Review

Diep in het park

'Diep in het bos' is het thema van de kinderboekenweek die aanstaande woensdag begint. Maar hoe diep kun je een Nederland bos inlopen zonder een snelweg of een betonnen paddestoel tegen te komen? Echte bossen, waar nog wolven en beren huizen, waar je in kunt verdwalen maar waarin je je ook kunt verschuilen zonder dat iemand je vindt, zijn hier allang verdwenen. Ook uit de Nederlandse jeugdliteratuur.

Eén ding is zeker: de lezers van de 49ste kinderboekenweek, die van 1 t/m 11 oktober aanstaande wordt gehouden, hebben dit keer geen zeebenen nodig. In 2002 luidde het boekenweekthema 'Alle hens aan dek!', waar wel potentie in zat gezien onze maritieme traditie en (ook jeugdliteraire) preoccupatie met water. Dit jaar koos de CPNB echter voor de landrotten onder de leus: 'Diep in het bos... Van Ko de Boswachter tot Roodkapje en Robin Hood'. Ook een mooi thema, al zit het bos minder in ons collectieve geheugen ingebakken dan de zee. Voor goede kinderboeken in een bos-decor zullen we ditmaal dus wat zwaarder op vertaald buitenlands werk moeten leunen dan vorig jaar.

Want komaan: hebben wij in het 'bosgenre' iets dat te vergelijken is met Kiplings klassieke 'Jungleboek'? Of met 'Winnie-de-Poeh' van A.A. Milne? Milne's navolger A.D. Hildebrand met diens reeks 'Bolke de Beer' (1935) soms? Nee toch! En wie bij ons evenaart een evergreen als 'Ronja de roversdochter' van Astrid Lindgren, of recenter, een spannend boek als 'Bart en de legende van Run' van de Australiër Odo Hirsch? Toch niet Burny Bos? Al is zijn 'Ko de Boswachter' wel een lollig en educatief boek, je blijft er toch niet de rest van je leven mee rondlopen. Het is niet anders: wij hebben veel meer goede boeken over de zee dan over het bos geschreven. Uit mijn eigen jeugd is me aan Nederlands werk in het bosgenre alleen Paulus de Boskabouter van Jean Dulieu positief bijgebleven. De verhalen over deze goedaardige en goedgelovige kabouter die telkens op zijn huid wordt gezeten door dat wrattenzwijntje van een heks, de akelige Eucalypta, zijn het waard om (voor)gelezen te blijven worden.

Voor zover ik als kind zich in bossen afspelende boeken las, betrof dat dus vooral vertaald buitenlands werk, zoals het al genoemde 'Jungleboek' en 'Robin Hood'. Verder van Karl May alle delen over Winnetou en Old Shatterhand, van James Fenimore Cooper 'De laatste der Mohicanen' en van Jack Londen alles over wolfshonden (Wittand!) en over de ruige omstandigheden in de bossen van Canada. De boeken van beiden laatsten waren niet primair voor kinderen bestemd en dat maakte ze juist extra spannend. Overigens kan ik al deze bos-gerelateerde favorieten uit de oude doos aan de kinderen van nu nog van harte aanbevelen, al mag ik hopen dat ze daarbij modernere vertalingen of bewerkingen onder ogen krijgen dan ik destijds. Ik las Karl May ten dele nog in stokoude edities waarin het Duitse 'drollig' gewoon als 'drollig' in plaats van als 'grappig' werd 'vertaald'. Ik weet zo gauw niet of er van Fenimore Cooper en Jack Londen goede nieuwe vertalingen bestaan. Rosemary Sutcliffs bewerking van Robin Hood is niet de nieuwste maar nog steeds de beste en opnieuw leverbaar bij uitgeverij Leopold.

De genoemde boeken van Odo Hirsch en Astrid Lindgren las ik dus pas op latere leeftijd. Wat had ik die graag al als kind kunnen lezen! Vooral Lindgrens 'Ronja de roversdochter' is een puntgaaf, bloedstollend en ook weer idyllisch verhaal over elkaar beconcurrerende roversbenden, trollen, vogelheksen en andere toverwezens die de omliggende wouden tot gevaarlijke plaatsen maken. Daardoorheen speelt de prille vriendschap van het meisje Ronja en de jongen Birk, een soort Zweedse Romeo en Julia, want hun vaders, beiden roverhoofdman, zijn elkaars aartsvijanden. Het enorme bos is hen afwisselend welgezind en dan weer levensgevaarlijk. En dat is misschien het meest bijzondere van dit boek: dat je het bos bijna als een per-sonage ervaart, met een eigen, grillig karakter dat de verhaalstof in hoge mate medebepaalt. Buitengewoon knap en subtiel.

Hoe komt het trouwens dat Lindgren en Hirsch en de andere genoemde buitenlandse auteurs het bos zoveel overtuigender uitbeelden dan Nederlandse kinderboekenschrijvers? Dat zij de specifieke sfeer ervan, het gevaar, de spannende, soms ook komische magie en aantrekkingskracht zoveel beter lijken aan te voelen? Het antwoord is denk ik ontnuchterend simpel. Nederland heeft geen begroeide bergen, woudreuzen en door eindeloze bossen aan het zicht onttrokken mysterieuze gebieden meer. We zijn een platte

geografische lilliputter zonder veel bos en hard op weg om één grote randstad te worden. De dichter J.C. Bloem schreef het al: ,,En dan: wat is natuur nog in dit land? / Een stukje bos, ter grootte van een krant, / Een heuvel met wat villatjes ertegen''. Wat wij bossen noemen, zoals die groentapijtjes op de Veluwe, noemen ze in Zweden of Canada glimlachend een park. En daarom ontbreken de onmetelijke sfeerbepalende wouden vaak in onze kinderliteratuur. Bij ons geen Chingachgook en diens zoon Uncas, de 'laatsten der Mohicanen', die voor hun voortbestaan strijden, maar Ko de Boswachter en diens vriend, postbode Anton Gleuf, die dagelijks even aanwipt om gezellig met Ko bij te kletsen. Geen heerlijk levendige Mowgli (Jungleboek) ook, opgegroeid bij en omgeven door exotische dieren, maar een achter een traliewerk van letters uitgevonden en verkommerde 'Bolke de Beer'.

En onze jeugdauteurs wéten het ook: bij ons zijn het niet de bossen die de mens bedreigen, het zijn integendeel de mensen die de laatste restantjes bos bedreigen. Kijk maar hoe in 'Pluk van de Petteflet' van Annie M.G. Schmidt Pluk en zijn vriendjes moeten strijden voor het behoud van hun Torteltuin, een verwilderd stukje bos achter in een park. Men wil er een tegelplein van maken. Van hun speelplaats! Waar nooit een volwassene komt en het voor de kinderen en dieren goed toeven is. Gelukkig winnen Pluk en zijn vriendjes. In het zeer onlangs verschenen vierde deel van Paul van Loons Dolfje Weerwolfje-reeks, getiteld 'Weerwolvenbos', gebeurt exact hetzelfde. Opeens wordt er in het Weerwolvenbos met de modernste middelen gehakt en gezaagd; het hele bos dreigt platgewalst te worden. Dolfje richt direct de actiegroep W.R.O.W. (Wie Redt Ons Wolvenbos) op en weet na veel moeite de voortbulldozerende 'beschaving' een halt toe te roepen.

Het nieuwste boek van Van Loon brengt me er toe om in vogelvlucht althans enkele nieuwe titels die specifiek op het boekenweekthema zijn toegesneden te noemen. Allereerst verschenen er heel wat nieuwe sprookjesboeken. Die passen ook uitstekend in het thema, want wat Hans en Grietje, Klein Duimpje, Sneeuwwitje en al die andere bekende en minder bekende sprookjesfiguren allemaal in het bos overkomt is niet mis. Kannibalisme, verstoting, wilde dieren... Kinderen smullen van deze oude volksverhalen met hun naar de middeleeuwen terugvoerende motieven en volkswijsheden. Uitgeverij Lemniscaat herdrukte de complete Andersen en de complete uitgave van de gebroeders Grimm. Heel goed. Aardiger vind ik persoonlijk dan weer een beperkte keuze, maar wel in groot formaat, op mooi papier en rijk geïllustreerd uitgebracht als 'Een schat aan sprookjes' in de bewerking van de Engelse

Geraldine McCaughrean. De echte evergreens - 'Doornroosje', 'Repelsteeltje', 'Raponsje', 'De prinses op de erwt' et cetera - staan erin, naast een aantal minder bekende sprookjes.

Aardig, en ook niet meer dan dat, is de verzamelbundel 'In het bos' waarin eigentijdse auteurs zich aan een bosverhaal wagen. Bies van Ede schrijft hierin onder andere een ouderwets spannend, niettemin modern fantastisch sprookje over de geheimzinnige verdwijning van een 14-jarige jongen in de bossen van Elswout, Ted van Lieshout brengt een tragikomisch verhaaltje met heteroseksuele en homoseksuele pointe.

Heel mooi, subtiel en komisch is 'De raadselridder' van Bette Westera. Het handelt over de ontmoeting tussen de middeleeuwse ridder Ganzerik die alleen maar raadsels verzint en de levenslustige, eigentijdse Janna die dol is op paardrijden en het bos aan de rand waarvan zij woont. Hoe die ontmoeting überhaupt k n en afloopt, ga ik niet verklappen. Feit is dat Westera het allemaal zo geestig, slim en gevoelvol in elkaar knoopt dat ik besloten heb om haar (dit is pas haar tweede boek) ernstig in de gaten te gaan houden.

Geen kinderboekenweek zonder een kinderboekenweekgeschenk. In eerste instantie verbaasde de keuze voor Francine Oomen mij enigszins. Ze kan gewiekst populair en soapy schrijven, vooral in die door mij weinig gewaardeerde 'Hoe overleef ik'-serie. Ik moet echter toegeven: veel kinderen vinden haar werk wel leuk en technisch mankeert er aan haar, zoals dat heet, met veel vaart geschreven boeken eigenlijk niets. Welnu, zij heeft mij met 'Het Zwanenmeer (maar dan anders)' aangenaam verrast. Het is soap op z'n best, over een hoogst curieuze drieling (moeder is bij de bevalling overleden) en een depressieve vader die een beroemd schrijver is maar al drie jaar een writer's block heeft. De manier waarop de drie met elkaar en hun inerte vader omgaan, hun grappige manier van communiceren via eindeloos veel hilarische memo-briefjes en de onvoorwaardelijke wijze waarop ze elkaar steunen in diverse dips en gektes: het is allemaal erg goed gedaan. Oja, en er is een happy end, met een soort Assepoester die pa helemaal uit het dal trekt.

Tot slot heeft het CPNB nog een bijna-geschenk in de aanbieding gedaan met het voor een habbekrats te kopen kleine prentenboekje van Michael Dudok de Wit: 'Vier bevertjes in de nacht'. Het verhaaltje, over kleine bever die bang is voor de nacht, is lief maar stelt niet zoveel voor. De panoramische prenten daarentegen maken van een maanbeschenen nacht iets dat een ontroerende warmte, beweeglijkheid en tegelijk discipline uitstraalt. Met zo'n boekje, dat zich ten dele nog diep in het bos afspeelt ook, kun je aankomen. Chic.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden