Review

Dionysos van de dichtkunst

De dichter Ilja Leonard Pfeijffer is de afgelopen jaren de Nederlandse letteren binnengestuiterd. Gisteren verscheen zijn tweede bundel, 'Het glimpen van de welkwiek'. Pfeijffer bijt morgenavond het spits af tijdens de Nacht van de Poëzie in het Utrechtse Vredenburg. Een portret.

Het is geen erg gebruikelijke tekst waarmee de dichter Ilja Leonard Pfeijffer deze dagen zijn tweede bundel met de ook al niet zo erg doorzichtige titel 'Het glimpen van de welkwiek' ten doop houdt. 'Blijde boodschap: Het was in die dagen dat in het zwavelasgrauwe uitspansel boven de landen der mensen een weerlicht brak dat de oren klonken. En de hemel opende zich gelijk een gespleten hoef en tot ver in de gewesten zag men tuimelend een gestalte die door de wolksplit neerviel vanuit de hemelen op het land van mensen. En de gestalte was een vleugelflensling, want zijn wieken welkten en hij verruilde habitat maar zijn uitzicht niet.'

Aldus ronkt en gonst dit invitatie-proza, dat regelrecht lijkt te zijn voortgehusseld uit apocalyptische bijbeltaal, koeterwaals en het idioom van heer Bommel, nog enige tijd voort om ten slotte te eindigen in de toepasselijke slotregel van een gedicht van de dichter, bestemd voor de lezer: 'Ik zal uw helderheid verhelpen'.

Sinds een jaar of twee beweegt Pfeijffer zich in de Nederlandse dichtkunst en hij doet dat op opvallende wijze. Zijn debuutbundel uit 1998, 'De vierkante man', werd prompt bekroond met de Buddingh'-prijs voor aanstormende dichters en ware dat niet het geval geweest, dan nog had men vermoedelijk wel van zijn gedichten vernomen want hij spreekt zich uit in een een niet erg Nederlandse, zeer woordenrijke, ietwat luidruchtige, vooral niet helder zingende maar pythisch orakelende taal; enigszins in de traditie, als je het zo mag noemen, van lichtgod Lucebert.

Ten tijde van de verkiezing van de dichter des vaderlands voerde Pfeijffer, met zijn ene bundel dan al een hele verschijning op alle Nederlandse dichtpodia, volgens eigen zeggen campagne voor zichzelf, ook al geen symptoom van klassieke bescheidenheid.

Je zou Pfeijffer als de Dionysos van de hedendaagse Nederlandse poëzie kunnen beschouwen; in zijn eerste bundel noemt hij zichzelf 'verlicht van retsina'. En de omslagtekst ervan gewaagt van 'in roomboter gebakken beelden en verzen met boulemie'. Alles anders dus dan de matige, elliptische calvinistische poëzie die in onze gewesten endemisch lijkt.

In het dagelijks leven is Ilja Leonard Pfeijffer (1968) een beschaafde graecus, gepromoveerd op Pindarus en docerend aan de Universiteit van Leiden. Toch zegt het feit dat hij zich graecus noemt en niet, gewoner, classicus, misschien al iets. Hij trekt gemakkelijk de aandacht, alles lijkt hem daartoe voor te bestemmen.

Daar is bijvooorbeeld zijn naam, vol uitheemse geuren en associaties, en toch is het geen pseudoniem. Hij is gewoon, of ongewoon, door zijn moeder vernoemd naar de held uit een enigszins vergeten kinderboek, 'Ilja de kleine ganzenridder', een romantische geschiedenis over een herdertje. Ook in zijn uiterlijke verschijning doet deze dichter geen pogingen om een schimmige en naamloze figuur op de achtergrond te blijven. Gezegend met een aanzienlijke hoeveelheid haar dat over zijn schouders golft en gestoken in een dandyesk pak doet hij onverbiddelijk denken aan het prototype van de negentiende-eeuwse artiest. Meer bepaaldelijk vertoont hij een frappante gelijkenis met de negentiende-eeuwse schrijver en advocaat van het l'art pour l'art-principe, Théophile Gautier, overigens evenmin een literator met bescheiden, anemische pretenties.

Ook Pfeijffers eigen ideeën over wat poëzie moet zijn, trekken sinds enige tijd de aandacht. Zo keert hij zich in een recent poëzienummer van het tijdschrift Bzzlletin tegen begrijpelijke, vertellende poëzie zoals die door veel dichters van zijn eigen generatie (Ruben van Gogh, Tommy Wieringa, Hagar Peeters) momenteel wordt geschreven en pleit hij voor ingewikkelde, hermetische, zelfs regelrecht onbegrijpelijke poëzie. Nu valt er ook onder een aantal hedendaagse dichters van iets ouder snit, zoals Tonnus Oosterhoff en Anneke Brassinga, wel een neiging tot duister taalgebruik te bespeuren maar om daar, zoals Pfeijffer, ook maar direct een programmapunt van te maken, is opvallend. Of hij er veel volgelingen mee wint is nog maar de vraag maar de oproep zelf is karakteristiek. Het is volgens hem 'niet de taak van de poëzie, om dingen gewoon te zeggen. Als je dat wilt, kun je net zo goed proza schrijven. Je moet de dingen concreet maken door ze te laten zien, voelen, ruiken en proeven.'

En verder: 'Complexe gedichten worden geschreven omdat de werkelijkheid complex is. Verstaanbare poëzie is eenduidig, eendimensionaal, rechttoe rechtaan en plat.'

Meer nog dan Pfeijffers stelling zelf, die je in de poëziegeschiedenis wel vaker hoort na periodes van dominante helderheid, valt de onomwondenheid en de stelligheid van zijn bewering op. Daarmee richt hij zich tegen de makkelijk gebekte, hapklare poëzie van veel jonge podiumkunstenaars.

Helemaal gepast klinkt zijn verwijt overigens niet want Pfeijffer zelf draagt zijn gedichten ook allerminst ingetogen voor. Integendeel, op het podium galmen, ronken en exploderen ze als de Openbaring zelve. Het verschil is dat ze ook op de dichterlijke snijtafel hun geheimen niet prijsgeven.

Zo heb je misschien wel het gevoel dat 'Het glimpen van de welkwiek' iets openbaart, wie weet een dageraad aankondigt, maar wat is in vredesnaam een 'welkwiek'? Iets met 'welkom' vermoed je, maar er klinkt ook 'wentelwiek' in of iets van verwelkte vleugels en misschien zelfs een opbeurend 'wel kwiek'.

Aan eendimensionale boodschappen heeft deze dichter zo te zien een broertje dood. Op de vraag van het tijdschrift Raster aan een aantal dichters om wat nuttige gebruikspoëzie af te scheiden, reageerde Pfeijffer met het volgende versje:

Gebruksaanwijzig

gelukwens op u aankop van de wonderWtm

voor ingebrukneem steker in contact

bevestigen met aardding (kopcontract

garant voor hoogspan) wacht u voor stap 2

Met andere woorden, poëzie is er niet om iets van op te steken. Het is eerder intrigerende orakeltaal. Maar misschien glimpt er ooit de welkwiek in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden