Review

Diderot dacht dat Adam en Evain Scheveningen woonden

Denis Diderot: Over Holland - Een journalistieke reis 1773-1774. Vert.Eef Gratama; inleiding Yves Benot. Contact, Amsterdam; 173 blz. ¿ 34,90.

PETER SIERKSMA

Scheveningen is al lang Scheveningen niet meer. Net als Zandvoort is het plaatsje door de autoriteiten al jaren geleden opgeofferd aan de massa, de smaakloosheid van foute projectontwikkelaars, de eikelige herrie van Veronica, de dikke geur van patat en het koele, sissende geluid van te veel blikjes Pepsi. Toen in 1986 de ambassadeur van Australië, Geoffrey John Price, door Vrij Nederland gevraagd werd naar het mooiste plekje van ons land, was het dan ook niet vreemd dat de badplaats snel afviel.

Het is wel eens anders geweest. Voor de Franse filosoof en geestelijke vader van alle encyclopedieën Denis Diderot, die in 1773 ons land bezocht, was Scheveningen niet alleen een van de mooiste plekken om te bezoeken, maar ook het voorbeeld van een plaats waar zo ongeveer alle Nederlandse deugden samenkwamen. “Scheveningen - schreef hij in zijn onlangs vertaalde reisjournaal - was in alle seizoenen de plek waar ik het liefst ging wandelen.”

“Ik ben talloze keren bang geweest voor het lot van deze mannen (arme vissers, red.) die in storm en regen met de meeuwen en andere zeevogels moesten vechten om de vis. Als de vangst en de schepen binnen waren, lag het strand bedekt met allerlei soorten vis. Deze lieden zijn eenvoudig en eerlijk en vaders en zonen hebben respect voor elkaar, zoals dat vroeger nog het geval was; de liefde tussen man en vrouw is zo zuiver als in de tijd van Eva. Wanneer de vissers aan wal stappen, storten de vrouwen zich in hun armen, de mannen omhelzen hun vaders en hun kinderen . . . Als de oude man thuiskomt, verheugt zijn vrouw zich bij het zien van de vis. Hij wordt snel schoongemaakt, de buren worden uitgenodigd en de vis is binnen de kortste keren verorberd, maar nog lang daarna weerklinken in het huis dankzeggingen aan God en vrolijk gezang.”

Het is een opmerkelijk citaat. Opmerkelijk, omdat het oude clichés omtrent Nederland relativeert en zelfs verwerpt. Bijvoorbeeld het cliché over de benauwdheid van de Republiek als domineesland, waar nooit feest gevierd en alleen maar 'gesomberd' werd. Of dat van de gierigheid die de Nederlander zou kenmerken. Hier worden de buren toch meteen uitgenodigd en lijkt er een openheid te bestaan die indruist tegen alle vrekkigheid, die de Engelse ambassadeur Sir William Temple precies een eeuw eerder nog had vermoed. In zijn 'Observations upon the United Provinces' schreef hij dat hier in het algemeen alle lusten en hartstochten wat kalmer en koeler “verlopen dan in andere landen, met uitzondering misschien van de schraapzucht.” Ach, die schraapzucht! Hoewel Diderot goed zag dat Nederland politiek gezien maar één ambitie had: zich te verrijken in plaats van zich te vergroten, lijkt hij een van de weinige buitenlandse achttiende-eeuwers die de gierigheid en hebzucht van de Nederlander met enige afstand en nuchterheid wisten te behandelen. Hij brengt de koopmansgeest buiten de deur en de spaarzaamheid binnenshuis dan ook vooral in verband met verstandigheid, niet met ondeugd.

Diderots lof op Holland kwam niet uit de lucht vallen en had wel degelijk een diepere betekenis. Voor de verlichte filosoof was het een van de vele voorbeelden waarmee hij wilde aantonen dat de Nederlandse samenleving met haar vrijheidszin en republikeinse inslag werkte. Dat wil zeggen: beter werkte dan die andere staatsvorm die de grote naties van Europa nog bepaalde, het (absolutistisch) koningschap.

Niet in zijn eigen land of Engeland, maar in Holland zag Diderot de proeftuin van de ware democratie. De godsdienstvrijheid (Diderot legt de nadruk op de rekkelijke stroming in ons land; niet op de eveneens royaal vertegenwoordigde 'smalle' of 'precieze'), de opvallende wil om zonder morren veel belasting te betalen en de door de staat goed geregelde armen- en ziekenzorg, krijgen dan ook veel gunstige aandacht.

Eigenlijk was er slechts één ding waar Diderot zich aan ergerde: de kunst. Dat was niet veel in Holland. De toneelstukken vond hij maar grof en 'vulgair', maar goed, voegde hij er meteen aan toe, 'dat is nu eenmaal een euvel dat je in democratische landen kunt verwachten'.

Erger was het met de schilderkunst gesteld. Diderot vond die maar niks. Van heel het werk van Rembrandt bijvoorbeeld konden er volgens hem maar zes of zeven schilderijen (onder meer 'De opstanding van Lazarus') het opnemen tegen het werk van Rafaël. En het is grappig genoeg hier dan ook voor het eerst dat hij de schaduwkant van de koopzucht aan de kaak stelde: “Zou de handelsgeest deze fantastische kunstenaars soms in hun ontwikkeling hebben beperkt? Hoe bewkaam ze ook mogen zijn geweest, hun schilderijen getuigen zelden van gevoel voor smaak, verheven ideeën of originaliteit.”

En dat terwijl de Australische ambassadeur nog in 1986 voor het mooiste plekje naar Parijs wilde, omdat Vermeers 'Gezicht op Delft' daar even was uitgeleend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden