Het Mooiste Nederland Poëzie

Dichtend door de Domstad

Gedicht van Willem Hussem in de Utrechtse wijk Wittevrouwen. Beeld Johan Nebbeling

Een stad laat zich op veel manieren lezen, en dat geldt zeker voor Unesco Literatuurstad Utrecht. Een wandeling langs muurpoëzie in de binnenstad raakt je, ongevraagd en meestal vanuit het niets.

Ik heb haar gezoend in het Hanengeschrei

Bij de automaat aan de Choorstraat

Terwijl ze garnalencroquetjes at

Of wat daar gewoonlijk voor doorgaat.

Een zoete nostalgie overspoelt me als ik het gedicht lees van Kees Stip op de muur van het Hanengeschrei, het smalle steegje tussen de Choorstraat en de Vismarkt. Want ook ik heb hier, lang geleden, mijn meisje gezoend. Ach, das war einmal...

De gedichten en spreuken die je op zoveel plekken op de muren treft tijdens de wandeling ‘Teksten in de Stad’, samengesteld door stadswandelingenschrijver Gerard Goudriaan, geven een rondje door het mooie centrum een emotionele lading.

Gedicht van Ingmar Heytze in Tivoli.

De straatpoëzie past ook bij de titel Unesco Literatuurstad, die Utrecht in 2017 verwierf vanwege het ‘gunstige literaire klimaat’, dat onder meer tot uiting komt in grote evenementen als de Nacht van de Poëzie en het International Literature festival. Utrecht is de bakermat van schrijvers als Ina Boudier-Bakker, Nicolaas Beets, Arthur Japin, Ronald Giphart en Manon Uphoff en van dichters als Hendrik Marsman, Jacob Bellamy en Jan Engelman. Maar de stad heeft ook een aantal literatoren (gekend) die je ‘typisch Utrechts’ zou kunnen noemen, zoals de schrijver C.C.S. Crone en de hedendaagse ‘stadsdichter’ Ingmar Heytze. Van beiden zijn op de gevels teksten te vinden.

Tivoli

Meteen bij het begin van de wandeling, in de entree van Tivoli Vredenburg, hangt een ode van Heytze aan de muziektempel, zoals alleen hij die kan maken. Een soort origami van taal, compact en ingenieus, die bij het uitvouwen een verrassing in zich bergt. Vier zalen komen tot leven rond de as, achthoekig, pluche en hout (…).

Op de Lichte Gaard, zuidelijker langs de Oudegracht, kom ik het eerste citaat van Crone tegen. Crone was een man van rake observaties en geplaagd door een tamelijk hypochondrische levensinstelling. ‘Later stond hij in de Lichtegaard naar de sterren te kijken. Nu had hij bij zijn verdriet nog de hik gekregen’, staat op een grijze muur. Het krachtige beeld dat die woorden oproepen, laat zich maar moeilijk uit je hoofd verjagen.

Gedicht van J.C. Bloem op een putdeksel op de Ganzenmarkt.

De dichter Hendrik Marsman – die van ‘Denkend aan Holland’ – studeerde, woonde en werkte in Utrecht maar had weinig op met de stad. De eerste regels van zijn ‘Schuimgedicht’, te vinden op de muur van zijn voormalige advocatenkantoor in de Domstraat, laten daar geen misverstand over bestaan: ‘Geen stijl, maar des te meer karakter heeft de stad, [...] die zich de maat van alle dingen waant’

Overwoekerd

Van heel andere toon is het gedicht van Heytze op de kademuren van de Oudegracht Weerdzijde. Half overwoekerd door het groen staat daar in reeds vervagende witte verfletters een regelrechte ode aan de stad te lezen:

Zoek een goede avond uit,

loop de grachten langs en kijk

hoe het licht in de huizen verdwijnt.

Leg dan uw handen op een muur;

hier heeft de oudste steen gelijk.

De Letters van Utrecht, op de Oudegracht tussen de Smeebrug en het Ledig Erf, is een al jaren lopend project waarbij elke zaterdagmiddag een steen met een ingegraveerde letter wordt toegevoegd aan een gedicht op straat. Wie wil, kan een letter doneren. Inmiddels liggen er al meer dan duizend letters. Lopend langs de letterslinger ontvouwt zich een gedicht dat is samengesteld door een reeks Utrechtse dichters.

Gedicht van Ingmar Heytze aan de Oude Gracht Weerdzijde.

Wat gaandeweg begint op te vallen is het ontbreken van vrouwelijke inbreng op de Utrechtse muren. Weliswaar is een in steen gehouwen lofgedicht op de gevel van de Fundatie van Renswoude – een uit de 18de eeuw daterend instituut dat talentvolle (wees)kinderen ondersteunt bij het volgen van een opleiding – gewijd aan de stichtster Maria Duyst van Voorhout, maar de dichter is een man, Johan Stouw. Dus tenzij ik ze gemist heb (waarvoor bij voorbaat excuses): waar zijn de dichtregels van vrouwelijke Utrechtse dichters als Vrouwkje Tuinman of Esther Jansma? Alsof vrouwen geen mooie, lelijke, zinvolle of belangrijke dingen schreven over hun stad.

Raadsel

Het is dan ook een raadsel waarom in de wandeling het Anna Maria van Schurmanhofje niet is opgenomen. Van Schurman was in de 17de eeuw de eerste studente in Nederland en maakte naam als taalkundige, schrijfster en dichteres. Op een muur van het hofje staat haar lofzang op ‘Utreght’, verreweg de mooiste van alle lofzangen. Dus: als u de wandeling ‘Teksten in de stad’ volgt, wijk dan even van de route af en loop het Anna Maria van Schurmanhofje in het Museumkwartier binnen om dat gedicht tot u te nemen. Het kost u tien minuten extra maar zal uw dag kleuren.

Lofzang van Anna Maria van Schurman.

Praktisch

Teksten in de stad, een wandeling van circa 10 kilometer, is een van de acht wandelroutes uit ‘Utrecht acht keer anders’, waarin schrijver Gerard Goudriaan de lezer/wandelaar langs minder bekende aspecten van de Domstad voert. ‘Utrecht acht keer anders’ is een uitgave van Gegarandeerd Onregelmatig en kost € 16,95

Tip: maak een foto van elk muurgedicht en laat van die foto’s op internet een boekje maken. Voor een paar euro heb je dan je eigen dichtbundeltje met de mooiste Utrechtse gedichten en spreuken. 

Voor ‘Het mooiste Nederland’ probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden