Michiel Plomp

Interview Michiel Plomp

Diplomatie en keihard onderhandelen: zo breng je een tentoonstelling tot stand

Michiel Plomp Beeld Patrick Post

Na een leven lang in de museumwereld, neemt Michiel Plomp afscheid als hoofdconservator van Teylers Museum. Hij zal zich als freelancer aan de kunst wijden. ‘Musea durven alleen nog tentoonstellingen te maken die makkelijk verkopen.’

Toen Michiel Plomp bekendmaakte dat hij op 61-jarige leeftijd zou stoppen als conservator bij Teylers Museum, stroomde zijn mailbox vol met reacties vanuit de hele wereld. Collega’s van het British Museum uit Londen, The Metropolitan Museum uit New York en het Städel Museum uit Frankfurt, om er maar een paar te noemen, reageerden verbaasd en teleurgesteld.

De gewone bezoeker van Teylers Museum zal geen idee hebben wie Michiel Plomp is, maar in de internationale kunstwereld is hij een gewaardeerd collega. Zeker als de kunstkenners zich bezighouden met tekeningen van oude meesters kennen ze Plomp als een belangrijke speler. Al was het maar omdat het kleine Teylers een grote schat heeft: 25 tekeningen van Michelangelo. En dan willen veel mensen opeens je vriend zijn.

Plomp komt niet over als een man die daarvan onder de indruk is. In zijn kamer vol antieke schilderijen en meubelen, waar de boeken en papieren tot op de stoelen liggen, haalt hij met zijn nuchterheid de romantiek weg die aan zijn vak kleeft. Ja, hij reist veel en bezoekt musea wereldwijd, ja de kunstwerken houdt hij in zijn eigen handen. Maar meestal zit hij achter zijn bureau. Kunstwerken spoort hij op door te bladeren in catalogi en er gaat heel wat tijd op aan vergaderen en plannen smeden die dan toch niet door kunnen gaan.

Dat vergaderen is de reden dat hij er, na dertien jaar bij Teylers, mee stopt. Daarvoor werkte hij bij vele musea, waarvan The Metropolitan in New York het meest prestigieuze was. Hij hoopt als freelancer meer tijd te krijgen om zich echt bezig te houden met kunst. “Tekeningen van oude meesters zijn mijn grote liefde. Hoe langer je kijkt, hoe meer een tekening prijsgeeft. Ik kan vast nog bijzondere dingen ontdekken en erover schrijven.”

Het grote publiek interesseren

Dat Teylers Museum een van de grote tekeningencollecties ter wereld heeft, waaronder de beroemde collectie Italiaanse tekeningen van koningin Christina van Zweden (1626-1689), was lange tijd alleen bekend onder specialisten. Maar de afgelopen jaren probeerde Plomp om het grote publiek ervoor te interesseren. Hij organiseerde spectaculaire tentoonstellingen rond topkunstenaars als Claude Lorrain en Rafaël, waarin hun schetsen en tekeningen centraal stonden.

Claude’s schilderijen van in avondlicht badende landschappen bleken voorstudies te hebben in pen en inkt. De kunstenaar bleek een meester in getekende bosscènes: gebladerte, rotsen en een enkele jager of wandelaar. Die waren veel gevarieerder dan de afgeronde schilderijen. Op de tekeningen en schetsen van Rafaël kon de bezoeker zien hoe raak de lijnvoering van deze Italiaanse meester was en hoe zijn ideeën zich al schetsend in rood of zwart krijt ontwikkelden.

Publiekstrekkers organiseren met tekeningen: het is niet iedereen gegeven. Met tekeningen van een onbekende meester krijg je geen publiek over de vloer, het zal de top moeten zijn. En die is verspreid over de hele wereld. Plomp moest in gesprek met andere musea en particulieren om bruiklenen los te peuteren. Als je een Rafaël of een Leonardo wil lenen, moet je met goede argumenten komen.

Beeld Patrick Post

Toch lukte het Plomp. Vooral de Leonardo-tentoonstelling, die vorig jaar openging en is genomineerd voor de tentoonstellingsprijs van het Museumtijdschrift, was een prestatie van formaat: zoveel Leonardo’s bij elkaar krijgen, terwijl het museum er zelf niet één heeft.

Plomp heeft de gunfactor

Volgens directeur Marjan Scharloo heeft Teylers veel te danken de gunfactor die Plomp wereldwijd heeft. “Hij is bescheiden, aardig voor collega’s, werkt hard en is ongelooflijk gepassioneerd. En hij heeft een heel groot internationaal netwerk. Dat helpt.”

Maar je moet het ook weer niet overschatten, zegt Plomp. “Natuurlijk, als ik intensief met collega’s van British Museum, Louvre of het Städel in Frankfurt samenwerk aan een tentoonstelling raken we bevriend. Je hoort alles over de gestrande huwelijken en ontspoorde kinderen. Maar na dat jaar zijn het ook weer je concurrenten.

“Diplomatie speelt een rol – en je schrijft iemand makkelijker een mailtje als je die persoon al kent – maar de beslissing of je iets te leen krijgt, hangt vooral van andere dingen af: heb je een goed plan voor de tentoonstelling, hebben ze vertrouwen in het museum, denken ze dat de tekeningen ertegen kunnen om te reizen en tentoongesteld te worden? En: heb je als tegenprestatie iets voor hen?”

Voor de Leonardo-tentoonstelling begon Plomp vier jaar van tevoren met plannen maken. Musea uit Boedapest, Keulen, Milaan, Londen, Berlijn enzovoorts schreef hij aan. “Windsor Castle was zeer genereus. Maar het Wallraf-Richartz Museum in Keulen besloot na anderhalf jaar toch niks uit te lenen. En in Boedapest kregen we alleen iets los als we in ruil twee Michelangelo’s aan hen uit zouden lenen.”

Van kleine volwassene tot kind: jonge koppies in Teylers

Zaterdag opent zijn laatste tentoonstelling ‘Jong in de 19de eeuw’. Dan zit zijn werk bij Teylers er officieel op. Maar Plomp gaat nog niet helemaal weg. Hij werkt mee aan tentoonstellingen van John Constable in 2020 en van Wybrand Hendriks in 2021. Plomp: “En daarna zullen we wel weer zien.”

Op 7 september opent in Teylers Museum de tentoonstelling ‘Jong in de 19de eeuw’. Het is de laatste tentoonstelling met Plomp in de rol van conservator. Deze keer staat geen grote kunstenaar centraal, maar het kind. Plomp: “In de zestiende en zeventiende eeuw bestond het fenomeen kind niet. Er waren wel kinderen, maar die moesten zo snel mogelijk volwassen worden.”

Onder invloed van filosofen als John Locke en Jean-Jacques Rousseau gingen mensen in de negentiende eeuw anders denken over het kind, zegt Plomp. “Dat zie je terug in de portretten. In vroeger eeuwen zag je kinderen poseren met hoge hoed en juwelen, later komen er bedremmelde kinderhoofdjes. Rond 1850 droeg de Engelse kroonprins voor het eerst een matrozenpakje. Zo begon de kindermode.”

Jong in de 19de eeuw is tot en met 5 januari 2020 in Teylers Museum te zien. www.teylersmuseum.nl

Het spannendst was Turijn. In de Biblioteca Reale hangt een prachtig meisjesportret van Leonardo, dat Plomp wilde hebben. Met Michael Kwakkelstein, een Nederlandse Leonardo-expert, ging Plomp op bezoek om de tekening los te praten. “Toen dat lukte, hebben we op een terras het glas geheven. Maar kort daarna kwam er een reorganisatie en is de man met wie we de afspraak hadden, opgevolgd door iemand die ertegen was. Het kostte nog heel wat bezoekjes om de tekening alsnog te krijgen.

“Andersom is Teylers ook niet altijd makkelijk, zeker niet met onze kroonjuwelen: de Michelangelo-tekeningen.”

De onderhandelingen zijn zakelijker geworden, zegt Plomp. “Ze denken bij een bruikleenaanvraag: what’s in it for me? Het is: voor wat, hoort wat. Twintig jaar geleden leenden we voor niks onze mooiste Italiaanse tekeningen uit voor een tentoonstelling in het Nederlands Instituut in Florence. Daar zouden we nu niet meer over piekeren.”

Dat heeft te maken met de oplopende concurrentie tussen musea. Musea moeten veel publiek trekken. “Ze durven alleen tentoonstellingen te maken die makkelijk verkopen. Sommige collega’s vinden dat het museum steeds meer een pretpark wordt. Ik heb geen bezwaar tegen veel bezoekers, maar een tentoonstelling van een kleinere kunstenaar dan Rembrandt of Vermeer is door de ratrace haast niet mogelijk. Tekeningen van Haarlemse kunstenaars als Cornelis Visscher en de gebroeders De Bray: nee, daar komt geen hond naar kijken.”

Moordende concurrentie

Ook op de kunstmarkt is de concurrentie moordend. De kunst gaat naar het land met het meeste geld, is Plomps waarneming. Een tekening van Lucas van Leyden ging onlangs op een veiling aan zijn neus voorbij, omdat een Amerikaanse verzamelaar meer bood.

Toch wist Plomp aardig wat werken aan te kopen voor Teylers. Het meest gelukkig is hij met De Tuin van Jacobus van Looy, een schilderij als een wolk van Oost-Indische kers. “Het is zijn chef-d’oeuvre. Ik wilde het al lang hebben, maar wist niet van wie het was. Toen we dat via Christie’s te weten kwamen, zijn we in Antwerpen op bezoek gegaan en hebben we het schilderij kunnen kopen.”

Lees ook:

De grootse Da Vinci hangt met zijn mooiste tekeningen in Haarlem

Mooi, lelijk, misvormd, cholerisch, zacht: Leonardo da Vinci liep voor zijn karakterstudies de straten af op zoek naar opvallende koppen. 

‘Mooier dan menig werk van Monet of Manet’

Een eindeloze bloemenzee van oostindische kers, slaapmutsjes en zonnebloemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden