerde, gestriemde voeten”, zingt de sopraan in het eerste deel van Membra Jesu nostri (‘De ledematen van onze Jezus’) van Dietrich Buxtehude. Aan ieder lichaamsdeel wijdt de Noord-Duitse componist een korte cantate, waarbij hij van de voeten via de knieën, handen, zijde en borst geleidelijk opstijgt naar Jezus’ ‘zoete’ hart en bespuugde, met een doornenkrans gekroonde hoofd.

Deze visuele beweging van beneden naar boven wordt muzikaal geïllustreerd door toonsoorten die bij ieder lichaamsdeel een trapje stijgen.

“Dat is nou retoriek”, zegt de Franse dirigent, organist, klavecinist en musicoloog Sébastien Daucé enthousiast. Samen met zijn Ensemble Correspondances, dat hij in 2009 oprichtte met medestudenten aan het conservatorium van Lyon, opent Daucé dit jaar het Festival Oude Muziek Utrecht met een uitvoering van Buxtehudes excentrieke, maar ook zeer ontroerende cantatecyclus.

“Buxtehude verstaat de kunst om onze aandacht heel lang vast te houden bij elk lichaamsdeel. Membra Jesu nostri is misschien wel de meest retorische muziek die in zijn tijd geschreven is.”

Échte communicatie

Nadat het Festival Oude Muziek vorig jaar noodgedwongen online plaatsvond, besloot de organisatie dit jaar de nadruk te leggen op wat we allemaal zo gemist hebben: échte, innige communicatie. Daarom staat tijdens deze editie de retorica centraal, de kunst om mensen met een (muzikaal) betoog diep te raken in hun emoties en overtuigingen.

“Meestal heb je het als luisteraar niet in de gaten,” zegt Daucé, “maar componisten uit de barok gebruikten ingenieuze retorische technieken om de emoties in een muziekstuk te doseren en zorgvuldig op te bouwen.”

Die technieken ontleenden ze aan de Ars Rhetorica, de leer van de welsprekendheid uit de klassieke oudheid. “Als luisteraar let je vooral op de mooie harmonieën, maar zonder een overkoepelende retorische constructie zouden die nooit zoveel indruk maken.”

In Membra Jesu nostri speelt Buxtehude bijvoorbeeld met de kracht van de herhaling. “Elke cantate in de cyclus is op dezelfde manier opgebouwd: een openingssymfonie met twee violen, een koraal als omlijsting en drie aria’s in het midden. Omdat dat vijf keer op dezelfde manier verloopt, ontwikkel je als luisteraar een verwachtingspatroon. Maar in de zesde cantate, precies als we zijn aangekomen bij Jezus’ hart, wordt die verwachting doorbroken en verandert de klank: de violen zwijgen en het koor is gereduceerd tot slechts drie zangers.

“Als luisteraar merk je die verandering misschien niet bewust op, maar je vóelt gewoon dat hier iets bijzonders aan de hand is. Dat is retorica: mensen richting de meest intense emoties drijven, ook al begrijpen ze zelf niet precies hoe ze die emoties hebben gekregen.

“Duitse barokcomponisten zoals Schütz, Buxtehude en Bach waren daar meesters in. Maar de muzikale retoriek heeft zijn wortels in Italië, bij componisten van de Contrareformatie zoals Giacomo Carissimi, die het publiek er via de muziek van wilden overtuigen dat de katholieke religie beter was dan de protestantse.”

Inspirerend rolmodel

In het zuiden van Europa zijn dan ook opvallend veel oratoria (religieuze miniopera’s) geschreven over heilige vrouwen, die aan de gelovigen werden voorgehouden als inspirerend rolmodel. Tijdens het Festival Oude Muziek spelen Daucé en zijn Ensemble Correspondances er vier: Jephte van Carissimi en drie Histoires sacrées van Carissimi’s Franse leerling Marc-Antoine Charpentier, gewijd aan de christelijke heldinnen Judith, Cecilia en Maria Magdalena.

“Eigenlijk is Jefta’s dochter de échte hoofdpersoon van Carissimi’s Jephte”, meent Daucé. Vanwege een belofte aan God moet de oudtestamentische krijgsheer Jefta zijn dochter ten offer brengen. Als het meisje dat hoort, slaat ze niet op de vlucht, maar dringt ze er juist bij haar vader op aan zijn gelofte na te komen. “Ze is de personificatie van puurheid en gehoorzaamheid aan God en aan haar vader. In onze tijd kun je je niet voorstellen waarom iemand zijn kind aan God zou offeren. Toch heeft dit meisje vanwege haar volstrekte overgave iets heroïsch. In de zeventiende eeuw was Jephte bekend in heel Europa en gold het stuk als retorisch model voor vrijwel elke componist.”

Dat succes schuilt vooral in het slotkoraal, Plorate filii Israel. Juist op het moment dat je als luisteraar het bloedige offer van Jefta’s dochter verwacht, zwelt er een koraal aan met de prachtigste, droevigste harmonieën, waarin de dochters van Israël worden opgeroepen tot rouw om de overleden maagd.

“Dat slotkoraal creëert een heel intens emotioneel effect, dat terugslaat op het oratorium als geheel, zodat het publiek de zaal verlaat met het gevoel: dit was zo prachtig, zo indrukwekkend.”

Ook in de Histoires sacrées van Charpentier vind je “het ideaal van een sterke vrouw die zo diep in bepaalde dingen gelooft dat ze tot bovenmenselijke acties in staat is”: Cecilia tot sterven als martelares, Judith tot het vermoorden van haar onderdrukker Holofernes en Maria Magdalena tot het loslaten van haar zondige verleden, waarvoor ze wordt beloond met een ontmoeting met de opgestane Christus.

Handgebaren

Om de dramatiek van Charpentiers korte oratoria te onderstrepen, zal Ensemble Correspondances de muziek visueel ondersteunen met kostuums, decors en expressieve handgebaren. “Zo krijg je drie lagen van retorica”, zegt Daucé. “In tekst, in muziek én in theater. Er zijn aanwijzingen dat deze muziek ook in de zeventiende eeuw geënsceneerd werd uitgevoerd.

“Op die manier kom je heel dicht bij de opera. Maar uiteindelijk is opera een vorm van vermaak, terwijl de Histoires sacrées dichter bij de retorica liggen: ze zijn niet alleen bedoeld om een mooi verhaal te vertellen over iemand zoals Sint Cecilia, maar ook om het publiek ervan te overtuigen dat deze vrouw een voorbeeldfiguur is.”

Zal die boodschap ook bij de hedendaagse luisteraar nog aankomen? “Als publiek hoor je wat je wilt horen”, denkt Daucé. “Sommige mensen zullen alleen komen om mooie stemmen en goede muziek te horen. Anderen komen vooral voor een interessant historisch verhaal. En misschien zullen er mensen bij zijn die inspiratie putten uit personages die zo diep in iets geloven dat ze bereid zijn hun leven ervoor te geven.”

Festival Oude Muziek Utrecht vindt plaats van 27 augustus t/m 5 september. Info: www.oudemuziek.nl

Lees ook:

Conservatief en behoudend, zeker, maar er klinkt gelukkig nog heerlijke muziek

Maar als er één publiek is dat openstaat voor vernieuwing, ook al stamt die vernieuwing misschien van driehonderd jaar geleden, dan is het dit publiek wel. Het festival begon afgelopen weekend en de festivalgangers dompelen zich dit jaar met de van hen bekende gretigheid onder in de muziek van Napels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden